Tekst & uitleg

Schermafbeelding 2016-06-17 om 00.04.49
tweet geretweet

Donderdag (16 juni ’16) gebeurde er
in een zaak die al 3 jaar loopt
iets opmerkelijks in de rechtszaal.

De officier van justitie vertelde bij aanvang van de behandeling uitvoerig waarom de zaak zo lang op een beoordeling door rechters heeft moeten wachten. Dat was niet alleen omdat de zaak (mei 2013) complex was (slachtoffer werd gaande het onderzoek een verdachte), maar ook omdat de verdachte niet was gedetineerd. Verdachten die wel vastzitten in afwachting van een strafproces krijgen voorrang.

‘Vrije verdachten’ hebben niet de hoogste prioriteit, niet zolang de capaciteit beperkt is.
En dan kan het dus even duren alvorens een verdachte weet waar hij aan toe is.
Even kan jaren zijn.

Wenselijk is dat niet, vindt ook de officier van justitie.
Hij vindt dat de verdachte niet de dupe mag worden van justitiebeleid.
Daarom kreeg de verdachte strafkorting; dat wil zeggen dat de officier zei een iets lagere straf te eisen vanwege het lange tijdsverloop tussen het delict en de strafzaak.

Het zou mooi zijn wanneer officieren van justitie er een gewoonte van maken uit te leggen waarom zaken soms zo lang op de plank blijven liggen.
Je zou misschien verwachten dat rechters bij een lang tijdsverloop om tekst & uitleg vragen.
Maar dat is niet zo.

Rechters vragen een verdachte de hemd van het lijf, maar zelden willen ze iets weten van de aanklager.

de zaak: de verdachte die zichzelf neerschoot

Lees meer

Rechtsstaat

wat anderen schrijven

Schermafbeelding 2016-06-12 om 21.18.46
klik op afbeelding

De vraag van dit blog: waarom haalt de misdaad de rechtszaal niet? Gelukkig houden ook anderen zich met deze vraag bezig. Collega Folkert Jensma van NRC bijvoorbeeld. Hij schetst dat 15 procent van de zaken die de recherche ‘draait’ wordt voorgelegd aan de rechter. Jensma baseert zich op het recent verschenen rapport Handelen naar waarheid. De politie heeft geen vertrouwen meer in het strafrechtsysteem.

 

rapport Handelen naar waarheid

Lees meer

Wat de politie doet !

Een jaar geleden, op 3 februari 2015, liep ik met een collega het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen binnen. We hadden vragen meegenomen. De belangrijkste vraag was waarom de politie zo weinig doet als het om de aanpak van de echte criminaliteit gaat. We wilden weten wat er aan de hand was bij de recherche. Waarom hapert de machine?

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het werd geen prettig gesprek. De politieman die ons te woord stond, chef van iets, vond ons vervelend. Dat zei hij ook. Wij waren vervelend en ontzettend negatief. Nooit eerder in zijn lange carrière had hij zulke nare journalisten meegemaakt als in Groningen. De politieman vond het niet nodig voorbeelden te geven.

De aanleiding om vragen te stellen was de forse daling van het aantal strafzaken dat het Openbaar Ministerie Noord-Nederland aanleverde bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden. Zo’n dertig procent. Een bevredigende verklaring was er toen niet. Op de rechtbank zeiden ze dat het Openbaar Ministerie – hofleverancier als het om strafzaken gaat – minder aanlevert dan was afgesproken. Het Openbaar Ministerie wees naar de politie. Die doet te weinig.

In 2013 merkte ik als rechtbankverslaggever dat het aantal strafzaken fors terugliep terwijl de misdaad gewoon z’n gang bleef gaan. Ik zocht contact met het toenmalige Tweede Kamerlid Magda Berndsen die per slot van rekening tussen 2006 en 2010 korpschef van de politie in Friesland was geweest. Zij vond het heul zorgelijk allemaal, bezocht de rechtbank in Groningen en stelde er vragen over aan de minister van veiligheid en justitie. Er kwamen antwoorden, maar die hadden met de vragen niet zo veel te maken.

