muskiet

Waarom?

Schermafbeelding 2015-05-25 om 00.26.15Weet ik veel?
Of weet ik juist heel weinig?

Dit zijn mijn eerste vragen.

De rechtbank in Groningen behandelt minder strafzaken. De reden is niet dat de criminaliteit afneemt. Er is iets anders aan de hand. Maar wat? Waarom bereikt de misdaad de rechtszaal niet? Dat is vooralsnog mijn belangrijkste vraag.

De afname van het aantal zaken bij de meervoudige strafkamer is  30 procent. Nergens in Nederland is sprake van een zo sterke daling. De ontwikkelingen in Noord-Nederland gaan  in tegen de trend. In 2013 behandelden de meervoudige strafkamers van de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden 1300 zaken. Dit jaar zijn 870 strafzaken ingepland. Dat aantal wordt waarschijnlijk niet gehaald. De rechtbank in Groningen handelde tot nu toe –  bijna op de helft van het jaar,  100 strafzaken af. [bronstraf].

Opmerkelijk is dat rechtbankpresident Daan Keur recent in een interview met Dagblad van het Noorden / Leeuwarder Courant aangaf niet te weten wat de oorzaak van de forse daling is. Waarom weet de rechtbankpresident zoiets niet? Wat Keur wel voorspelde: volgend jaar wordt het nog erger.

De gefuseerde rechtbank Noord-Nederland (Groningen, Assen, Leeuwarden) heeft het aantal rechters dat in de strafsector werkt begin dit jaar verminderd. Vijf strafrechters zijn bij gebrek aan werk overgeplaatst naar een andere sector.

Er klopt iets niet.

Een voorbeeld. Volgens de politie werden er vorig jaar in Noord-Nederland bijna 5.500 woninginbraken gepleegd [jaarverslag 2014]. Daarvan wordt volgens diezelfde politie 15 procent opgelost, wat landelijk gezien een relatief hoog oplossingspercentage moet heten. Er worden dus jaarlijks ruim 800 woninginbraken opgelost. Dat impliceert dat er regelmatig een verdachte wordt aangehouden om voor de rechter te verschijnen. En dat is niet zo. Er verschijnen nauwelijks verdachte woninginbrekers voor de rechters.

De vraag is: wat doet de politie met al die aangehouden woninginbrekers?  De politie doet in ieder geval te weinig, zegt het Openbaar Ministerie dat nota bene verantwoordelijk is voor de opsporing. In de wandelgangen spreekt de politie dat tegen. We doen meer dan genoeg, klinkt he dan, maar de dossiers blijven bij het Openbaar Ministerie op de planken liggen.

Welles. Nietes.

Blijven er dossiers op de planken liggen? Ja. Dat wordt steeds minder vaak tegengesproken. Met regelmaat worden in de rechtszaal strafzaken behandeld die twee tot drie tot vier jaar oud zijn. Officieren van justitie bieden dan (soms) verontschuldigingen aan – aan verdachten en slachtoffers – en eisen vanwege het (te) lange tijdverloop geen passende en geboden celstraf, maar een werkstraf om de verdachte te compenseren voor de veel te lange tijd die hij buiten zijn schuld in onzekerheid heeft gezeten.

Al een jaar lang probeer ik antwoord te krijgen op vragen hoe dit kan. In de wandelgangen hoor ik dat het zus en zo zit. Maar dat is off the record. Dan mag je er kennis van nemen, maar is het de bedoeling dat je  het zus en zo niet wereldkundig maakt. Iemand zei dat ‘de organisatie waarvoor ik werk langzaam maar zeker naar de filistijnen gaat’. Wie zoiets zegt? Een rechter? De hulpverlener van de reclassering? Een officier van justitie? Of zeggen ze het allemaal?

Anderhalf jaar geleden was Magda Berndsen, lid van de Tweede Kamer (D66), op werkbezoek bij de rechtbank in Groningen. De voormalige politiecommissaris van Friesland hoorde toen al van de dalende cijfers en zei ernstig bezorgd te zijn. Dat zei ze ook in de krant. Berndsen zou heel bezorgd opheldering vragen bij de minister van veiligheid en justitie.

Dat heeft ze nooit gedaan.
Waarom niet?

Op veel vragen komen geen ware antwoorden. Ik zie van alles, hoor nog meer, maar ik krijg geen vat op het geheel. Ik stel wellicht de verkeerde vragen en aan de verkeerde mensen. Dat is dan mijn schuld. Ik zou na al die jaren veel moeten weten, maar eigenlijk weet ik niks. Dat is alvast een antwoord op mijn eerste twee vragen.

De politie is erg druk met zichzelf, het Openbaar Ministerie kraakt onder bezuinigingen, rechters klagen al heel lang over een te hoge werkdruk. Rechters komen – zeggen ze – nauwelijks  aan nadenken toe. Voor de strafrechters in Groningen, Assen en Leeuwarden kan dat overigens niet waar zijn.

Wel waar is dat de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtbanken in Noord-Nederland – opgeteld 6.000 werknemers – allemaal (tegelijk) bezig zijn met reorganisaties die per persoon gepaard gaan met grote veranderingen. Ligt daar een probleem?

Deze en nog duizend andere vragen ga ik de komende tijd stellen aan de juiste personen. Dat is het doel. Normaal gesproken zoekt een journalist iets uit, zet hij alles op een rijtje en gaat dan schrijven, schrappen en herschrijven. Ik doe het omgekeerd. Ik begin bij de vraag. Ik ga opschrijven wat ik hoor, ook wat ik hoor in wandelgangen. Ik schrijf op waarover ik mij verbaas. En ik ga van mijn zoektocht naar antwoorden  verslag doen. Hier en in de krant. Ik begin te publiceren terwijl ik nog nauwelijks iets weet. Om over een jaar (of zo) een paar ware antwoorden te hebben. Bijvoorbeeld op de vraag waar al die aangehouden woninginbrekers  toch zijn gebleven.

Rob Zijlstra

 

Lees meer