Toekomstbestendige voorlichters en journalisten

Er is wat aan de hand.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.57.08Een jaar geleden hielden dertig rechercheurs zich in Noord-Nederland bezig met zware criminaliteit. Dat was – los van ziekteverzuim en zwangerschap – niet alleen veel te weinig, maar ook onverantwoord. Onderzoeken naar serieuze vormen van de misdaad waren amper mogelijk.
Dat dit zo was, werd niet door de politie ontkend.
Sterker nog: de politie zei het zelf.
Op 4 februari 2015 stond het in de krant.

‘’Bestrijding van de georganiseerde misdaad met 30 mensen is onverantwoord.’’

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.30Een jaar later.

Het aantal rechercheurs dat zich bezighoudt met zware vormen van criminaliteit is verdubbeld, van 30 naar 59.
Afgelopen week kreeg de noordelijke politie-eenheid van de landelijke korpsleiding het heugelijke bericht dat er nog eens 32 fte’s mogen worden ingevuld.
Oftewel: het aantal recherchebanen in de zwaarste tak van de misdaadsport groeit door naar meer dan 90.
De nieuwkomers moeten wel uit de eigen organisatie komen.
Toch is het een opsteker.
Zo stond dat vrijdag – 22 april 2016 – in de krant.

 

De teneur van het bericht is dat de politie blij is met die extra recherchebanen.
De verantwoordelijk en plaatsvervangend politiechef is wel realistisch: ‘We maken goede stappen vooruit, maar we zijn er nog niet.’

Hoe gaat nou zoiets?

Het artikel is deels gebaseerd op een gesprek dat ik anderhalve week geleden heb gevoerd op het politiebureau met plaatsvervangend politiechef Ronald Zwarter. Bij zo’n gesprek is (altijd) een politievoorlichter aanwezig. Die regelt niet alleen de koffie, maar maakt net als de journalist tijdens het gesprek ook aantekeningen.

Er worden afspraken gemaakt. Standaard geldt de afspraak dat de voorlichter het artikel dat wordt geschreven voor publicatie ter inzage krijgt. Dat is om te voorkomen dat er stomme fouten worden gepubliceerd. Voor de journalist is zo’n afspraak soms ook best prettig: hij/zij weet dat zijn artikel dat straks in de krant staat, zonder fouten zal zijn.

Maar.

Organisaties proberen steeds nadrukkelijker grip te krijgen op de inhoud van journalistieke publicaties. Niet ongewoon: wij mogen best dat wat de voorlichter zegt, in de mond leggen van de politiechef.
Dat is vals citeren.
Verder: niet alleen feitelijke onjuistheden worden – volgens afspraak – gecorrigeerd, maar er komen ook aanvullingen (bij nader inzien) en er worden wijzigingen (ook bij nader inzien) aangebracht.
De journalist is het daar dan niet mee eens.

Het loerende gevaar: het artikel – de journalistiek – dreigt een compromis te worden.

In alle kranten – van wakker in de ochtend tot de slijpsteen in de avond – staan compromissen. Elke organisatie, alle politici en sportlui en alle bijbehorende voorlichters (communicatie-adviseurs) eisen directe invloed op de inhoud van een te publiceren artikel.
Journalisten die dat weigeren, worden zelf geweigerd.

Het zou ons van de kranten sieren wanneer wij vanaf maandag onder onze artikelen vermelden dat betrokkenen de inhoud vooraf hebben goedgekeurd.
Of niet.

Het artikel dat ik (mede) op basis van het gesprek op het politiebureau heb geschreven, is volgens afspraak voor publicatie naar de afdeling voorlichting gestuurd. De voorlichter meldde geen feitelijke onjuistheden. Wel kwam hij -niet afgesproken – met een stuk of tien aanvullingen. De politiechef moest ‘plaatsvervangend’ politiechef heten, ‘geen capaciteit’ zou beter veranderd kunnen worden in ‘nauwelijks capaciteit’. En zo voort.