Zo gaat dat.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

Tijdens het niet-prettige gesprek op het hoofdbureau werd een taskforce aangekondigd die de werkprocessen bij de recherche zou gaan doornemen. Want daar zat ‘m de pijn. Het uiteindelijke doel van de taskforce was om het aantal rechercheurs, dan dertig, fors uit te breiden. Max Daniel, de politieman die ons zo narrig te woord stond, zei: ’De bestrijding van de georganiseerde misdaad met dertig mensen is onverantwoord.’ Dertig moet negentig worden.

De volgende dag, op 4 februari 2015, stond in de krant: ‘Recherche onder de loep.

bericht

 

Weer worden Kamervragen gesteld. De Tweede Kamer krijgt van minister Ivo Opstelten te horen dat er niets aan de hand is in Noord-Nederland. Bij de recherche in het Noorden werken alleen al 49 financieel-rechercheurs, vertelt hij aan de Tweede Kamer.

In september 2015 trekt de Drentse commissaris van de koning Jacques Tichelaar een conclusie. Hij zegt dat de vorming van de Nationale Politie voor Drenthe negatief uitpakt. Volgens hem is er sprake van een tekort van zeventig rechercheurs in Noord-Nederland. Dat zijn geen nieuwe conclusies. Er was al eerder een rapport (‘prestaties in de strafrechtketen’) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin staat dat politie en justitie als gevolg van reorganisaties onder de maat presteren.

De politie weet dat zelf als geen ander. In juni 2015 meldt de Nederlandse Politie Bond (vakbond) op grond van een enquête onder haar leden dat de invoering van de Nationale Politie heeft geleid tot een fikse verslechtering van de dienstverlening aan de burger. De man die binnen de politie verantwoordelijk is voor de operatie is inmiddels opgestapt.

In oktober 2015 is er nog niet veel veranderd. Er zijn nog altijd te weinig rechercheurs aan het werk. De korpsleiding erkent dat er sprake is van onderbezetting en wijst wederom naar de reorganisatie als de grote boosdoener. Ter geruststelling: ‘Maar de aanpak van de zware misdaad heeft zeker onze aandacht.’

Arme politie. En van het Openbaar Ministerie moet de korpsleiding op de Rademarkt het ook niet hebben. In oktober duikt officier van justitie Pieter van Rest – spreekbuis van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland – op in de Telegraaf. Het minder op de hielen zitten van de zware jongens heeft vooral op de langere termijn gevolgen, zegt hij. Citaat: ‘Als de criminele samenwerkingsverbanden met rust worden gelaten, kunnen ze langzaam sterker worden. Op den duur ondermijnen ze de samenleving.’ Volgens Van Rest hebben ‘ze’ op de Rademarkt ook weinig benul. Hij zegt: ‘De informatiepositie van de noordelijke politie is ondermaats. Als je niet weet wat er speelt, kun je het ook niet aanpakken.’

Dat is nogal een uitspraak.

om deel 1
volledige tekst > zie elders op dit blog

Vanwege al deze perikelen mocht ik vorig jaar twee weken snuffelen op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Voor Dagblad van het Noorden schreef ik daar een lang verhaal over. Het Openbaar Ministerie, gastheer, was niet zo blij met het artikel.

Te negatief.

De leiding van het Openbaar Ministerie had het artikel voor publicatie gelezen. Bijna alle verhalen over politie en justitie, sowieso alle interviews met bestuurders en politici, worden voor publicatie door journalisten voorgelegd aan betrokkenen. Soms worden de scherpe kantjes er dan vanaf gehaald. De waarheid in de pers is soms een compromis.

In mijn publicatie duikt officier van justitie Pieter van Rest weer op. Hij zegt wat hij later tegen de Telegraaf zal zegen. Dat de informatiepositie van de politie in Noord-Nederland onder de maat is. ‘De politie heeft geen idee wat er speelt.’ Hij zegt ook dat er nog altijd veel te weinig rechercheurs zijn. En dat dat fnuikend is.

In het artikel citeer ik officier van justitie Henk Super, een oude rot in het vak. Hij klaagt: ‘Wil je een onderzoek opstarten, is er bij de politie maar een man en paardekop beschikbaar. Moet er een tweede onderzoek komen, is er niemand.’

Een jonge, zeer gedreven officier van justitie zegt wel eens het gevoel te hebben dat het Openbaar Ministerie een fiets zonder trapper is. Enthousiast: ’En toch gaan we door.’

