Wat de politie doet !

Een jaar geleden, op 3 februari 2015, liep ik met een collega het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen binnen. We hadden vragen meegenomen. De belangrijkste vraag was waarom de politie zo weinig doet als het om de aanpak van de echte criminaliteit gaat. We wilden weten wat er aan de hand was bij de recherche. Waarom hapert de machine?

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het werd geen prettig gesprek. De politieman die ons te woord stond, chef van iets, vond ons vervelend. Dat zei hij ook. Wij waren vervelend en ontzettend negatief. Nooit eerder in zijn lange carrière had hij zulke nare journalisten meegemaakt als in Groningen. De politieman vond het niet nodig voorbeelden te geven.

De aanleiding om vragen te stellen was de forse daling van het aantal strafzaken dat het Openbaar Ministerie Noord-Nederland aanleverde bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden. Zo’n dertig procent. Een bevredigende verklaring was er toen niet. Op de rechtbank zeiden ze dat het Openbaar Ministerie – hofleverancier als het om strafzaken gaat – minder aanlevert dan was afgesproken. Het Openbaar Ministerie wees naar de politie. Die doet te weinig.

In 2013 merkte ik als rechtbankverslaggever dat het aantal strafzaken fors terugliep terwijl de misdaad gewoon z’n gang bleef gaan. Ik zocht contact met het toenmalige Tweede Kamerlid Magda Berndsen die per slot van rekening tussen 2006 en 2010 korpschef van de politie in Friesland was geweest. Zij vond het heul zorgelijk allemaal, bezocht de rechtbank in Groningen en stelde er vragen over aan de minister van veiligheid en justitie. Er kwamen antwoorden, maar die hadden met de vragen niet zo veel te maken.

Zo gaat dat.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

Tijdens het niet-prettige gesprek op het hoofdbureau werd een taskforce aangekondigd die de werkprocessen bij de recherche zou gaan doornemen. Want daar zat ‘m de pijn. Het uiteindelijke doel van de taskforce was om het aantal rechercheurs, dan dertig, fors uit te breiden. Max Daniel, de politieman die ons zo narrig te woord stond, zei: ’De bestrijding van de georganiseerde misdaad met dertig mensen is onverantwoord.’ Dertig moet negentig worden.

De volgende dag, op 4 februari 2015, stond in de krant: ‘Recherche onder de loep.

bericht

 

Weer worden Kamervragen gesteld. De Tweede Kamer krijgt van minister Ivo Opstelten te horen dat er niets aan de hand is in Noord-Nederland. Bij de recherche in het Noorden werken alleen al 49 financieel-rechercheurs, vertelt hij aan de Tweede Kamer.

In september 2015 trekt de Drentse commissaris van de koning Jacques Tichelaar een conclusie. Hij zegt dat de vorming van de Nationale Politie voor Drenthe negatief uitpakt. Volgens hem is er sprake van een tekort van zeventig rechercheurs in Noord-Nederland. Dat zijn geen nieuwe conclusies. Er was al eerder een rapport (‘prestaties in de strafrechtketen’) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin staat dat politie en justitie als gevolg van reorganisaties onder de maat presteren.

De politie weet dat zelf als geen ander. In juni 2015 meldt de Nederlandse Politie Bond (vakbond) op grond van een enquête onder haar leden dat de invoering van de Nationale Politie heeft geleid tot een fikse verslechtering van de dienstverlening aan de burger. De man die binnen de politie verantwoordelijk is voor de operatie is inmiddels opgestapt.

In oktober 2015 is er nog niet veel veranderd. Er zijn nog altijd te weinig rechercheurs aan het werk. De korpsleiding erkent dat er sprake is van onderbezetting en wijst wederom naar de reorganisatie als de grote boosdoener. Ter geruststelling: ‘Maar de aanpak van de zware misdaad heeft zeker onze aandacht.’

