De politie is een goed idee

wat anderen schrijven

De politie is er vooral voor de vorm en dat is maar goed ook, schrijft Bart de Koning, onderzoeksjournalist, in (op) De Correspondent. Zijn artikel heet ‘De zeven plagen van de Nationale politie’.

Een van die plagen is volgens hem de ‘meten-is-wetencultuur’ (politiecijfers). Die cultuur, meldt De Koning, leidt tot schijnexactheid, veroorzaakt onnodige bureaucratie en zorgt voor perverse effecten. De politie jaagt achter makkelijke doelen aan en rapporteert wat de minister wil horen. Om de afgesproken aantallen maar te halen worden strafdossier die onder de maat zijn naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Gevolg: veel sepots. Op papier wordt de politie productiever, maar in de praktijk belanden er minder verdachten in de rechtszaal.

Is dit een verklaring voor de rust in Zittingszaal 14?

De Koning schrijft zijn bevindingen toe aan deskundigen en hooggeplaatsten binnen de politie met wie hij zegt te hebben gesproken.

Wat hij schrijft, komt overigens niet uit de lucht vallen. Al veel langer wordt gezegd dat de misdaadcijfers niet deugen. Er bestaan cijfers over het aantal fietsendiefstallen, gebaseerd op het aantal aangiftes. Veel fietsendiefstallen leiden niet tot een aangifte. Dat geldt ook voor woninginbraken en vernielingen. Geweldsmisdrijven laten zich nog minder goed vangen in cijfers. Oftewel: er bestaan meer en minder betrouwbare cijfers over onderdelen van de misdaad, maar cijfers over de misdaad bestaan niet.

Ondertussen blijft de politie maar cijfers produceren die overigens gretig aftrek vinden bij ons van de media. Op basis van jaarverslagen melden wij tenminste eens per jaar dat de misdaad is af- dan wel toegenomen en met hoeveel procent het veiliger (onveiliger) is geworden. Dat zouden wij niet meer moeten doen.

Schermafbeelding 2015-06-10 om 13.28.55De Koning citeert hoogleraar (politiestudies en veiligheidsvraagstukken) Bob Hoogenboom. De kern van het probleem is volgens de politieprofessor vervat in twee mythes. De eerste is dat de politie vooral bezig is met het bestrijden van de misdaad. De tweede is dat het strafrecht daarvoor een geschikt middel is.

In de praktijk besteedt de politie maar tien procent van haar tijd aan de (bestrijding van) misdaad. Het merendeel van het werk zit in het zichtbaar aanwezig zijn, praten, dreigen en begeleiden (van verwarde mensen bijvoorbeeld). De politie heeft vooral een (belangrijke) symbolische functie. Misdaadstatistieken doen geen recht aan het werk van de politie.

En dat het strafrecht (ooit bedoeld als ultimum remedium) niet de oplossing is, is ook al geen geheim meer hoewel sommigen nog altijd geloven dat strengere straffen doet afschrikken.

Collega De Koning citeert een ‘hoge politiefunctionaris’: ‘Het laagste niveau van denken is tellen.’

r.z.

links
De zeven plagen van de Nationale politie [de correspondent]
De politie is er vooral voor de vorm [de correspondent]

 

Geef een reactie