De pers en de president

‘Justitie is een rammelkast’

Collega Folkert Jensma signaleert in zijn wekelijkse ‘Rechtsstaat’ in NRC Handelsblad inderdaad iets opmerkelijks. In Limburg was afgelopen week een actie van politie en justitie, gericht tegen mannen van motorclubs. Een van de verdachten – een hoofdman die ze in die opgevoerde brommerkringen ‘de president’ noemen – werd geblinddoekt, op blote voeten en in onderbroek voor het oog van de vooraf ingelichte pers en perscamera’s uit zijn woning gehaald en publiekelijk afgevoerd.
Een in Nederland hoogst ongebruikelijke perp-walk.

Waarom, vraagt Jensma zich af, mocht die man eerst niet even zijn broek aantrekken?
Hij geeft ook antwoord: de president moest publiekelijk worden vernederd.

De politie is druk bezig met bezuinigen, met reorganiseren en met het eigen cao-salaris – met zichzelf dus – en justitie, het Openbaar Ministerie, is een rammelkast met structureel tien jaar achterstallig onderhoud, analyseert de NRC-journalist wiens columns in de wereld van de rechterlijke macht worden gespeld.

De sterke arm is ernstig verzwakt . Om dat te verdoezelen worden andere middelen ingezet. Beeldvorming.
De illusie in de opsporing, schrijft Jensma.

Nog erger: de journalistiek is daar volgens hem dienstbaar aan. Wij van de pers brengen zo’n president in onderbroek maar al te graag in beeld. Justitie is ons vast erkentelijk. Of was het een voorwaarde om erbij te mogen zijn?

In datzelfde NRC Handelsblad staat dit weekeinde ook een artikel over Willem Holleeder. Daarin staat nog iets opmerkelijks. Er staat dat de zus van Holleeder gesprekken die ze met haar broer voerde in de gevangenis heeft opgenomen. Om dat te kunnen doen had ze zich ‘voorzien van geheime afluisterapparatuur’.

Dat vind ik dus opmerkelijk. Ik kom wel eens in een gevangenis en een huis van bewaring en dan is het niet de bedoeling dat apparatuur mee naar binnen gaat. Dat mag onder geen beding en er wordt streng op gecontroleerd. Bij de ingang voor bezoek, nog voor de scan, staan vaak kluisjes waar telefoon en aanverwanten in moeten worden opgeborgen. Iedere bezoeker moet, als op Schiphol, door een scan en wordt grondig gefouilleerd. Ik wil aannemen dat de controle in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) waar Holleeder verblijft niet onderdoet voor die in een ‘gewone’ gevangenis of huis van bewaring.

Misschien is het wel anders gegaan.
Ik denk het.
Ik denk dat justitie de zus van Holleeder heeft voorzien van opname-apparatuur in de hoop dat hij zijn zus dingen zal toevertrouwen die hem kunnen belasten.
Volgens de krant weet het Openbaar Ministerie inmiddels van de opname.

Inmiddels.
Ja ja.

Een paar weken geleden werd tijdens een rechtszaak in zittingszaal 14 gezegd dat er heimelijk opnames waren gemaakt van gesprekken tussen twee mannen die werden verdacht van een moord (Andre Lubbers, Klazienaveen). Het ging volgens het OM om belastende gesprekken. De gesprekken waren stiekem opgenomen in een cel (een ophoudruimte) in de rechtbank. Met toestemming van de onafhankelijke rechtbank was in de rechtbank van Assen afluisterapparatuur geplaatst. Met als doel speciaal deze twee verdachten af te luisteren. Toen ik daarover twitterde, haastte een van de rechters daar tijdens de zitting een opmerking over te maken: het afluisteren is geheel volgens de regels van het spel gegaan.

Justitie zoekt – krakkemikkig of niet – de grenzen op. Daar is volgens mij niets mis mee, ook al niet omdat een strijd wordt gevoerd tegen een tegenstander die geen grenzen kent. Maar als het is bedoeld om het eigen falen te verdoezelen, dan klopt het niet.

We worden gebruikt.
We laten ons gebruiken.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45
Lezers moeten recht hebben op een niet dienstbare journalistiek.
En voor ons journalisten moet het een plicht zijn.

