Meer dan een glossy?

Ik heb kritische lezers. Harry Bos is daar een van. Hij kent de wereld waarover ik schrijf. Vandaag kreeg ik een e-mail van hem met kritische noten. Ik heb gevraagd of hij het goed vond dat ik zijn verhaal hier en op deze wijze publiceer. Hij vond het goed. Hij schreef het navolgende:

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41‘Het OM – net als het gevangeniswezen en TBS-veld zit niet alleen achter gesloten deuren, ze houdt die wereld ook graag voor het publiek verborgen. Hoewel er met publiek geld gewerkt wordt, blijft onzichtbaar waar het geld aan besteedt wordt. Slechts af toe krijgt een journalist toestemming om een kijkje te nemen.

Vorig jaar liet het DvhN een maand lang een journalist meelopen in de van Mesdag en gaf daar een glossy boek over uit met mooie kleurenfoto s. Niet het Grote Verhaal zoals de NRC wekelijks een complex verhaal uitpluist, maar een fijn stukje PR voor de instelling. De ‘onderzoeksjournalist’ hoefde van zijn redactie hier blijkbaar geen mening meer te hebben. Het zijn keuzes die een krantenredactie maakt en als lezer kies je je krant. Commercieel belang afgestemd op wat de lezers willen lezen.

Het levert de krant een glossy boek op met strak geregisseerde kleurenfoto’s die blijkbaar genoeg aftrek vinden bij het publiek.

In jouw artikelen lees ik doorgaans oprechte betrokkenheid bij het onderwerp, je zit in de rechtbank ook letterlijk, er dicht bovenop. Hiermee wek je de illusie dat je zo zuiver mogelijk wilt werken. Je stijl is altijd mild. Ook naar het OM. In je laatste lezing vertelde je desgevraagd eerlijk, je wel een beetje in te houden wanneer een korpschef je daar om vraagt. Zo gaat dat dus.

Je columns zijn vaak interessant om te lezen. Ze geven een beeld van wat er zich afspeelt voor het hekje in de rechtbank. Niet meedeinend op de sensatie van de week zoals de meeste media dat doet. Daarmee wordt heel duidelijk dat de grote criminaliteit zoals die in de film en veel andere media wordt gepresenteerd, ook helemaal niet bestaat. Persoonlijk vind ik het ook fijn omdat mildheid en humor altijd aanwezig blijft en hiermee de verharding beperkt blijft.

Maar toch geven ook jouw columns niet een beeld dat de lading dekt. Dit, doordat je een beeld geeft van een wereld waarin het enkel de juridische waarheid betreft. De echte wereld ligt daar nog steeds achter verborgen. Zoals je weet heb ik erg lang gewerkt achter de justitiële muren. Al snel werd me duidelijk dat het daar niet gaat over de ‘waarheid’ en het ‘recht’. Lulletje Rozenwater zit voor zeden. De dominee en het schoolhoofd die ik kende als daders van geweld- en zedendelicten in het dorp waar ik opgroeide gingen ‘met een regeling’ met vervroegd pensioen en de grote drugsbende waar wekenlang over werd geschreven in het Dagblad logeerde maar een paar nachtjes in het HvB aan het Helperdiepje. Er bleken ‘stukken onvindbaar’ of er was ‘een paar dagen te laat een gerechtelijk schrijven uitgereikt.’

Nee geloof in recht ben je snel kwijt wanneer je binnen de muren werkt. Maar dat is niet erg, het leven gaat er gewoon om door en dus was het prima werken. Jouw wekelijkse columns zijn dan ook altijd een leuke weerslag van dit ‘Recht’. Even verpozen bij een bakje koffie.

Ik ben blij dat ze recht doen aan wat er gebeurt in de rechtszaal maar ook stoort me dat ze zijn altijd geschreven zijn vanuit de positie van de nogal paternalistische goegemeente. De deugdzame burger die met gepast mededogen kijkt naar de burger die de fout is ingegaan. Een paar rechters in ‘kijken in de ziel’ kwamen er ook eerlijk voor uit; in de rechtbank gaat het enkel over het juridische gelijk. ‘We hebben de rechtspraak nodig als paardenmiddel maar het betekent niet dat altijd de dader veroordeeld wordt en het slachtoffer genoegdoening krijgt, het omgekeerde gebeurt evengoed.’