Arme politie. En van het Openbaar Ministerie moet de korpsleiding op de Rademarkt het ook niet hebben. In oktober duikt officier van justitie Pieter van Rest – spreekbuis van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland – op in de Telegraaf. Het minder op de hielen zitten van de zware jongens heeft vooral op de langere termijn gevolgen, zegt hij. Citaat: ‘Als de criminele samenwerkingsverbanden met rust worden gelaten, kunnen ze langzaam sterker worden. Op den duur ondermijnen ze de samenleving.’ Volgens Van Rest hebben ‘ze’ op de Rademarkt ook weinig benul. Hij zegt: ‘De informatiepositie van de noordelijke politie is ondermaats. Als je niet weet wat er speelt, kun je het ook niet aanpakken.’

Dat is nogal een uitspraak.

om deel 1
volledige tekst > zie elders op dit blog

Vanwege al deze perikelen mocht ik vorig jaar twee weken snuffelen op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Voor Dagblad van het Noorden schreef ik daar een lang verhaal over. Het Openbaar Ministerie, gastheer, was niet zo blij met het artikel.

Te negatief.

De leiding van het Openbaar Ministerie had het artikel voor publicatie gelezen. Bijna alle verhalen over politie en justitie, sowieso alle interviews met bestuurders en politici, worden voor publicatie door journalisten voorgelegd aan betrokkenen. Soms worden de scherpe kantjes er dan vanaf gehaald. De waarheid in de pers is soms een compromis.

In mijn publicatie duikt officier van justitie Pieter van Rest weer op. Hij zegt wat hij later tegen de Telegraaf zal zegen. Dat de informatiepositie van de politie in Noord-Nederland onder de maat is. ‘De politie heeft geen idee wat er speelt.’ Hij zegt ook dat er nog altijd veel te weinig rechercheurs zijn. En dat dat fnuikend is.

In het artikel citeer ik officier van justitie Henk Super, een oude rot in het vak. Hij klaagt: ‘Wil je een onderzoek opstarten, is er bij de politie maar een man en paardekop beschikbaar. Moet er een tweede onderzoek komen, is er niemand.’

Een jonge, zeer gedreven officier van justitie zegt wel eens het gevoel te hebben dat het Openbaar Ministerie een fiets zonder trapper is. Enthousiast: ’En toch gaan we door.’

De officier van justitie die in Noord-Nederland verantwoordelijk is voor de forensische opsporing stipt een ander probleem aan. Liquidatieonderzoeken in Amsterdam en ook het intensieve onderzoek rond de MH17 zorgen voor een enorme druk op de onderzoekscapaciteit van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De politie in Noord-Nederland mag om die reden per maand maar 42 sporen laten onderzoeken op dna. Voor heel Noord-Nederland is dat niet veel. De officier van justitie: ‘Zo ontstaan achterstanden.’

Jan Eland is de hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Hij is niet een man die om de hete brij heen draait. Hij erkent dat het binnen zijn eigen organisatie nog niet zo gaat zoals het wel zou moeten. Eland wijst erop dat de bezuinigingen die Den Haag oplegt het er niet eenvoudiger op maken. Wat heet. Hij zegt: ‘Wij lopen langs de rand van de afgrond.’

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Over de politie zegt Jan Eland dat de Nederlandse politieagent heel goed is in de bejegening, maar een proces-verbaal kan hij of zij niet schrijven. Er is, aldus Eland, sprake van een gebrek aan kwaliteit bij de politie. Citaat: ‘Daar hebben wij last van.’ En over de recherche: ‘Die zijn met te weinig.’

Dat was in oktober vorig jaar.
Het laatste bezoek aan het politiebureau was een jaar geleden.
Er zijn nog altijd minder strafzaken en relatief veel strafzaken die wel worden behandeld, zijn nog steeds oud. Dat levert nog altijd strafkortingen op voor verdachten die er ook niets aan kunnen doen. In plaats van een celstraf wordt dan een werkstraf geëist. Rechters en advocaten maken regelmatig de opmerking dat strafdossiers onvolledig zijn, dat cruciale vragen niet zijn gesteld.

Soms kan niemand daar iets aan doen, soms ook wel.

Ik volg een aantal lopende strafzaken waar naar mijn mening iets mee aan de hand is, die zeg maar niet op rolletjes lopen. Ik volg deze zaken vooral om te kijken hoe het werkt, hoe processen verlopen.