De officier van justitie die in Noord-Nederland verantwoordelijk is voor de forensische opsporing stipt een ander probleem aan. Liquidatieonderzoeken in Amsterdam en ook het intensieve onderzoek rond de MH17 zorgen voor een enorme druk op de onderzoekscapaciteit van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De politie in Noord-Nederland mag om die reden per maand maar 42 sporen laten onderzoeken op dna. Voor heel Noord-Nederland is dat niet veel. De officier van justitie: ‘Zo ontstaan achterstanden.’

Jan Eland is de hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Hij is niet een man die om de hete brij heen draait. Hij erkent dat het binnen zijn eigen organisatie nog niet zo gaat zoals het wel zou moeten. Eland wijst erop dat de bezuinigingen die Den Haag oplegt het er niet eenvoudiger op maken. Wat heet. Hij zegt: ‘Wij lopen langs de rand van de afgrond.’

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Over de politie zegt Jan Eland dat de Nederlandse politieagent heel goed is in de bejegening, maar een proces-verbaal kan hij of zij niet schrijven. Er is, aldus Eland, sprake van een gebrek aan kwaliteit bij de politie. Citaat: ‘Daar hebben wij last van.’ En over de recherche: ‘Die zijn met te weinig.’

Dat was in oktober vorig jaar.
Het laatste bezoek aan het politiebureau was een jaar geleden.
Er zijn nog altijd minder strafzaken en relatief veel strafzaken die wel worden behandeld, zijn nog steeds oud. Dat levert nog altijd strafkortingen op voor verdachten die er ook niets aan kunnen doen. In plaats van een celstraf wordt dan een werkstraf geëist. Rechters en advocaten maken regelmatig de opmerking dat strafdossiers onvolledig zijn, dat cruciale vragen niet zijn gesteld.

Soms kan niemand daar iets aan doen, soms ook wel.

Ik volg een aantal lopende strafzaken waar naar mijn mening iets mee aan de hand is, die zeg maar niet op rolletjes lopen. Ik volg deze zaken vooral om te kijken hoe het werkt, hoe processen verlopen.

In Oost-Groningen werden in april 2015 zes jongemannen aangehouden op verdenking van een groot aantal woninginbraken, gepleegd in 2014 in Groningen en Drenthe. De rechtbank stuurde een van de hoofdverdachten twee maanden geleden naar huis met de woorden ‘U heeft lang genoeg gezeten, uw tijd zit erop.’ Het strafproces moet evenwel nog beginnen. Wanneer? In maart 2016 worden getuigen gehoord. Dat is een jaar na de arrestaties.

Het strafproces? Dat zal mei of juni worden of ergens na de vakantie, in augustus of september. Niemand is blij met deze gang van zaken, behalve misschien de zes jongemannen waar het allemaal om draait.

In oktober 2013 kwam bij de politie informatie binnen dat een hoogbejaarde mevrouw in Haren werd afgeperst. In mei 2014 werden twee verdachten, een man een een vrouw uit Haren, gearresteerd. Een jaar later, in mei 2015, besluit het Openbaar Ministerie dat de twee verdachten ook strafrechtelijk worden vervolgd. Het eens vermogende slachtoffer is vorig jaar op hoge leeftijd in armoede overleden. Wanneer de strafzaak dient, is onbekend.

Vier jaar lang is onderzoek gedaan naar de handel en wandel van de familie S. uit Delfzijl. Het idee is dat familieleden tussen juli 2006 en oktober 2014 op grote schaal actief waren in de hennepteelt en hennephandel. Een van de verdachten was, ook toen het onderzoek liep, gemeenteraadslid in Delfzijl. Op zeker zeven plaatsen werden in het najaar van 2014 invallen gedaan. Er zou sprake zijn van dubieus vastgoed. De strafzaak laat op zich wachten.

Dit zijn maar drie voorbeelden.
Er zijn veel meer.

Het wordt tijd om met een paar vragen onder de arm die narrige politiechef van een jaar geleden maar weer eens op te zoeken.