Dat veel gedetineerden en TBS-patiënten zich niet herkennen in wat er over hen geschreven staat, is dan ook niet verwonderlijk. Het had ten doel om tot een veroordeling te komen. Interessanter is dan ook, om mensen te volgen die tegen de grenzen van dit strafrecht aanklotsen. Corinne de Ruyter bijvoorbeeld, die recent voor de derde maal berispt wordt terwijl ze een heel inhoudelijke visie op haar werk heeft. Léonie Holtes, die kort voor haar zelfmoord een prachtig boek schreef over haar korte en jonge carrière als psycholoog in een tbs-kliniek. Dáár botst het leven van alle dag op het juridische gelijk.

Dat je tijdens je stage hardwerkende mensen hebt ontmoet is een open deur. Zelfs in de meest verachtelijke systemen werkten aardige mensen heel hard. Hanna Arendt en Michel Foucault hebben daar helder over geschreven. Joris Luyendijk heeft dat ook goed begrepen denk ik, toen hij voor zijn aanpak koos ter voorbereiding op zijn laatste boek met de veelzeggende titel ‘Het kan niet waar zijn.’- niet een paar dagen stage, maar lang, erg lang gaan wonen en leven tussen je onderwerp.

In de Mesdag zei mijn mentor toen ik daar begon ‘eerst een jaar sponzen jongen’ (absorberen niet oordelen) ‘Logische aanbeveling’ vond ik indertijd – een Japanse kogelvissnijder moet ook eerst 10 jaar oefenen alvorens hij een dergelijk visje mag opdienen. Daarna kun je efficiënt en veilig werken (mits het systeem dat toelaat).

Met dit blog schrijf je ook niet langer vanuit je ‘eigen honk,’ de rechtbank maar ga je naar buiten, voorlopig nog op stage. En een week op stage, dat moet voor een doorgewinterde rechtbankjournalist toch al wel genoeg inzicht opleveren om tot een paar heldere inzichten\conclusies te komen. Al was het alleen al over de voortgang van dit project. Even terug dus naar de aanleiding voor deze stage; Eric van Slooten de OvJ was plots verdwenen en informatie werd niet verstrekt over zijn vertrek. Dat vond je opmerkelijk en aangezien hij een openbare functie bekleedde, vond je, dat we als samenleving toch wel iets meer geïnformeerd mochten worden over dit plotselinge vertrek. Terecht, wanneer een wethouder, burgemeester zo plotseling zou verdwijnen, dan zouden we daar ook iets meer over willen horen. Een openbare functie vraagt om enige verantwoording en ik heb Eric leren kennen als jonge gevangenisdirecteur die niet bang was zich in het openbaar te uiten.

Het OM gaf echter geen antwoord (later vertelde je dat ze iets gezegd hadden als dat het een privékwestie zou zijn ) maar bood je een stage aan. Nu dit achter de rug is, ben ik dan ook benieuwd naar wat dit je opgeleverd heeft.

Je hebt je stageopdracht later ook iets verbreed door je op Joris Luyendijk-achtige wijze dit blog te starten en mee te gaan lopen met de zaken die in het nieuws komen rond rechtszaken die voorkomen en vervolgens – zeer- lang op de plank blijven liggen. Hiertoe, heb je op dit blog, tot nu de zaak van de motorbende ingebracht. Blijkbaar ben je hier tijdens je stage weinig (ja, dat er 1002 op de plank liggen en een aardige hulp-OvJ haar taalvaardigheid oefent op deze dossiers) over deze beide kwesties tegen gekomen, want ik heb er verder nog weinig over teruggelezen.

Samengevat moet ik dus opmaken uit de aanleiding en je zelfgekozen casus, dat je nog weinig informatie hebt kunnen achterhalen. – maar misschien is er ook niet meer en is het wat het is. Je hebt het wel naar je zin gehad. Je hebt leuke, hardwerkende mensen ontmoet – een leuk kookshort gekregen die je vast kunt gebruiken als liefhebber van de goede eigen keuken- ze denken met je mee- maar dat zal een journalist op zoek naar de achtergrond van de financiële crisis, ook ervaren hebben, wanneer hij op onderzoek naar Griekenland gaat.
‘Hoe nu verder?’ Vraag je je af.

Joris Luyendijk heeft wel iets ontketend. Zijn doortastendheid, inleven op de ‘plaats delict’ heeft een heel goed boek opgeleverd. Folkert Jensema toont wekelijks zijn kennis van zaken in justitie –dossiers. Wellicht hebben beiden een goede tip. Het belang lijkt me evident. Deze week werd wederom duidelijk hoeveel inspanning dat het departement Veiligheid en Justitie steekt in het sturen op beeldvorming. Langzaam maar zeker is de hele oppositie er dan ook wel van overtuigd dat er iets meer aan de hand is op dat departement. Daar moet een journalistiek verhaal in zitten waar meer uit te halen is dan een glossy boek.