In Oost-Groningen werden in april 2015 zes jongemannen aangehouden op verdenking van een groot aantal woninginbraken, gepleegd in 2014 in Groningen en Drenthe. De rechtbank stuurde een van de hoofdverdachten twee maanden geleden naar huis met de woorden ‘U heeft lang genoeg gezeten, uw tijd zit erop.’ Het strafproces moet evenwel nog beginnen. Wanneer? In maart 2016 worden getuigen gehoord. Dat is een jaar na de arrestaties.

Het strafproces? Dat zal mei of juni worden of ergens na de vakantie, in augustus of september. Niemand is blij met deze gang van zaken, behalve misschien de zes jongemannen waar het allemaal om draait.

In oktober 2013 kwam bij de politie informatie binnen dat een hoogbejaarde mevrouw in Haren werd afgeperst. In mei 2014 werden twee verdachten, een man een een vrouw uit Haren, gearresteerd. Een jaar later, in mei 2015, besluit het Openbaar Ministerie dat de twee verdachten ook strafrechtelijk worden vervolgd. Het eens vermogende slachtoffer is vorig jaar op hoge leeftijd in armoede overleden. Wanneer de strafzaak dient, is onbekend.

Vier jaar lang is onderzoek gedaan naar de handel en wandel van de familie S. uit Delfzijl. Het idee is dat familieleden tussen juli 2006 en oktober 2014 op grote schaal actief waren in de hennepteelt en hennephandel. Een van de verdachten was, ook toen het onderzoek liep, gemeenteraadslid in Delfzijl. Op zeker zeven plaatsen werden in het najaar van 2014 invallen gedaan. Er zou sprake zijn van dubieus vastgoed. De strafzaak laat op zich wachten.

Dit zijn maar drie voorbeelden.
Er zijn veel meer.

Het wordt tijd om met een paar vragen onder de arm die narrige politiechef van een jaar geleden maar weer eens op te zoeken.

Rob Zijlstra

 

de vragen

vragen

update / 9 februari 2016
De politie heeft laten weten even tijd nodig te hebben om antwoorden te kunnen geven op de gestelde vragen. Het wordt niet deze, maar volgende week.

update / 19 februari 2016
De politie is nog steeds op zoek naar de antwoorden op de vragen die ik twee weken geleden heb gesteld. De toezegging is nu dat ik word uitgenodigd voor een gesprek. De komende week?

update / 23 februari 2016
Nadat ik maandag 22 februari een bericht mocht ontvangen dat het geven van antwoorden ‘vandaag’ niet zal lukken, ontving ik op dinsdag  23 februari het bericht dat de agent die antwoord kan/moet  geven volgende week met vakantie gaat. Ik moet dus wachten tot de man terug is. Dat zal zijn op 7 maart. De politie: wij vinden het ook jammer dat het zo lang moeten duren.

update / 13 april 2016
De afspraak stond op 7 maart. Het ongeluk wilde dat ik kort voor de afspraak onwel werd en in het ziekenhuis belandde. Terwijl de politie zich afvroeg waar ik bleef, vroegen medici zich af wat mij mankeerde.  Dat bleek – achteraf – minder ernstig dat het leek: een neuritis vestibularis. Volgens mij mag je dan een beroep doen op overmacht. Er is een nieuwe afspraak gemaakt: op 13 april (2016).

 

 

3 gedachten over “Wat de politie doet !

  1. En dan te bedenken dat ze weer extra extra in gaan zetten op de bestrijding van hennepteelt. Hoeveel menskracht daar niet in gaat zitten. Legaliseren die handel en er is geen capaciteitsprobleem meer bij de politie . Wel nog steeds een kwalireitsprobleem overigens.

  2. Rob, houd ons a.u.b. op de hoogte.
    Het spreekwoord van mijn oma; Aal mot’n de stroatstein’ het oetschraai’n, het komt oet, is dan Gronings, het geeft aan dat kietelen soms heel vervelend kan zijn,

Geef een reactie