Op stage, dag 4

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 4

Dag 4, vrijdag 18 september
Schermafbeelding 2015-09-18 om 21.32.07Op de vijfde dag van de week, doe ik mijn vierde stagedag. Het is een rustige dag op het parket omdat het vrijdag is. Het eerste geplande bezoek is aan het Internationaal Rechtshulp Centrum Noord-Nederland (IRC). Dat is gevestigd op een vierde verdieping van een lelijk kantoorpand op loopafstand van het OM-kantoor. Hilda Paardekooper is er de manager. De afdeling – OM’ers en politiemensen – behandelt 3500 uiteenlopende verzoeken per jaar. Heel de wereld is hun werkterrein. Irak, Iran, China en Engeland zijn lastigste landen, juridisch zaken doen met Duitsland en België verloopt doorgaans soepel, Rusland vraagt om enige diplomatie.

De medewerkers van het IRC zouden een boek moeten schrijven over wat ze daar meemaken.

Over bijvoorbeeld het kanon dat een niet zo onschuldige visser van Terschelling in internationale wateren opviste nabij Denemarken waar de Engelsen van 1914-1918 allesbehalve blij van werden. Over het gestolen zilver uit Groningen in Zwitserland. Over de mevrouw die haar lelijke man vastbond op een bed, Nederland wist te bereiken en zich hier nu al 19 jaar veilig waant. Over de verdachte die op verzoek is aangehouden in de Verenigde Staten en die wegens zware omstandigheden niet kan vliegen met de KLM waardoor nu een vrachtschip gezocht moet worden om haar toch hier te krijgen.

Terug in het hoofdgebouw meld ik mij bij de afdeling communicatie waar wordt vastgesteld dat het qua hectiek een rustige week is geweest. Er waren niet heel veel persvragen. Er waren een paar vragen over de voetbalrellen in de binnenstad van Groningen. De antwoorden moeten vooralsnog van de politie komen.

Wat vinden de communicatiespecialisten eigenlijk van ‘wij’ de pers? Nou best wel goed eigenlijk. Ze zeggen dat de persberichten die door ons de wereld worden ingestuurd, bijna altijd worden overgenomen. Toch niet? Jawel. Bijna klakkeloos. Dan denken we nog wel, er zullen naar aanleiding van ons bericht vast journalisten bellen met vragen. De antwoorden liggen dan klaar, maar de vragen blijven vaak uit. Wat ‘wij’ van de pers ook nogal doen, vinden de voorlichters: zaken versimpelen.

Au!

Ik sluit de week af met een stevig gesprek met officier van justitie Liesbeth Joosten, afdelingshoofd interventies. Zij denkt dat er de komende jaren veel gaat veranderen en spreekt daar enthousiast over. Het strafrecht is haar gedreven overtuiging (voortschrijdend inzicht), is niet overal de oplossing voor. We moeten met z’n allen wat slimmer worden. Want het resultaat van wat wij in de keten doen, mag wel wat meer effect sorteren, zegt zij.

Voorbeeld uit haar praktijk. Echtpaar van in de zeventig. Doen samen boodschappen. Hij steelt, stopt in winkels spullen in de tas. Zij weet dat, maar durft daar niets van te zeggen, ook omdat ze zich schaamt. Vooral daarom. Blijkt dat de man een hersenbloeding heeft gehad en nadien nooit meer dezelfde is. Er komt een aangifte en voordat zo’n man voor de rechter staat, is er een jaar verstreken (capaciteit). Dat heeft geen zin. Daar moeten we anders mee omgaan, wij moeten dan een andere rol gaan spelen, samen met onze partners in de strafrechtketen. Dan moeten we die man niet straffen, maar dan moeten we zo’n echtpaar helpen.

Een van de beste uitvindingen om dat – dat echtpaar helpen – te kunnen doen, zegt Liesbeth Joosten: ZSM. Dat advocaten en rechters daar minder enthousiast over zijn, mag zo wezen. Joosten: ‘ZSM gaat niet meer verdwijnen. Dus advocaten en rechters, sluit u aan. ZSM is geen OM-feestje.’

De werkkamer van Liesbeth Joosten is helemaal op de vierde verdieping (de hoogste) en dan ook nog eens helemaal aan het einde van de gang. Dat betekent niet dat haar ideeën niet door de rest van het OM worden omarmd. Ze zegt: ‘Dat worden ze wel.’

II als u niet weet wat ZSM is, moet u dat maar even opzoeken, dat kan hier

Toen ik thuiskwam lag op d mat  het NRC met de grote kop op de voorpagina Minder strafzaken door reorganisatie van de politie. De krant schrijft dit op basis van een uitlating van de nieuwe rechtbankpresident van de rechtbank in Amsterdam. Het is de schuld van de politie die meer met zichzelf dan met opsporing bezig is, zegt de nieuwkomer die al heel lang rechter is. De president heeft het artikel gelezen voordat het werd gepubliceerd, dus hij heeft er een bedoeling mee.

Dat er minder strafzaken in rechtszalen zijn, is een feit.
Maar dat dat een gevolg is van een (1) oorzaak (politie), is denk ik een te simpele voorstelling van zaken.
Een journalist die een week rondloopt op de burelen van een Openbaar Ministerie ontdekt dat alles (veel) toch wat genuanceerder ligt.

Dat is het nadeel van zo’n week.
Ik ga voor het voordeel.

Dinsdag rond ik mijn OM-stage af. Ik ga op de laatste dag op zoek naar antwoorden op vragen die er nog liggen, ik bezoek nog twee afdelingen en verwacht daarna te kunnen spreken met Jan Eland, de hoofdofficier van justitie die mij uitdaagde deze bijzondere week aan te gaan.

Een gedachte over “Op stage, dag 4

  1. Waarom is meer nuance nadelig?
    Een Franse uitspraak is: Tout comprendre c’est tout pardonner.
    John Major zou gezegd hebben: We should condemn a little more and understand a little less.
    Hopelijk laat je je niet van de wijs brengen door alle informatie.

    Ik ben benieuwd naar je conclusies na deze week. Hoe gaat het met de aanpak van criminaliteit? Kan / moet het beter? Zo ja, hoe denk je dat dat moet?

Geef een reactie