Harry Bos
gastschrijver

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41

Lees meer

Op stage, dag 5

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 5, de laatste dag.

 

Dag 5, dinsdag 22 september
Schermafbeelding 2015-09-23 om 00.47.49Het zit erop. Vijf dagen lang sprak ik met medewerkers van ‘het parket’ en kon ik er rondkijken, mocht ik mee-eten in de kantine en werden mij werkprocessen uitgelegd waarvan ik het bestaan niet kende.

Zo bezocht ik dinsdagochtend de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding waar tien medewerkers de dagelijkse zittingen van de politierechter voorbereiden. De dossiers zijn hier digitaal en als het GPS-systeem werkt, is er niets aan de hand. Maar het systeem werkt wel eens niet en is heel vaak heel traag, met name op dinsdag. Er stonden toen ik er was 1002 zaken (verdachten) open, zaken die in principe gereed zijn om in de rechtszaal aan de rechter te worden voorgelegd.

In principe, want probleempje: de zittingsruimte in de rechtbanken van Groningen, Assen en Leeuwarden is beperkt. Per zitting (een dag) kunnen 18 tot 24 zaken worden behandeld. Voordat die 1002 zaken zijn weggewerkt, is het lente. Ondertussen komen er dagelijks nieuwe zaken bij. De oudste zaak die nog openstaat om te worden behandeld is van 30 september 2011.

Op de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding is wel wat frustratie als er iets misgaat. Die frustratie wordt groter als het OM (‘wij dus’) daar automatisch de schuld van krijgt. Maar soms gaat het mis omdat er iets niet goed gaat bij de rechtbank. Of omdat rechters het toch weer anders willen. Er zijn heel vervelende  advocaten die bellen met onredelijke verzoeken. Nee, geen namen. Er zijn ook aardige advocaten met redelijke verzoeken. Soms is er iets met het proces-verbaal. Dan moeten ze de agent bellen, de verbalisant, voor opheldering. Tot mijn stomme verbazing (‘het is niet waar,  het is echt waar’) moeten de OM-medewerkers dat dan doen via het algemene telefoonnummer 0900-8844 (geen haast, wel politie). Probeer daar maar eens doorheen te komen. Ik wil niet weten, zeggen ze, hoeveel tijd ze daar kwijt mee zijn.

In de documentenkamer, een kloppend hart van de OM-organisatie, val ik ook om van verbazing. Drie keer per week worden hier papieren documenten in kartonnen dozen gestopt die vervolgens met een auto met chauffeur naar Almelo worden gereden om daar te worden gescand. Het spul komt dan digitaal terug. Een  deel van die stukken is eerder door de medewerkers van de documentenkamer uitgeprint. Om dus in Almelo gescand te kunnen worden. Over een paar jaar zal alles anders zijn. Zeggen ze.

In een deuropening luister ik naar een officier van justitie die aan mij vertelt dat ze last heeft van de rechtbank. Hoe ze daar met slachtoffers omgaan, echt, dat kan niet. En hoe lastig het is om te plannen omdat rechters geen vakantierooster willen maken omdat dat hun onafhankelijheid aantast. Kom op zeg! Dat is toch bezopen? En dan die bezuinigingen op de bodes, daar begrijpt de officier van justitie dus ook helemaal niets van.

Elders in het gebouw zit Sus Broekstra. Alles wat bij het Openbaar Ministerie aan zaken binnenkomt, moet worden beoordeeld.  Broekstra is  assistent-officier van justitie en is een van de GPS-beoordelaars. Zij beslist of een zaak (stel een winkeldiefstal) wordt geseponeerd, voorwaardelijk wordt geseponeerd, of het een strafbeschikking wordt (boete, schadevergoeding, werkstraf tot 180 uur, een obm of gedragsinterventie) of dat de verdachte met een dagvaarding (voor de pr, de kir of kanton) naar huis gaat. Broekstra: ‘Ik ben een multitool.’ Ze zegt ook: ‘Ik heb rechten gestudeerd, voor mij was dat vooral een cursus begrijpend lezen.’ Weet haar moeder wel wat ze doet? ‘Jaa.’

