Tekst & uitleg

Schermafbeelding 2016-06-17 om 00.04.49
tweet geretweet

Donderdag (16 juni ’16) gebeurde er
in een zaak die al 3 jaar loopt
iets opmerkelijks in de rechtszaal.

De officier van justitie vertelde bij aanvang van de behandeling uitvoerig waarom de zaak zo lang op een beoordeling door rechters heeft moeten wachten. Dat was niet alleen omdat de zaak (mei 2013) complex was (slachtoffer werd gaande het onderzoek een verdachte), maar ook omdat de verdachte niet was gedetineerd. Verdachten die wel vastzitten in afwachting van een strafproces krijgen voorrang.

‘Vrije verdachten’ hebben niet de hoogste prioriteit, niet zolang de capaciteit beperkt is.
En dan kan het dus even duren alvorens een verdachte weet waar hij aan toe is.
Even kan jaren zijn.

Wenselijk is dat niet, vindt ook de officier van justitie.
Hij vindt dat de verdachte niet de dupe mag worden van justitiebeleid.
Daarom kreeg de verdachte strafkorting; dat wil zeggen dat de officier zei een iets lagere straf te eisen vanwege het lange tijdsverloop tussen het delict en de strafzaak.

Het zou mooi zijn wanneer officieren van justitie er een gewoonte van maken uit te leggen waarom zaken soms zo lang op de plank blijven liggen.
Je zou misschien verwachten dat rechters bij een lang tijdsverloop om tekst & uitleg vragen.
Maar dat is niet zo.

Rechters vragen een verdachte de hemd van het lijf, maar zelden willen ze iets weten van de aanklager.

de zaak: de verdachte die zichzelf neerschoot

Lees meer

de strafrechtketen

Schermafbeelding 2015-10-16 om 23.05.01Morgen – zaterdag 17 oktober – verschijnt mijn verhaal dat ik schreef over het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in de weekeinde-bijlages van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. In september was ik vijf dagen te gast op de burelen van het noordelijk justitieparket. Eerder schreef ik daar vijf maal een logboek over. Die verhalen staan elders op dit blog.

Heb ik een antwoord gekregen op mijn grote vraag waarom de  misdaad de rechtszaal niet bereikt?

Ja.
Nee.
Integendeel.

 

  • wordt vervolgd

 

Lees meer

Het zaak van mevrouw Rosingh [3]

dvhn21mei14
dvhn / 21 mei ’14

Donderdag 15 oktober 2015 – dat is morgen vandaag – staan de man en de vrouw terecht die ervan worden verdacht de hoogbejaarde mevrouw Rosingh geld te hebben afgetroggeld. Volgens het Openbaar Ministerie gaat het om welgeteld 286.904 euro en 88 eurocent. De aanklager stelt dat er sprake is van verduistering uit hoofde van zijn/haar/hun persoonlijke dienstbetrekking.

Je bent schuldig aan verduistering als je iets wat van iemand anders is, je toe-eigent ‘anders dan door een misdrijf’. Wie geld uit de kassa graait, steelt. Doet de boekhouder dat, dan is het ook stelen, maar heet het verduistering. Een tweede verwijt dat wordt gemaakt is witwassen.  Met het verduisterde geld zijn onder meer levensmiddelen en vliegtickets gekocht (verdenking). Wie spullen koopt met gestolen geld, maakt zich schuldig aan witwassen.

Het verhaal wil dat de man en de vrouw – Henk L. (50) en Marian H. (51) zich over het wel en wee van mevrouw ontfermden. Ondertussen plukten ze haar kaal. Dat zouden ze hebben gedaan tussen december 2009 en oktober 2013. De politie rept van financiele uitbuiting. Daar zouden jaarlijks 30.000 mensen van 65 jaar en ouder het slachtoffer van zijn. De daders zijn vaak bekenden, heel vaak de kinderen.

In oktober 2013 roken mensen in de directe omgeving van mevrouw Rosingh onraad, ook de buurtagent. Het hele verhaal schreef ik eerder: dat staat hier. Het trieste is dat mevrouw in juni van dit jaar in armoede is overleden. Zij is 98 jaar geworden.