Rob Zijlstra

 

de vragen

vragen

update / 9 februari 2016
De politie heeft laten weten even tijd nodig te hebben om antwoorden te kunnen geven op de gestelde vragen. Het wordt niet deze, maar volgende week.

update / 19 februari 2016
De politie is nog steeds op zoek naar de antwoorden op de vragen die ik twee weken geleden heb gesteld. De toezegging is nu dat ik word uitgenodigd voor een gesprek. De komende week?

update / 23 februari 2016
Nadat ik maandag 22 februari een bericht mocht ontvangen dat het geven van antwoorden ‘vandaag’ niet zal lukken, ontving ik op dinsdag  23 februari het bericht dat de agent die antwoord kan/moet  geven volgende week met vakantie gaat. Ik moet dus wachten tot de man terug is. Dat zal zijn op 7 maart. De politie: wij vinden het ook jammer dat het zo lang moeten duren.

update / 13 april 2016
De afspraak stond op 7 maart. Het ongeluk wilde dat ik kort voor de afspraak onwel werd en in het ziekenhuis belandde. Terwijl de politie zich afvroeg waar ik bleef, vroegen medici zich af wat mij mankeerde.  Dat bleek – achteraf – minder ernstig dat het leek: een neuritis vestibularis. Volgens mij mag je dan een beroep doen op overmacht. Er is een nieuwe afspraak gemaakt: op 13 april (2016).

 

 

Lees meer

NIFP

Schermafbeelding 2015-11-10 om 12.56.14
op de site van het nifp

De strafrechtketen in Noord-Nederland piept en kraakt.
Op deze website probeer ik er achter te komen wat daarvan de oorzaak is.

Wat ik weet: er is niet één oorzaak.
Het is ingewikkelder.

Wat ik hoor in en rond de rechtszaal is dat een van de oorzaken het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) is. Het instituut kan het werk niet aan. De problemen spelen al maanden.

Het NIFP is een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie. In opdracht van rechtbanken en / of het Openbaar Ministerie rapporteren gedragsdeskundigen van het instituut over de persoonlijkheid van de verdachte. Spoort-ie wel, en zo nee, wat is er dan aan de hand?

De rapportages spelen een belangrijke rol bij het bepalen van de strafeis en uiteindelijk ook bij het opleggen van de straf en de bijbehorende maatregelen.

Zonder een NIFP-rapportage wordt een strafzaak niet door de rechtbank in behandeling genomen. In praktijk betekent het dat gedetineerden maanden langer in detentie zitten dan de bedoeling is. Het aantal strafzaken dat wel een aanvang heeft gehad, maar op de stapel ‘wachtend’ belandt, is hoger dan ooit. In de rechtbank van Groningen werden de eerste tien dagen van november zo’n twintig strafzaken ‘aangehouden’ (uitgesteld). Maandag was de rechtbankrol goed gevuld, maar er ging maar één strafzaak door. Ontbrekende rapportages spelen daarbij de voornaamste rol.

• Wat is er aan de hand bij het NIFP?

Maandag 9 november heb ik gebeld met dit instituut. De psychiaters en psychologen zeggen dat ik voor antwoorden op vragen moet bellen met voorlichters van het ministerie van veiligheid en justitie. Die weten het namelijk.

Niet. De voorlichter van dit ministerie kon maandag geen psychiater of psycholoog van het NIFP bereiken die er iets over kon zeggen. Dinsdag weer proberen.

Ik weet uit de praktijk dat ‘zakendoen’  met Haagse voorlichters – heel aardig mensen –  niet eenvoudig is. Journalisten van ver worden nog wel eens met een kluit het riet ingestuurd. Dinsdagochtend en rond het middaguur houdt de voorlichtingstelefoonbeantwoorder de wacht.

 

update [13.30]
Er is contact, er zijn antwoorden.
Het ministerie van v&j heeft de antwoorden op een rijtje gezet:

Bij de reorganisatie van april 2015 is een aantal zaken tegelijk ingezet, nl:

. 3 fysieke verhuizingen op verschillende tijdstippen (Groningen en Arnhem zijn naar Zwolle verhuisd en Zwolle is naar een nieuw pand verhuisd)
. verandering van leidinggevenden, met ook nog een interim-situatie
. door de reorganisatie zijn mensen hun baan verloren of hebben een andere standplaats gekregen met dus veel reistijd.
. doordat 3 diensten samengevoegd werden, moesten de werkwijzen versneld op elkaar worden afgestemd.