Rob Zijlstra

    Overigens, zullen al die gearresteerde Limburger outlaws de rechtszaal wel halen? [info

 

→ perp-walk
De Rechtsstaat [nrc, folkert jensma]

 

Lees meer

Schermafbeelding 2015-05-29 om 23.33.48

De zes van Sappemeer – en omstreken [1]

Schermafbeelding 2015-07-05 om 21.59.17Terwijl ik mij afvraag waar toch al die door de politie aangehouden woninginbrekers blijven, komt het Openbaar Ministerie – als geroepen – met een persbericht. Er zijn in Groningen, Hoogezand en Foxhol woninginbrekers aangehouden. Het betreft zes jongelingen in de leeftijd van 16 tot 22 jaar. Ze worden verdacht van 24 woninginbraken.

Het gaat om inbraken in Sappemeer (9), Hoogezand (4), Zuidlaren (4) en steeds één inbraak in Zuidbroek, Farmsum, Foxhol, Wildervank, Veendam, Roden en Donderen. Die zouden zijn gepleegd tussen oktober 2014 en half maart 2015. Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

De verdachten opereerden als groep, maar in wisselende samenstelling. Ze kennen elkaar. De buit bestaat uit sieraden, autosleutels met bijbehorende auto’s op de oprit, laptops en telefoons. In één woning is een kluis gekraakt met daarin 13.000 euro. Dat geld is nu weg. De totale waarde van de buit bedraagt volgens het Openbaar Ministerie tienduizenden euro’s. De zes zouden de poet hebben verdeeld.

Op 18 maart 2015 zijn drie jongemannen aangehouden in een auto, kort nadat ze zouden hebben geprobeerd in te breken in woningen in Hoogezand en Wildervank. Twee weken later zijn de andere drie aangehouden in een auto die is gestolen in Zuidlaren.

Drie van de zes jongemannen zitten – voorlopig gehecht – in het gevang, de andere drie zijn na verhoor als verdachten heengezonden.

De vraag ook hier: halen deze verdachten de rechtszaal?

Vanwaar de vraag?

In het recent gepubliceerde jaarverslag van de politie in Noord-Nederland (regionaal beleidsplan veiligheid) staat dat er in 2014 welgeteld 5.437 maal aangifte is gedaan van een woninginbraak in Groningen, Drenthe en Friesland. Het oplossingspercentage bedraagt 15 procent. Ook dat staat in dat verslag. Oftewel: er zijn vorig jaar zo’n 800 woninginbraken opgelost. In 2013 werd ook zo’n opgelost aantal genoteerd.

Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45 Maar in de rechtbanken van Noord-Nederland worden jaarlijks helemaal geen 800 woninginbraken behandeld. Bij lange na niet zelfs. Voor het idee: in de rechtbank van Groningen zijn dit jaar (vijf maanden heen) negen mannen en een  vrouw veroordeeld door de meervoudige strafkamer in verband met opgeteld dertien (13) woning- en bedrijfsinbraak. Twee van die dertien inbraken werden gepleegd in 2012, eentje in 2015, de overige tien in 2014.

Een paar verdachte woninginbrekers  stonden terecht bij de politierechter waar ik wel, maar minder zicht op heb.
Met de politierechter erbij kom je misschien op 25 zaken dit jaar.
Of 31.
Maar het komt nooit niet in de buurt van 800.

Nog iets anders.
Het aantal geregistreerde woninginbraken (5.347 in 2014) is niet het werkelijke aantal gepleegde inbraken. Dat aantal ligt veel hoger. Hoeveel? Geen idee: dark number. De bereidheid aangifte te doen is niet bijster groot. We doen aangifte omdat dat moet van de verzekering. Dat geldt voor veel misdrijven. Als het niet moet van de verzekering doen we geen aangifte omdat het idee is dat het toch niet helpt. Dit is een van de redenen dat officiële misdaadcijfers per definitie in de grootst mogelijke twijfel moet worden getrokken.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

Om antwoord, een antwoord, te krijgen ga ik de ‘Zes van Sappemeer (en omstreken)’ volgen. Ik ga achterhalen wie de verdachten zijn, wie hun advocaten en vooral wat voor deze zes jongemannen uiteindelijk de consequenties zijn. Misschien zijn er betrokken ouders die iets willen vertellen. Of slachtoffers. Of wie dan ook.

Het Openbaar Ministerie meldt dat er al op 2 juli een zitting is, een regiezitting weliswaar, dus nog geen inhoudelijke behandeling, maar toch.
Wel heel voortvarend.

Ik ben benieuwd.