Nuances in vredestijd.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.13Vrijdagochtend stond het artikel goedgekeurd in de krant en ook online op de krantensite (07.00 uur) (dvhn.nl). Vrijdagmiddag (om 13.30 uur) meldde de politievoorlichter zich per e-mail.
Hij was teleurgesteld.
De politie had graag voor publicatie nog een keer inzage gehad in het al gecorrigeerde artikel na de eerste inzage voor publicatie.
Politie wilde nog meer regie.
Eigenlijk had het een heel ander artikel moet zijn.
Eigenlijk hadden ze het zelf willen schrijven.

De teleurstelling, meldt de voorlichter, heeft ook gevolgen.
Geen nieuwe afspraken.
Journalisten die niet naar de pijpen dansen van de voorlichter van de politie kunnen het vergeten. Daar komt het op neer. Heel vals meldt de voorlichter nog even de namen van journalisten die wel vergaande inmenging in hun artikelen toestaan.
Daar zou ik een voorbeeld aan moeten nemen.

Ik heb de voorlichter gevraagd of ik de inhoud van zijn e-mail met teleurstellingen (en namen) mag publiceren.
Ik vond dat netjes om te vragen.
Het antwoord: nee, dat mag niet.

Het moet dus uit mijn hoofd.
De politievoorlichter liet weten dat wanneer ik mijn artikelen niet voor publicatie wil laten redigeren, het lastig wordt mij nog langer te woord te staan.

Ko-re-a

Sinds de uitvinding (jaren 90) van persvoorlichters (communicatie-adviseurs) bestaan er spanningen tussen hen en journalisten (19e eeuw).
Dat is goed en gezond, het houdt de boel scherp.
Maar zodra voorlichters willen bepalen wat journalisten moeten schrijven en daarbij dreigementen niet schuwen, is er wat aan de hand.

Ik ga op mijn krant voorstellen dat we voortaan vermelden welke artikelen voor publicatie ter inzage zijn gegeven.
Dat kan heel simpel, met bijvoorbeeld een voetnoot.

Ondertussen ga ik mijn collega-journalisten – ook buiten de krant – oproepen geen compromissen meer te sluiten met voorlichters.
Geen inzage voor publicatie.
Wij moeten (weer) baas worden (blijven) over onze eigen berichten.

Is dit echt nodig?

Wij die graag waakhond willen zijn moeten ons niet gaan gedragen als lammetjes.

 

Rob Zijlstra

→ Het voorlichtingsapparaat van de politie heeft naar aanleiding van mijn dvhn-publicatie een eigen versie van het ’32-extra-fte-erbij-nieuws’ gepubliceerd in een persbericht over ‘toekomstbestendige opsporing’.

→ Het bovenstaande artikel is woensdag 27 april 2016 ook gepubliceerd in Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het krantenartikel is iets ingekort.

lam

→ bericht in Villa Media, het vakblad voor de journalistiek in Nederland

5 gedachten over “Toekomstbestendige voorlichters en journalisten

  1. Rob, a.u.b. blijf zo doorgaan.
    Dit is zoals het altijd had gemoeten.
    Geen inmenging in zaken waarvoor men niet is opgeleid.
    Ieder zijn/haar vak.

    Want ik heb ook nu weer het scherpe kunnen lezen.
    En dan verschijnt er een glimlach, ja dit is een juiste invalshoek.

  2. Onder de naam van de Journalist ook de naam van de Persvoorlichter vermelden in de krant, is misschien ook een goede optie. Als ze mee willen schrijven, zijn ze het vermelden waard.

  3. Goeie observatie en stuitend van zo’n voorlichter, vind het wel nieuws om zijn of haar naam ook te publiceren. in essentie legt de politie persvoorlichter dus een beroepsverbod op aan journalisten die niet opschrijven wat en hoe hij/zij t wil. Die voorlichter wordt door de belastingbetaler betaald, en lijkt me makkelijk weg te reorganiseren. Ik heb liever meer blauw op straat dan zo’n valse voorlichter. Die vangt geen boeven. een plaatsvervangend politiechef moet zijn eigen verhaal kunnen doen daar is die stoethaspelige ambtenaar van een voorlichter niet voor nodig.

Geef een reactie