Een dergelijk proces zorgt altijd voor enige onrust en  heeft ook geleid tot een iets verminderde productie. Inmiddels zijn er maatregelen genomen en zijn er afspraken gemaakt met het OM om de achterstand op korte termijn weg te werken.

Schermafbeelding 2015-11-11 om 08.44.45

dvhn, woensdag 11 november 2015

 

Lees meer

de strafrechtketen

Schermafbeelding 2015-10-16 om 23.05.01Morgen – zaterdag 17 oktober – verschijnt mijn verhaal dat ik schreef over het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in de weekeinde-bijlages van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. In september was ik vijf dagen te gast op de burelen van het noordelijk justitieparket. Eerder schreef ik daar vijf maal een logboek over. Die verhalen staan elders op dit blog.

Heb ik een antwoord gekregen op mijn grote vraag waarom de  misdaad de rechtszaal niet bereikt?

Ja.
Nee.
Integendeel.

 

  • wordt vervolgd

 

Lees meer

Lonende misdaad

Misdaad mag niet lonen.

Schermafbeelding 2015-05-20 om 12.21.11Dat is de in steen gebeitelde stelling van politie en justitie en van alles wat daarmee samenhangt.
Om het geen loze kreet te laten zijn, wordt geprobeerd het geld dat boeven met hun snode activiteiten verdienen, af te pakken.
Dat gebeurt in ontnemingsprocedures die worden gevoerd bij de strafkamers van de rechtbanken.

In april 2010 begon de politie een onderzoek naar de handel en wandel van een groepje mannen in Groningen.
In 2009 waren over hen kwade tips binnengekomen.
Het politie-onderzoek viel niet mee, maar tegen.
De mannen zouden vanuit Groningen tientallen kilo’s drugs aan Duitsers verkopen, maar het bewijs bleek niet voor het oprapen..

Om ze te kunnen pakken werden twee Duitse undercoveragenten ingezet.
De ene heette A1920 en was een mooie vrouw.
De andere werd A1940 genoemd, hij was een man in een glimmende Porsche.
Samen lokten ze de Groningers uit hun tent.
De een viel voor de schoonheid, de ander voor de auto.

In augustus 2012 werden de mannen veroordeeld.
Ze zaten toen al een jaar achter de tralies.
Op de dag dat ze werden veroordeeld (18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk) mochten ze naar huis.

Het Openbaar Ministerie kondigde tijdens het strafproces aan dat het verdiende geld afgepakt zou worden.
D. (41) zou 1.682.190 euro hebben verdiend.
B. (40) iets minder: 310.110 euro.

Een jaar geleden zou de ontnemingszaak dienen in zittingszaal 14.
De behandeling werd toen uitgesteld.
Omdat er iets nog niet klaar was.

Morgen is het donderdag [27 augustus 2015] en moeten D. en B. opnieuw komen opdraven.
Er is morgen geen inhoudelijke behandeling.
Die bewaart het Openbaar Ministerie voor de oneindige toekomst.

D. en B. gingen overigens in hoger beroep van de veroordelingen in augustus 2012.
Voor het idee: dat is langer dan drie jaar geleden.
Wanneer het gerechtshof zich over hun zaken buigt?
Dat is nog niet bekend.

Hoe dit alles kan?
Vanaf maandag 14 september mag ik een week lang kijken in de keuken van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Ik hoop dat ik dan iets kan zien.

Rob Zijlstra

verslag undercover [augustus 2012]

Lees meer

De politie is een goed idee

wat anderen schrijven

De politie is er vooral voor de vorm en dat is maar goed ook, schrijft Bart de Koning, onderzoeksjournalist, in (op) De Correspondent. Zijn artikel heet ‘De zeven plagen van de Nationale politie’.

Een van die plagen is volgens hem de ‘meten-is-wetencultuur’ (politiecijfers). Die cultuur, meldt De Koning, leidt tot schijnexactheid, veroorzaakt onnodige bureaucratie en zorgt voor perverse effecten. De politie jaagt achter makkelijke doelen aan en rapporteert wat de minister wil horen. Om de afgesproken aantallen maar te halen worden strafdossier die onder de maat zijn naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Gevolg: veel sepots. Op papier wordt de politie productiever, maar in de praktijk belanden er minder verdachten in de rechtszaal.