Er was tot slot een laatste gesprek, noem het een exit-gesprek, met hoofdofficier van justitie Jan Eland, de man die mij kort voor de zomer uitnodigde vijf dagen ‘langs te komen’. Een uitnodiging zonder bijbedoelingen, herhaalt hij nog even. Eland vertelde nog het een en ander: ‘Soms voelen we ons gepiepeld door de rechters.’ Ook vindt hij dat de politie te veel met zichzelf bezig is, dat het huidige cao-conflict verlammend werkt. Hij zei nog meer, maar dat staat later in de krant.

Halverwege de middag was er een ongemakkelijk moment. Uit handen van officier van justitie Pieter van Rest van ‘het nieuwe denken’ (zie dag 1) kreeg ik plotseling een cadeautje. Journalisten moeten zoiets natuurlijk niet aannemen maar voordat ik het wist was van de overdracht een foto  gemaakt. Nu ben ik chantabel. Ik biecht het maar op. Ik zei nog wel, dit had echt niet gehoeven. De regels op de krant schrijven voor dat ik de aangenomen goederen meld bij de hoofdredactie. Die moet dan maar beslissen wat ik moet doen met de sleutelhanger en de zwarte keukenschort met witte bef en de tekst ‘Openbaar Ministerie, parket Noord-Nederland.’

Ik heb mijn (hun) deurpas ingeleverd.

Nu ga ik mijn verhaal schrijven.
Er zijn aan mij geen beperkingen opgelegd.
Alles wat ik heb gezien en (bijna) alles wat ik heb gehoord kan ik opschrijven.
Er was een dingetje dat ik wel hoorde, maar dat ik niet zal gebruiken wegens gevoelige narigheden in een lopend onderzoek.
Geen halszaak.
De afspraak is dat ik mijn verhaal voor publicatie aan de afdeling communicatie zal voorleggen opdat  feitelijke onjuistheden kunnen worden aangekaart.

Rob Zijlstra

Reageren? Vragen? Klikken kan hier

Lees meer

Op stage, dag 4

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 4

Dag 4, vrijdag 18 september
Schermafbeelding 2015-09-18 om 21.32.07Op de vijfde dag van de week, doe ik mijn vierde stagedag. Het is een rustige dag op het parket omdat het vrijdag is. Het eerste geplande bezoek is aan het Internationaal Rechtshulp Centrum Noord-Nederland (IRC). Dat is gevestigd op een vierde verdieping van een lelijk kantoorpand op loopafstand van het OM-kantoor. Hilda Paardekooper is er de manager. De afdeling – OM’ers en politiemensen – behandelt 3500 uiteenlopende verzoeken per jaar. Heel de wereld is hun werkterrein. Irak, Iran, China en Engeland zijn lastigste landen, juridisch zaken doen met Duitsland en België verloopt doorgaans soepel, Rusland vraagt om enige diplomatie.

De medewerkers van het IRC zouden een boek moeten schrijven over wat ze daar meemaken.

Over bijvoorbeeld het kanon dat een niet zo onschuldige visser van Terschelling in internationale wateren opviste nabij Denemarken waar de Engelsen van 1914-1918 allesbehalve blij van werden. Over het gestolen zilver uit Groningen in Zwitserland. Over de mevrouw die haar lelijke man vastbond op een bed, Nederland wist te bereiken en zich hier nu al 19 jaar veilig waant. Over de verdachte die op verzoek is aangehouden in de Verenigde Staten en die wegens zware omstandigheden niet kan vliegen met de KLM waardoor nu een vrachtschip gezocht moet worden om haar toch hier te krijgen.

Terug in het hoofdgebouw meld ik mij bij de afdeling communicatie waar wordt vastgesteld dat het qua hectiek een rustige week is geweest. Er waren niet heel veel persvragen. Er waren een paar vragen over de voetbalrellen in de binnenstad van Groningen. De antwoorden moeten vooralsnog van de politie komen.

Wat vinden de communicatiespecialisten eigenlijk van ‘wij’ de pers? Nou best wel goed eigenlijk. Ze zeggen dat de persberichten die door ons de wereld worden ingestuurd, bijna altijd worden overgenomen. Toch niet? Jawel. Bijna klakkeloos. Dan denken we nog wel, er zullen naar aanleiding van ons bericht vast journalisten bellen met vragen. De antwoorden liggen dan klaar, maar de vragen blijven vaak uit. Wat ‘wij’ van de pers ook nogal doen, vinden de voorlichters: zaken versimpelen.