Rob Zijlstra

.

 

Schermafbeelding 2015-05-29 om 20.34.51
het persbericht

Schermafbeelding 2015-05-29 om 23.15.41

jaarverslag 2014 politie noord-nederland

 

UPDATE

De zes verdachten mogen donderdag 2 juli opdraven in zittingszaal 14 voor een pro forma-zitting. Dat betekent in ieder geval dat er een begin wordt gemaakt met een strafproces. Het gaat om de volgende verdachten:

H.C. D. (20) uit Foxhol
C.O. (19) uit Winschoten
A.S.A.S. (19) uit Groningen
M.O. (20) uit Groningen
C.O. (17) uit Hoogezand
H.O. (16) uit Groningen

Het zou gaan om de volgende inbraken – het overzicht wijkt iets af van wat de politie eerder meldde. Het onderstaande overzicht is gebaseerd op informatie van het Openbaar Ministerie.

Schermafbeelding 2015-06-26 om 13.47.20
klik op afbeelding voor vergroting

Lees meer

De zaak van mevrouw Rosingh [1]

dvhn21mei14
dagblad van het noorden, 21 mei 2014

Dit is een verhaal over mevrouw Rosingh uit Haren.

Ik heb mevrouw  zelf nooit gesproken. Dat wil ik ook niet, ik wil haar met rust laten. Ik heb wel met mensen gesproken uit haar directe omgeving, met mensen die bij haar wel en wee zijn betrokken en met haar zijn begaan.

De vraag: haalt deze kwestie de rechtszaal?

Mevrouw Rosingh is inmiddels 97 jaar en slachtoffer. Er zijn in dit verhaal twee verdachten: een echtpaar uit Haren dat in mei vorig jaar, nu een jaar geleden, is gearresteerd. De man (Henk L.) en de vrouw (Marian L. H.) worden ervan verdacht dat ze middels list en bedrog mevrouw tenminste 300.000 euro afhandig hebben gemaakt.

Er zou sprake zijn van financiële uitbuiting.

De politie maakt de arrestatie op 20 mei 2014 wereldkundig middels een persbericht. Er wordt op die dag huiszoeking gedaan en er worden drie auto’s in beslag genomen. Henk L. is dan 49 jaar, Marian L.H. is 50.

curator
Het verhaal gaat verder terug. In oktober 2013 – dat is nu 20 maanden geleden – krijgt de politie vanuit de omgeving van mevrouw signalen dat er iets niet in de haak is. De hoogbejaarde vrouw zouSchermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45 worden uitgebuit door een echtpaar dat haar financiën regelt. Een buurtagent trekt aan de bel. In overleg met het Openbaar Ministerie wordt de kantonrechter ingeschakeld die de vrouw onder curatele stelt. Haar financiën worden nu ondergebracht bij een door de rechter aangewezen curator. Die komt al vrij snel tot de ontdekking dat de signalen dat er iets niet in de haak is, terecht zijn.

De curator ontdekt dat mevrouw Rosingh uitgaven doet die niet bij haar passen. Hoewel de dan 96-jarige mevrouw zelden de deur uitkomt, pint ze regelmatig bij de snackbar, koopt ze veel spullen bij bouwmarkten en doet ze aankopen via internet terwijl ze daar niet over beschikt. Ze koopt ook vliegtickets voor reisjes naar Italië. Ze gaat nooit naar Italië. Het echtpaar wel; dat heeft in Italië een tweede huis. Daar worden ook drie Vespa-scooters afgeleverd, gekocht door mevrouw Rosingh.

aangifte
Er wordt aangifte gedaan. In februari 2014 begint de politie een onderzoek wat al vrij snel leidt tot de arrestaties in mei van dat jaar. Sinds 2007, zo zou uit financieel onderzoek naar voren zijn gekomen, wordt de bankrekening van mevrouw  stelselmatig geplunderd. In het persbericht schrijft de politie dat er aanwijzingen zijn die erop duiden dat het echtpaar uit Haren daar verantwoordelijk voor is.

En er is meer. Henk L. en Marian L. zouden ook een inmiddels overleden echtpaar uit Drenthe financieel Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45hebben benadeeld. En ze zouden geld hebben verduisterd van een stichting die geld inzamelde voor onderzoek naar kinderziektes. Het gaat om het Johan Droge Fonds. Henk L. is penningmeester van deze stichting, zijn vrouw de voorzitter. Hoeveel geld zij zich via de stichting zouden hebben toegeëigend, is niet bekend.