Vandaag –  donderdag – begint de strafzaak. Voor de behandeling is een halve dag uitgetrokken, heel de ochtend. De kans is evenwel heel groot dat er niets zal gebeuren en dat de strafzaak wordt aangehouden. De advocaat van de twee verdachten zou meer onderzoek willen.

Rob Zijlstra

♦♦ deel 2

31 oktober 2013
De politie krijgt een melding dat er iets niet in de haak is rond de hoogbejaarde mevrouw Rosingh, in relatie tot haar vermeende weldoeners en haar financiën.

februari 2014
Er wordt aangifte gedaan, de politie begint een onderzoek.

20 mei 2014
Henk L. en Marian H. worden in hun woning in Haren gearresteerd. De arrestatie wordt middels een persbericht door de politie wereldkundig gemaakt.

december 2014
Het politieonderzoek wordt afgerond, het dossier wordt in handen gesteld van het Openbaar Ministerie

mei 2015
Het Openbaar Ministerie neemt het besluit dat Henk L. en Marian H. strafrechtelijk worden vervolgd en zich moeten verantwoorden voor de rechtbank.

15 oktober 2015
De strafzaak staat gepland om 09.00 uur.

En… is aangehouden: volgend jaar verder.

Lees meer

Op stage, dag 5

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 5, de laatste dag.

 

Dag 5, dinsdag 22 september
Schermafbeelding 2015-09-23 om 00.47.49Het zit erop. Vijf dagen lang sprak ik met medewerkers van ‘het parket’ en kon ik er rondkijken, mocht ik mee-eten in de kantine en werden mij werkprocessen uitgelegd waarvan ik het bestaan niet kende.

Zo bezocht ik dinsdagochtend de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding waar tien medewerkers de dagelijkse zittingen van de politierechter voorbereiden. De dossiers zijn hier digitaal en als het GPS-systeem werkt, is er niets aan de hand. Maar het systeem werkt wel eens niet en is heel vaak heel traag, met name op dinsdag. Er stonden toen ik er was 1002 zaken (verdachten) open, zaken die in principe gereed zijn om in de rechtszaal aan de rechter te worden voorgelegd.

In principe, want probleempje: de zittingsruimte in de rechtbanken van Groningen, Assen en Leeuwarden is beperkt. Per zitting (een dag) kunnen 18 tot 24 zaken worden behandeld. Voordat die 1002 zaken zijn weggewerkt, is het lente. Ondertussen komen er dagelijks nieuwe zaken bij. De oudste zaak die nog openstaat om te worden behandeld is van 30 september 2011.

Op de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding is wel wat frustratie als er iets misgaat. Die frustratie wordt groter als het OM (‘wij dus’) daar automatisch de schuld van krijgt. Maar soms gaat het mis omdat er iets niet goed gaat bij de rechtbank. Of omdat rechters het toch weer anders willen. Er zijn heel vervelende  advocaten die bellen met onredelijke verzoeken. Nee, geen namen. Er zijn ook aardige advocaten met redelijke verzoeken. Soms is er iets met het proces-verbaal. Dan moeten ze de agent bellen, de verbalisant, voor opheldering. Tot mijn stomme verbazing (‘het is niet waar,  het is echt waar’) moeten de OM-medewerkers dat dan doen via het algemene telefoonnummer 0900-8844 (geen haast, wel politie). Probeer daar maar eens doorheen te komen. Ik wil niet weten, zeggen ze, hoeveel tijd ze daar kwijt mee zijn.

In de documentenkamer, een kloppend hart van de OM-organisatie, val ik ook om van verbazing. Drie keer per week worden hier papieren documenten in kartonnen dozen gestopt die vervolgens met een auto met chauffeur naar Almelo worden gereden om daar te worden gescand. Het spul komt dan digitaal terug. Een  deel van die stukken is eerder door de medewerkers van de documentenkamer uitgeprint. Om dus in Almelo gescand te kunnen worden. Over een paar jaar zal alles anders zijn. Zeggen ze.