Is dit een verklaring voor de rust in Zittingszaal 14?

De Koning schrijft zijn bevindingen toe aan deskundigen en hooggeplaatsten binnen de politie met wie hij zegt te hebben gesproken.

Wat hij schrijft, komt overigens niet uit de lucht vallen. Al veel langer wordt gezegd dat de misdaadcijfers niet deugen. Er bestaan cijfers over het aantal fietsendiefstallen, gebaseerd op het aantal aangiftes. Veel fietsendiefstallen leiden niet tot een aangifte. Dat geldt ook voor woninginbraken en vernielingen. Geweldsmisdrijven laten zich nog minder goed vangen in cijfers. Oftewel: er bestaan meer en minder betrouwbare cijfers over onderdelen van de misdaad, maar cijfers over de misdaad bestaan niet.

Ondertussen blijft de politie maar cijfers produceren die overigens gretig aftrek vinden bij ons van de media. Op basis van jaarverslagen melden wij tenminste eens per jaar dat de misdaad is af- dan wel toegenomen en met hoeveel procent het veiliger (onveiliger) is geworden. Dat zouden wij niet meer moeten doen.

Schermafbeelding 2015-06-10 om 13.28.55De Koning citeert hoogleraar (politiestudies en veiligheidsvraagstukken) Bob Hoogenboom. De kern van het probleem is volgens de politieprofessor vervat in twee mythes. De eerste is dat de politie vooral bezig is met het bestrijden van de misdaad. De tweede is dat het strafrecht daarvoor een geschikt middel is.

In de praktijk besteedt de politie maar tien procent van haar tijd aan de (bestrijding van) misdaad. Het merendeel van het werk zit in het zichtbaar aanwezig zijn, praten, dreigen en begeleiden (van verwarde mensen bijvoorbeeld). De politie heeft vooral een (belangrijke) symbolische functie. Misdaadstatistieken doen geen recht aan het werk van de politie.

En dat het strafrecht (ooit bedoeld als ultimum remedium) niet de oplossing is, is ook al geen geheim meer hoewel sommigen nog altijd geloven dat strengere straffen doet afschrikken.

Collega De Koning citeert een ‘hoge politiefunctionaris’: ‘Het laagste niveau van denken is tellen.’

r.z.

links
De zeven plagen van de Nationale politie [de correspondent]
De politie is er vooral voor de vorm [de correspondent]

 

Lees meer

muskiet

Waarom?

Schermafbeelding 2015-05-25 om 00.26.15Weet ik veel?
Of weet ik juist heel weinig?

Dit zijn mijn eerste vragen.

De rechtbank in Groningen behandelt minder strafzaken. De reden is niet dat de criminaliteit afneemt. Er is iets anders aan de hand. Maar wat? Waarom bereikt de misdaad de rechtszaal niet? Dat is vooralsnog mijn belangrijkste vraag.

De afname van het aantal zaken bij de meervoudige strafkamer is  30 procent. Nergens in Nederland is sprake van een zo sterke daling. De ontwikkelingen in Noord-Nederland gaan  in tegen de trend. In 2013 behandelden de meervoudige strafkamers van de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden 1300 zaken. Dit jaar zijn 870 strafzaken ingepland. Dat aantal wordt waarschijnlijk niet gehaald. De rechtbank in Groningen handelde tot nu toe –  bijna op de helft van het jaar,  100 strafzaken af. [bronstraf].

Opmerkelijk is dat rechtbankpresident Daan Keur recent in een interview met Dagblad van het Noorden / Leeuwarder Courant aangaf niet te weten wat de oorzaak van de forse daling is. Waarom weet de rechtbankpresident zoiets niet? Wat Keur wel voorspelde: volgend jaar wordt het nog erger.

De gefuseerde rechtbank Noord-Nederland (Groningen, Assen, Leeuwarden) heeft het aantal rechters dat in de strafsector werkt begin dit jaar verminderd. Vijf strafrechters zijn bij gebrek aan werk overgeplaatst naar een andere sector.

Er klopt iets niet.