Au!

Ik sluit de week af met een stevig gesprek met officier van justitie Liesbeth Joosten, afdelingshoofd interventies. Zij denkt dat er de komende jaren veel gaat veranderen en spreekt daar enthousiast over. Het strafrecht is haar gedreven overtuiging (voortschrijdend inzicht), is niet overal de oplossing voor. We moeten met z’n allen wat slimmer worden. Want het resultaat van wat wij in de keten doen, mag wel wat meer effect sorteren, zegt zij.

Voorbeeld uit haar praktijk. Echtpaar van in de zeventig. Doen samen boodschappen. Hij steelt, stopt in winkels spullen in de tas. Zij weet dat, maar durft daar niets van te zeggen, ook omdat ze zich schaamt. Vooral daarom. Blijkt dat de man een hersenbloeding heeft gehad en nadien nooit meer dezelfde is. Er komt een aangifte en voordat zo’n man voor de rechter staat, is er een jaar verstreken (capaciteit). Dat heeft geen zin. Daar moeten we anders mee omgaan, wij moeten dan een andere rol gaan spelen, samen met onze partners in de strafrechtketen. Dan moeten we die man niet straffen, maar dan moeten we zo’n echtpaar helpen.

Een van de beste uitvindingen om dat – dat echtpaar helpen – te kunnen doen, zegt Liesbeth Joosten: ZSM. Dat advocaten en rechters daar minder enthousiast over zijn, mag zo wezen. Joosten: ‘ZSM gaat niet meer verdwijnen. Dus advocaten en rechters, sluit u aan. ZSM is geen OM-feestje.’

De werkkamer van Liesbeth Joosten is helemaal op de vierde verdieping (de hoogste) en dan ook nog eens helemaal aan het einde van de gang. Dat betekent niet dat haar ideeën niet door de rest van het OM worden omarmd. Ze zegt: ‘Dat worden ze wel.’

II als u niet weet wat ZSM is, moet u dat maar even opzoeken, dat kan hier

Toen ik thuiskwam lag op d mat  het NRC met de grote kop op de voorpagina Minder strafzaken door reorganisatie van de politie. De krant schrijft dit op basis van een uitlating van de nieuwe rechtbankpresident van de rechtbank in Amsterdam. Het is de schuld van de politie die meer met zichzelf dan met opsporing bezig is, zegt de nieuwkomer die al heel lang rechter is. De president heeft het artikel gelezen voordat het werd gepubliceerd, dus hij heeft er een bedoeling mee.

Dat er minder strafzaken in rechtszalen zijn, is een feit.
Maar dat dat een gevolg is van een (1) oorzaak (politie), is denk ik een te simpele voorstelling van zaken.
Een journalist die een week rondloopt op de burelen van een Openbaar Ministerie ontdekt dat alles (veel) toch wat genuanceerder ligt.

Dat is het nadeel van zo’n week.
Ik ga voor het voordeel.

Dinsdag rond ik mijn OM-stage af. Ik ga op de laatste dag op zoek naar antwoorden op vragen die er nog liggen, ik bezoek nog twee afdelingen en verwacht daarna te kunnen spreken met Jan Eland, de hoofdofficier van justitie die mij uitdaagde deze bijzondere week aan te gaan.

Lees meer

Op stage, dag 3

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 3.

Dag 3, woensdag 16 september
eng1In kamer 3.34 van Administratie voorgeleidingen & preventieven (en tbs) begint (bijna) alles. Aan de muur hangt een briefje met daarop de namen van de verdachten die recent zijn aangehouden wegens een misdrijf en nu vastzitten in het cellencomplex van de politie aan de Hooghoudtstraat in Groningen. Rond tien uur woensdagochtend zaten daar dertien personen achter de tralies (een gesloten deur). Een aantal namen op het lijstje herken ik. Zes uur na de aanhouding volgt de inbewaringstelling. Dan krijgen ‘ze’ een map met een parketnummer. De mannen van kamer 3.34 werken met groot genoegen met een computerprogramma uit de vorige eeuw. Het genoegen: het werkt altijd.

Naast deze administratie zit Administratie MK waar ik dinsdag al even een kijkje mocht nemen. Het verbaast mij dat zo weinig mensen hier zo veel werk moeten verzetten om een strafzaak goed in de rechtszaal te krijgen. Werken heet hier brooz’n, voor een lunch is meestal geen tijd, het is een broodje wegslikken aan het bureau. Een van de broozers: ‘Wij zijn blij wanneer in de krant staat: ‘uitspraak over twee weken’. Dan weten wij dat de zaak goed is verlopen.’