Henk L. deed zich voor als belastingadviseur. Zijn klanten zouden voormalige klanten zijn van zijn vader die jarenlang accountant was in het welgestelde Haren. Zo kent hij ook mevrouw Rosingh. Volgens gegevens van de Kamer van Koophandel houden Henk en Marian L. zich bezig met de reparatie en stoffering van meubels.

ideaal slachtoffer
Mevrouw  is een ideaal slachtoffer. Zij is een alleenstaande vrouw die geen familie meer heeft en een beetje een teruggetrokken leven leeft. Dat wil ze zo. Dankzij thuiszorg die vier keer per etmaal langskomt, kan ze blijven wonen waar ze al heel lang woont, in een mooie straat in een prachtig huis in Haren.

Na de aanhoudingen wordt het stil rond de twee verdachten. Ze worden verhoord, zitten tijdje vast en worden vervolgens in vrijheid gesteld in afwachtingen van wat komen gaat. Of niet komen gaat. In het belang van het onderzoek worden geen mededelingen meer gedaan. Wel zegt de politie dat niet wordt uitgesloten dat er meer slachtoffers zijn.

Ik bericht over deze affaire in Dagblad van het Noorden, op 21 mei 2014, dat is een dag na de aanhoudingen.

haast
In augustus 2014 – dat is 9 maanden geleden – informeer ik bij het Openbaar Ministerie naar de stand van zaken. Ik krijg te horen dat de politie haast met de zaak maakt, mede gezien de hoge leeftijd van het slachtoffer met wie het dan niet zo goed gaat. Probleem is dat het onderzoek vooral een financieel onderzoek is en daar is maar één politiemedewerker voor beschikbaar. Aldus het Openbaar Ministerie.

Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45In december 2014 is het nog steeds stil en ik informeer opnieuw. Het politieonderzoek blijkt dan net te zijn afgerond en het dossier is overgedragen aan het Openbaar Ministerie ter beoordeling. Een officier van justitie moet op basis van het dossier beoordelen of het echtpaar Henk en Marian L. strafrechtelijk moet worden vervolgd. Dat besluit laat ook weer op zich wachten.

Begin deze maand (mei 2015) – een jaar na de aanhoudingen en 20 maanden nadat een buurtagent aan de bel trok – is er een besluit genomen: het echtpaar moet zich voor de rechtbank verantwoorden. De vraag is nu: wanneer?

Het Openbaar Ministerie heeft deze week laten weten dat de zaak is aangemeld om ingepland te worden op een zitting van de rechtbank in Groningen. Hoe lang zo’n planning duurt, is niet te zeggen.

Rob Zijlstra

alle berichten over deze zaak

Lees meer

muskiet

Waarom?

Schermafbeelding 2015-05-25 om 00.26.15Weet ik veel?
Of weet ik juist heel weinig?

Dit zijn mijn eerste vragen.

De rechtbank in Groningen behandelt minder strafzaken. De reden is niet dat de criminaliteit afneemt. Er is iets anders aan de hand. Maar wat? Waarom bereikt de misdaad de rechtszaal niet? Dat is vooralsnog mijn belangrijkste vraag.

De afname van het aantal zaken bij de meervoudige strafkamer is  30 procent. Nergens in Nederland is sprake van een zo sterke daling. De ontwikkelingen in Noord-Nederland gaan  in tegen de trend. In 2013 behandelden de meervoudige strafkamers van de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden 1300 zaken. Dit jaar zijn 870 strafzaken ingepland. Dat aantal wordt waarschijnlijk niet gehaald. De rechtbank in Groningen handelde tot nu toe –  bijna op de helft van het jaar,  100 strafzaken af. [bronstraf].

Opmerkelijk is dat rechtbankpresident Daan Keur recent in een interview met Dagblad van het Noorden / Leeuwarder Courant aangaf niet te weten wat de oorzaak van de forse daling is. Waarom weet de rechtbankpresident zoiets niet? Wat Keur wel voorspelde: volgend jaar wordt het nog erger.

De gefuseerde rechtbank Noord-Nederland (Groningen, Assen, Leeuwarden) heeft het aantal rechters dat in de strafsector werkt begin dit jaar verminderd. Vijf strafrechters zijn bij gebrek aan werk overgeplaatst naar een andere sector.

Er klopt iets niet.

