Op stage, dag 5

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 5, de laatste dag.

 

Dag 5, dinsdag 22 september
Schermafbeelding 2015-09-23 om 00.47.49Het zit erop. Vijf dagen lang sprak ik met medewerkers van ‘het parket’ en kon ik er rondkijken, mocht ik mee-eten in de kantine en werden mij werkprocessen uitgelegd waarvan ik het bestaan niet kende.

Zo bezocht ik dinsdagochtend de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding waar tien medewerkers de dagelijkse zittingen van de politierechter voorbereiden. De dossiers zijn hier digitaal en als het GPS-systeem werkt, is er niets aan de hand. Maar het systeem werkt wel eens niet en is heel vaak heel traag, met name op dinsdag. Er stonden toen ik er was 1002 zaken (verdachten) open, zaken die in principe gereed zijn om in de rechtszaal aan de rechter te worden voorgelegd.

In principe, want probleempje: de zittingsruimte in de rechtbanken van Groningen, Assen en Leeuwarden is beperkt. Per zitting (een dag) kunnen 18 tot 24 zaken worden behandeld. Voordat die 1002 zaken zijn weggewerkt, is het lente. Ondertussen komen er dagelijks nieuwe zaken bij. De oudste zaak die nog openstaat om te worden behandeld is van 30 september 2011.

Op de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding is wel wat frustratie als er iets misgaat. Die frustratie wordt groter als het OM (‘wij dus’) daar automatisch de schuld van krijgt. Maar soms gaat het mis omdat er iets niet goed gaat bij de rechtbank. Of omdat rechters het toch weer anders willen. Er zijn heel vervelende  advocaten die bellen met onredelijke verzoeken. Nee, geen namen. Er zijn ook aardige advocaten met redelijke verzoeken. Soms is er iets met het proces-verbaal. Dan moeten ze de agent bellen, de verbalisant, voor opheldering. Tot mijn stomme verbazing (‘het is niet waar,  het is echt waar’) moeten de OM-medewerkers dat dan doen via het algemene telefoonnummer 0900-8844 (geen haast, wel politie). Probeer daar maar eens doorheen te komen. Ik wil niet weten, zeggen ze, hoeveel tijd ze daar kwijt mee zijn.

In de documentenkamer, een kloppend hart van de OM-organisatie, val ik ook om van verbazing. Drie keer per week worden hier papieren documenten in kartonnen dozen gestopt die vervolgens met een auto met chauffeur naar Almelo worden gereden om daar te worden gescand. Het spul komt dan digitaal terug. Een  deel van die stukken is eerder door de medewerkers van de documentenkamer uitgeprint. Om dus in Almelo gescand te kunnen worden. Over een paar jaar zal alles anders zijn. Zeggen ze.

In een deuropening luister ik naar een officier van justitie die aan mij vertelt dat ze last heeft van de rechtbank. Hoe ze daar met slachtoffers omgaan, echt, dat kan niet. En hoe lastig het is om te plannen omdat rechters geen vakantierooster willen maken omdat dat hun onafhankelijheid aantast. Kom op zeg! Dat is toch bezopen? En dan die bezuinigingen op de bodes, daar begrijpt de officier van justitie dus ook helemaal niets van.

Elders in het gebouw zit Sus Broekstra. Alles wat bij het Openbaar Ministerie aan zaken binnenkomt, moet worden beoordeeld.  Broekstra is  assistent-officier van justitie en is een van de GPS-beoordelaars. Zij beslist of een zaak (stel een winkeldiefstal) wordt geseponeerd, voorwaardelijk wordt geseponeerd, of het een strafbeschikking wordt (boete, schadevergoeding, werkstraf tot 180 uur, een obm of gedragsinterventie) of dat de verdachte met een dagvaarding (voor de pr, de kir of kanton) naar huis gaat. Broekstra: ‘Ik ben een multitool.’ Ze zegt ook: ‘Ik heb rechten gestudeerd, voor mij was dat vooral een cursus begrijpend lezen.’ Weet haar moeder wel wat ze doet? ‘Jaa.’

Er was tot slot een laatste gesprek, noem het een exit-gesprek, met hoofdofficier van justitie Jan Eland, de man die mij kort voor de zomer uitnodigde vijf dagen ‘langs te komen’. Een uitnodiging zonder bijbedoelingen, herhaalt hij nog even. Eland vertelde nog het een en ander: ‘Soms voelen we ons gepiepeld door de rechters.’ Ook vindt hij dat de politie te veel met zichzelf bezig is, dat het huidige cao-conflict verlammend werkt. Hij zei nog meer, maar dat staat later in de krant.

Halverwege de middag was er een ongemakkelijk moment. Uit handen van officier van justitie Pieter van Rest van ‘het nieuwe denken’ (zie dag 1) kreeg ik plotseling een cadeautje. Journalisten moeten zoiets natuurlijk niet aannemen maar voordat ik het wist was van de overdracht een foto  gemaakt. Nu ben ik chantabel. Ik biecht het maar op. Ik zei nog wel, dit had echt niet gehoeven. De regels op de krant schrijven voor dat ik de aangenomen goederen meld bij de hoofdredactie. Die moet dan maar beslissen wat ik moet doen met de sleutelhanger en de zwarte keukenschort met witte bef en de tekst ‘Openbaar Ministerie, parket Noord-Nederland.’

Ik heb mijn (hun) deurpas ingeleverd.

Nu ga ik mijn verhaal schrijven.
Er zijn aan mij geen beperkingen opgelegd.
Alles wat ik heb gezien en (bijna) alles wat ik heb gehoord kan ik opschrijven.
Er was een dingetje dat ik wel hoorde, maar dat ik niet zal gebruiken wegens gevoelige narigheden in een lopend onderzoek.
Geen halszaak.
De afspraak is dat ik mijn verhaal voor publicatie aan de afdeling communicatie zal voorleggen opdat  feitelijke onjuistheden kunnen worden aangekaart.

Rob Zijlstra

Reageren? Vragen? Klikken kan hier

2 gedachten over “Op stage, dag 5

  1. Wel erg blij om nu ook eens weer ‘de andere kant’ te hebben gehoord, zet je toch weer aan het denken. De grote vraag is ‘valt het wel op te lossen’? is het niet vechten tegen de bierkaai? Gooi de handdoek maar in de ring? Vooral dat laatste is zorgwekkend vind ik zelf. De overheid zet zichzelf buiten spel en wordt steeds ongeloofwaardiger, mede geholpen door politiek gekissebis, draaikonten beleid en kortzichtig termijn denken.

  2. Beste Rob,
    Dank voor je bereidheid om een week bij het OM te zijn en ons daarvan verslag te doen. Ik denk dat zoiets kan en als het kan, ook moet. Wat -uiteraard- ontbreekt, is het wederhoor; een rechter weet wat voor gemis dat kan betekenen.
    Hopelijk worden je artikelen breed gelezen. Goed in een tijd waarin ieder er maar via een sociaal medium uitkraamt wat hem of haar voor de kop komt, zonder nadenken. Het is en blijft een goede zaak dat het Dagblad er een eigen rechtbankverslaggever op na houdt, en ik blijf je stukken dan ook met aandacht lezen.
    Rest de vraag hoe het beter kan. Daar houden OM en rechtbank zich met regelmaat mee bezig. Over de politie heb ik het niet, dat is een geval apart. Maar dat het beter moet, leidt m.i. geen twijfel. En op een gegeven moment is te traag recht inadaequaat recht, en met te traag recht mag onze samenleving nooit genoegen nemen.
    Ik eindig met een vriendelijke groet,
    Tjeerd Duursma

Geef een reactie