Het derde bezoek van deze derde ‘stagedag’ is een bezoek aan de BOB-kamer, waar OM’ers en politiemensen samen kantoorhouden. BOB staat voor bijzondere opsporingsbevoegdheden: het uitlezen van historische telefoongegevens, het afluisteren van telefoongesprekken, het plaatsen van afluisterapparatuur in bijvoorbeeld auto’s, het opvragen van beelden van beveiligingscamera’s, pseudo-kopen (op Marktplaats bv), infiltraties. In de BOB-kamer wordt alles vastgelegd, gecontroleerd en opgeborgen in kluizen. De medewerkers van de BOB-kamer moeten de tijd een beetje voor zijn opdat ze weten hoe de nieuwste spelcomputers en smart-tv’s kunnen worden afgeluisterd.

Er is een afdeling zittingsroosters. Ik ben opnieuw verbaasd. Vroeg ik mij eerst af waarom het toch zo regelmatig misgaat in de rechtszaal, inmiddels stel ik vast dat het een wonder mag heten dat er überhaupt strafzaken zijn waar alles goed gaat. Het is een gigantisch logistiek gegoochel om ervoor te zorgen dat alles samenvalt. Dus dat de juiste officier van justitie met het correcte en volledige strafdossier op de afgesproken dag en tijdstip in de juiste rechtszaal van de aangewezen rechtbank van Groningen, Assen of Leeuwarden zit waar op dat moment ook de juiste rechters, de juiste advocaat, advocaten, opgeroepen tolken, medewerkers van de reclassering en eventuele slachtoffers zitten. Ook niet te vergeten: de juiste bij het strafdossier horende verdachte(n).

De medewerkster van afdeling zittingsroosters: ‘Je kunt wel in de krant schrijven dat er van alles misgaat, maar het is heel goed dat je dit eens zelf ziet.’ En dat is het.

De verbazing blijft bij de afdeling algemene zaken waar ik pas mag vertrekken na alles te hebben gehoord wat ze daar doen: het ondersteunen van de officier van justitie in zijn/haar niet strafrechtelijke taken. Dat zijn er een boel. Kleine greep: het geven van toestemming om direct na de ondertrouw te huwen en dus niet de wettelijk verplichte 14 dagen wachttijd (bedenktijd?) in acht te nemen. Of het verrichten van handelingen met betrekking tot de wet op de lijkbezorging inzake niet natuurlijk overlijden. Voor het idee: in 2014 stierven 1200 mensen in Noord-Nederland zo’n niet-natuurlijke dood. Nog een taak: het gijzelen van mensen in faillissementszaken met een riekend geurtje. Voorspelling van de afdeling: die gijzelingen gaan toenemen.

donderdag ben in OM-vrijgeroosterd om strafzaken te kunnen volgen in zittingszaal 14.
vrijdag: bezoek aan het internationaal rechtshulp centrum noord-nederland en een gesprek met officier van justitie Liesbeth Joosten, afdelingshoofd interventies.

kort verslag dag 1
kort verslag dag 2

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Op stage, dag 2

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 2.

Dag 2, dinsdag 15 september
Schermafbeelding 2015-09-15 om 20.35.55Er was tegen mij gezegd dat er veel meer gebeurt bij het Openbaar Ministerie dan ik misschien zou denken. Wat heet. Je komt er van alles tegen. Iemand zegt: ‘Dat is H. Hij doet de onnatuurlijke doden.‘ Iemand anders: ‘Wat ik hier doe? Ik doe de beveiliging van bedreigde personen.’

De ochtend vangt aan met de tweewekelijkse zeepkist-bijeenkomst op de vierde verdieping. Daar praat plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Hessel Schuth met beide benen op de grond de medewerkers bij over de geslaagde barbecue, over ondermijningscriminalteit en over een groot probleem dat straks besproken zal worden. Officier van justitie Corien Fahner neemt een paar recente zaken door: het Bierumer wietproces (‘een succes voor het om’), over de branden in Hoogeveen en het lastige onderzoek dat daar bijhoort en heel kort over de Jumbo-zaak. ‘Ik had graag hier geroepen: we got him.