Een voorbeeld. Volgens de politie werden er vorig jaar in Noord-Nederland bijna 5.500 woninginbraken gepleegd [jaarverslag 2014]. Daarvan wordt volgens diezelfde politie 15 procent opgelost, wat landelijk gezien een relatief hoog oplossingspercentage moet heten. Er worden dus jaarlijks ruim 800 woninginbraken opgelost. Dat impliceert dat er regelmatig een verdachte wordt aangehouden om voor de rechter te verschijnen. En dat is niet zo. Er verschijnen nauwelijks verdachte woninginbrekers voor de rechters.

De vraag is: wat doet de politie met al die aangehouden woninginbrekers?  De politie doet in ieder geval te weinig, zegt het Openbaar Ministerie dat nota bene verantwoordelijk is voor de opsporing. In de wandelgangen spreekt de politie dat tegen. We doen meer dan genoeg, klinkt he dan, maar de dossiers blijven bij het Openbaar Ministerie op de planken liggen.

Welles. Nietes.

Blijven er dossiers op de planken liggen? Ja. Dat wordt steeds minder vaak tegengesproken. Met regelmaat worden in de rechtszaal strafzaken behandeld die twee tot drie tot vier jaar oud zijn. Officieren van justitie bieden dan (soms) verontschuldigingen aan – aan verdachten en slachtoffers – en eisen vanwege het (te) lange tijdverloop geen passende en geboden celstraf, maar een werkstraf om de verdachte te compenseren voor de veel te lange tijd die hij buiten zijn schuld in onzekerheid heeft gezeten.

Al een jaar lang probeer ik antwoord te krijgen op vragen hoe dit kan. In de wandelgangen hoor ik dat het zus en zo zit. Maar dat is off the record. Dan mag je er kennis van nemen, maar is het de bedoeling dat je  het zus en zo niet wereldkundig maakt. Iemand zei dat ‘de organisatie waarvoor ik werk langzaam maar zeker naar de filistijnen gaat’. Wie zoiets zegt? Een rechter? De hulpverlener van de reclassering? Een officier van justitie? Of zeggen ze het allemaal?

Anderhalf jaar geleden was Magda Berndsen, lid van de Tweede Kamer (D66), op werkbezoek bij de rechtbank in Groningen. De voormalige politiecommissaris van Friesland hoorde toen al van de dalende cijfers en zei ernstig bezorgd te zijn. Dat zei ze ook in de krant. Berndsen zou heel bezorgd opheldering vragen bij de minister van veiligheid en justitie.

Dat heeft ze nooit gedaan.
Waarom niet?

Op veel vragen komen geen ware antwoorden. Ik zie van alles, hoor nog meer, maar ik krijg geen vat op het geheel. Ik stel wellicht de verkeerde vragen en aan de verkeerde mensen. Dat is dan mijn schuld. Ik zou na al die jaren veel moeten weten, maar eigenlijk weet ik niks. Dat is alvast een antwoord op mijn eerste twee vragen.

De politie is erg druk met zichzelf, het Openbaar Ministerie kraakt onder bezuinigingen, rechters klagen al heel lang over een te hoge werkdruk. Rechters komen – zeggen ze – nauwelijks  aan nadenken toe. Voor de strafrechters in Groningen, Assen en Leeuwarden kan dat overigens niet waar zijn.

Wel waar is dat de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtbanken in Noord-Nederland – opgeteld 6.000 werknemers – allemaal (tegelijk) bezig zijn met reorganisaties die per persoon gepaard gaan met grote veranderingen. Ligt daar een probleem?

Deze en nog duizend andere vragen ga ik de komende tijd stellen aan de juiste personen. Dat is het doel. Normaal gesproken zoekt een journalist iets uit, zet hij alles op een rijtje en gaat dan schrijven, schrappen en herschrijven. Ik doe het omgekeerd. Ik begin bij de vraag. Ik ga opschrijven wat ik hoor, ook wat ik hoor in wandelgangen. Ik schrijf op waarover ik mij verbaas. En ik ga van mijn zoektocht naar antwoorden  verslag doen. Hier en in de krant. Ik begin te publiceren terwijl ik nog nauwelijks iets weet. Om over een jaar (of zo) een paar ware antwoorden te hebben. Bijvoorbeeld op de vraag waar al die aangehouden woninginbrekers  toch zijn gebleven.

Rob Zijlstra

 

Lees meer