Een voorbeeld. Volgens de politie werden er vorig jaar in Noord-Nederland bijna 5.500 woninginbraken gepleegd [jaarverslag 2014]. Daarvan wordt volgens diezelfde politie 15 procent opgelost, wat landelijk gezien een relatief hoog oplossingspercentage moet heten. Er worden dus jaarlijks ruim 800 woninginbraken opgelost. Dat impliceert dat er regelmatig een verdachte wordt aangehouden om voor de rechter te verschijnen. En dat is niet zo. Er verschijnen nauwelijks verdachte woninginbrekers voor de rechters.

De vraag is: wat doet de politie met al die aangehouden woninginbrekers?  De politie doet in ieder geval te weinig, zegt het Openbaar Ministerie dat nota bene verantwoordelijk is voor de opsporing. In de wandelgangen spreekt de politie dat tegen. We doen meer dan genoeg, klinkt he dan, maar de dossiers blijven bij het Openbaar Ministerie op de planken liggen.

Welles. Nietes.

Blijven er dossiers op de planken liggen? Ja. Dat wordt steeds minder vaak tegengesproken. Met regelmaat worden in de rechtszaal strafzaken behandeld die twee tot drie tot vier jaar oud zijn. Officieren van justitie bieden dan (soms) verontschuldigingen aan – aan verdachten en slachtoffers – en eisen vanwege het (te) lange tijdverloop geen passende en geboden celstraf, maar een werkstraf om de verdachte te compenseren voor de veel te lange tijd die hij buiten zijn schuld in onzekerheid heeft gezeten.

Al een jaar lang probeer ik antwoord te krijgen op vragen hoe dit kan. In de wandelgangen hoor ik dat het zus en zo zit. Maar dat is off the record. Dan mag je er kennis van nemen, maar is het de bedoeling dat je  het zus en zo niet wereldkundig maakt. Iemand zei dat ‘de organisatie waarvoor ik werk langzaam maar zeker naar de filistijnen gaat’. Wie zoiets zegt? Een rechter? De hulpverlener van de reclassering? Een officier van justitie? Of zeggen ze het allemaal?

Anderhalf jaar geleden was Magda Berndsen, lid van de Tweede Kamer (D66), op werkbezoek bij de rechtbank in Groningen. De voormalige politiecommissaris van Friesland hoorde toen al van de dalende cijfers en zei ernstig bezorgd te zijn. Dat zei ze ook in de krant. Berndsen zou heel bezorgd opheldering vragen bij de minister van veiligheid en justitie.

Dat heeft ze nooit gedaan.
Waarom niet?

Op veel vragen komen geen ware antwoorden. Ik zie van alles, hoor nog meer, maar ik krijg geen vat op het geheel. Ik stel wellicht de verkeerde vragen en aan de verkeerde mensen. Dat is dan mijn schuld. Ik zou na al die jaren veel moeten weten, maar eigenlijk weet ik niks. Dat is alvast een antwoord op mijn eerste twee vragen.

De politie is erg druk met zichzelf, het Openbaar Ministerie kraakt onder bezuinigingen, rechters klagen al heel lang over een te hoge werkdruk. Rechters komen – zeggen ze – nauwelijks  aan nadenken toe. Voor de strafrechters in Groningen, Assen en Leeuwarden kan dat overigens niet waar zijn.

Wel waar is dat de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtbanken in Noord-Nederland – opgeteld 6.000 werknemers – allemaal (tegelijk) bezig zijn met reorganisaties die per persoon gepaard gaan met grote veranderingen. Ligt daar een probleem?

Deze en nog duizend andere vragen ga ik de komende tijd stellen aan de juiste personen. Dat is het doel. Normaal gesproken zoekt een journalist iets uit, zet hij alles op een rijtje en gaat dan schrijven, schrappen en herschrijven. Ik doe het omgekeerd. Ik begin bij de vraag. Ik ga opschrijven wat ik hoor, ook wat ik hoor in wandelgangen. Ik schrijf op waarover ik mij verbaas. En ik ga van mijn zoektocht naar antwoorden  verslag doen. Hier en in de krant. Ik begin te publiceren terwijl ik nog nauwelijks iets weet. Om over een jaar (of zo) een paar ware antwoorden te hebben. Bijvoorbeeld op de vraag waar al die aangehouden woninginbrekers  toch zijn gebleven.

Rob Zijlstra

 

Lees meer