Daarna schuif ik aan bij het 7-weken-overleg waar officier van justitie Martijn Kappeyne van de Coppello de strafzaken bespreekt die over zeven weken op zitting komen. Inhoudelijk dan wel pro forma. Dat is steeds de vraag. Kappeyne van de Coppello moet de knopen doorhakken waarbij de preventieven vanwege de termijnen voorrang krijgen.

Dan is er het persofficierenoverleg onder leiding van Pieter van Rest en met onder anderen ook Manon Hoiting, mijn steun en toeverlaat deze week. Het gaat in dit overleg over van alles. Over de indrukwekkende driedaagse cursus jihadisme die is gevolgd, over het donkere dagen offensief van de politie (‘gaan we liken op Facebook’), over het thema kindermishandeling en het nut daarover te vertellen op scholen (heeft nut). Het gaat over persberichten, over fouten in persberichten (toegeven of niet?), de aangeschafte camera met pag-geld en over de valkuilen van camerabeelden die banken maken bij pinautomaten.

Kort voor en kort na de lunch ga ik met officier van justitie Sanne Kromdijk appointeren. Wij doen dat op de derde verdieping, in kamer 32. Het OM-gebouw is heul hip, maar ook een beetje steriel (spierwitte vloeren). Kamer 32 is anders: kasten vol strafdossiers, strafdossiers op de grond, stapels papieren in mappen op de bureaus waar nauwelijks ruimte is voor een toetsenbord of een bekertje koffie. Hier wordt echt gewerkt! Woensdag schuif ik opnieuw aan in 32 om tekst en uitleg te krijgen over de werkwijze.

Ik sluit dag 2 af met een bezoek aan de Weekdienst waar officier van justitie Ineke van Overbeeke topsport bedrijft. Ze moet op basis van vaak summiere informatie ingrijpende besluiten nemen over verzoeken die per roodgloeiende telefoon binnenkomen. Het zijn vooral vragen van politiemensen. Kan Jantje worden aangehouden buiten heterdaad, kan Pietje die al vast zit niet in beperking, de recherche wil een spoedtap plaatsen. Of dat kan? En mag? Ze zegt: ‘Deze dienst duurt een week, vrijdag kun je me wegdragen.’ Ze wordt bijgestaan door de parketsecretarissen Loes Boomsma en Francien van der Leij. Zij zijn rechterhanden. Tegen het raam van hun kantoorkamer staat een kaartje: ‘Geen paniek, het is maar chaos.’

→ kort verslag dag 1

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Op stage, dag 1

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.

Hieronder kort wat ik heb gedaan.

 

Dag 1, maandag 14 september
Schermafbeelding 2015-09-14 om 22.43.16Om kwart voor negen meld ik mij aan de Paterswoldseweg 814 in Groningen (met uitzicht op Drenthe). Uit handen van plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Hessel Schuth ontvang ik de rijkspas die mij deze week toegang geeft tot het gebouw.

Het eerste overleg dat ik bijwoon betreft dat van het Bureau Recherche onder leiding van recherche-officier Corien Fahner. Het gaat onder meer over de kwaliteit van de forensische opsporing, over de cie die nu weer anders heet, over capaciteiten en prioriteiten, over klapdagen en ingrijpscenario’s’.

Daarna volgt een gesprek met officier van justitie Pieter van Rest van de afdeling Beleid & Strategie. We spreken over de rol van het strafrecht, over die van de burgemeesters, over het nieuwe denken (in plaats van het oude denken), over de criminele beleidsanalyses en de informatiepositie van de politie. En zo nog wat zorgen.

De middag begint met een gesprek met Ineke Diender, zaakscoördinator slachtoffers. Staat binnen het OM vooral de verdachte centraal, bij Diender draait alles om het slachtoffer. Zij zegt: ‘Dat doen we niet als hulpverlener, maar als dienstverlener.’

De rest van de middag wordt in beslag genomen door het Strafmaatoverleg. Twaalf officieren van justitie praten, soms door elkaar heen, over concrete strafzaken die op korte termijn (deze en volgende week) aan de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden worden voorgelegd. Hoe hoog moet de strafeis zijn? Drie, vier, vijf. Wie biedt er meer? Of kan het een onsje minder? Een paar keer speelt een officier van justitie de advocaat van de duivel. Er valt een keer een lelijk woord. Er is een trieste kwestie waarin een heel lastig besluit moet worden genomen.

Tussen de bedrijven door, de koffieautomaat-gesprekken, spreek ik kort met deze en gene. Geen van de officieren van justitie die ik spreek, had zondagavond naar Penoza gekeken. In die aflevering – waar een miljoen mensen wel naar keken – stapt een officier van justitie met een strafdossier onder haar arm het huis van bewaring binnen. De boef, mevrouw Penoza, krijgt een aanbod dat ze niet kan weigeren: in plaats van levenslang mag ze vrijuit gaan en zal haar strafdossier spoorloos verdwijnen. In ruil daarvoor moet ze infiltreren in een gevaarlijke boevenbende. Neen. Zo gaat het in het echt natuurlijk niet. Een van de officieren van justitie: ‘Ik krijg al kromme tenen als ik naar Flikken Maastricht kijk. Een andere officier: ‘Op de televisie, in series, worden wij altijd neergezet als sullen. Dat klopt ook niet.’

 

kort verslag dag 2

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Paterswoldseweg 814

Waarom bereikt de misdaad de rechtszaal niet?
Dat is de vraag die op dit weblog centraal staat.
Een andere vraag, hetzelfde idee: waarom duurt het vaak zo lang voordat de misdaad de rechtszaal bereikt?

Tussen de aanhouding en de aanvang van de rechtszaak – als die er al van komt – zit al snel een jaar, of nog langer.
Soms is daar een goede reden voor, heel vaak niet.
Soms is er een goede reden voor, maar blijft die in nevelen gehuld.

Er zijn advocaten die dossiers in kasten hebben liggen van verdachten die ooit zijn aangehouden, even hebben vastgezeten, zijn heengezonden en vervolgens nooit meer iets hebben gehoord.
Formeel zijn ze nog wel verdachte.
Advocaten maken in zo’n geval liever geen slapende honden wakker.
Komt de zaak ooit toch nog voor de rechter, dan ligt vanwege het lange tijdsverloop buiten de schuld van de verdachte om, een strafkorting (geen celstraf, maar een werkstraf) in de rede.
Zo gaat dat, dat is de dagelijkse praktijk.

Wie vandaag wordt gepakt met een hennepkwekerij (speerpunt) moet niet raar opkijken dat de bijbehorende strafzaak pas ergens in 2017 dient.
Nog erger: bij zedenmisdrijven duurt het regelmatig ook zo lang.
Bij fraude is het lange tijdsverloop standaard.

Hoe kan dat?

Dat het hapert in de de zogenoemde strafrechtketen is niet nieuw.
Het Openbaar Ministerie schijnt gebukt te gaan onder bezuinigingen.
Bij de politie loopt het alles behalve lekker.
De cao van agenten deugt net zo min als de kwaliteit van de recherche, zo kan de laatste weken links en rechts worden opgetekend.
Bij de reclassering, toch ook een schakel in de keten, lopen medewerkers op de tenen.

Ook binnen de rechtbanken – klein en groot – loopt het momenteel niet vlekkeloos.
Op zittingen gaat veel mis.
Zoekgeraakte informatie, vergeten slachtoffers te informeren, verzuimd een tolk op te roepen.
Een paar keer zelfs de verdachte.

Het aantal strafzaken dat wegens hiaten moet worden aangehouden, is nog nooit zo hoog geweest.
Het aantal strafzaken waarin uitspraak wordt gedaan, nog nooit zo laag.
In Noord-Nederland is het erger (slechter) dan in de rest van het land.

De komende week ga ik op bezoek bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Dat is op uitnodiging.
Ik ga een week meelopen en zal aanschuiven bij allerlei overleggen.
Ik ga de OM-mensen het hemd van het lijf vragen.

Ik wil weten hoe het kan.
Maar ook hoe het werkt.
Hoe het zou moeten en wat de dagelijkse praktijk is.
Daar ga ik verslag van doen.
Hier.
En in de krant.

Maandagochtend om kwart voor negen meld ik mij aan de Paterswoldseweg 814.
Ik schuif dan aan bij het rechercheoverleg.
’s Middags staat een gesprek met zaaks-coördinatoren slachtoffers op de rol.
Daarna is er het strafmaat-overleg van de officieren van justitie.
Tussen de programma-onderdelen door ga ik rondsnuffelen.

Er zijn geen restricties.
Maar vertrouwelijke informatie – in het belang van het onderzoek of zoiets – blijft vertrouwelijk.
Dat zijn de afspraken, gemaakt op basis van wederzijds vertrouwen.
Ik voel me daar aan gebonden.
Ik heb geen verklaring (niet ongebruikelijk in politie- en justitieland) getekend.

Rob Zijlstra

Reageren of vragen? stuur een bericht
             

Lees meer