In een deuropening luister ik naar een officier van justitie die aan mij vertelt dat ze last heeft van de rechtbank. Hoe ze daar met slachtoffers omgaan, echt, dat kan niet. En hoe lastig het is om te plannen omdat rechters geen vakantierooster willen maken omdat dat hun onafhankelijheid aantast. Kom op zeg! Dat is toch bezopen? En dan die bezuinigingen op de bodes, daar begrijpt de officier van justitie dus ook helemaal niets van.

Elders in het gebouw zit Sus Broekstra. Alles wat bij het Openbaar Ministerie aan zaken binnenkomt, moet worden beoordeeld.  Broekstra is  assistent-officier van justitie en is een van de GPS-beoordelaars. Zij beslist of een zaak (stel een winkeldiefstal) wordt geseponeerd, voorwaardelijk wordt geseponeerd, of het een strafbeschikking wordt (boete, schadevergoeding, werkstraf tot 180 uur, een obm of gedragsinterventie) of dat de verdachte met een dagvaarding (voor de pr, de kir of kanton) naar huis gaat. Broekstra: ‘Ik ben een multitool.’ Ze zegt ook: ‘Ik heb rechten gestudeerd, voor mij was dat vooral een cursus begrijpend lezen.’ Weet haar moeder wel wat ze doet? ‘Jaa.’

Er was tot slot een laatste gesprek, noem het een exit-gesprek, met hoofdofficier van justitie Jan Eland, de man die mij kort voor de zomer uitnodigde vijf dagen ‘langs te komen’. Een uitnodiging zonder bijbedoelingen, herhaalt hij nog even. Eland vertelde nog het een en ander: ‘Soms voelen we ons gepiepeld door de rechters.’ Ook vindt hij dat de politie te veel met zichzelf bezig is, dat het huidige cao-conflict verlammend werkt. Hij zei nog meer, maar dat staat later in de krant.

Halverwege de middag was er een ongemakkelijk moment. Uit handen van officier van justitie Pieter van Rest van ‘het nieuwe denken’ (zie dag 1) kreeg ik plotseling een cadeautje. Journalisten moeten zoiets natuurlijk niet aannemen maar voordat ik het wist was van de overdracht een foto  gemaakt. Nu ben ik chantabel. Ik biecht het maar op. Ik zei nog wel, dit had echt niet gehoeven. De regels op de krant schrijven voor dat ik de aangenomen goederen meld bij de hoofdredactie. Die moet dan maar beslissen wat ik moet doen met de sleutelhanger en de zwarte keukenschort met witte bef en de tekst ‘Openbaar Ministerie, parket Noord-Nederland.’

Ik heb mijn (hun) deurpas ingeleverd.

Nu ga ik mijn verhaal schrijven.
Er zijn aan mij geen beperkingen opgelegd.
Alles wat ik heb gezien en (bijna) alles wat ik heb gehoord kan ik opschrijven.
Er was een dingetje dat ik wel hoorde, maar dat ik niet zal gebruiken wegens gevoelige narigheden in een lopend onderzoek.
Geen halszaak.
De afspraak is dat ik mijn verhaal voor publicatie aan de afdeling communicatie zal voorleggen opdat  feitelijke onjuistheden kunnen worden aangekaart.

Rob Zijlstra

Reageren? Vragen? Klikken kan hier

Lees meer

Op stage, dag 4

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 4

Dag 4, vrijdag 18 september
Schermafbeelding 2015-09-18 om 21.32.07Op de vijfde dag van de week, doe ik mijn vierde stagedag. Het is een rustige dag op het parket omdat het vrijdag is. Het eerste geplande bezoek is aan het Internationaal Rechtshulp Centrum Noord-Nederland (IRC). Dat is gevestigd op een vierde verdieping van een lelijk kantoorpand op loopafstand van het OM-kantoor. Hilda Paardekooper is er de manager. De afdeling – OM’ers en politiemensen – behandelt 3500 uiteenlopende verzoeken per jaar. Heel de wereld is hun werkterrein. Irak, Iran, China en Engeland zijn lastigste landen, juridisch zaken doen met Duitsland en België verloopt doorgaans soepel, Rusland vraagt om enige diplomatie.

De medewerkers van het IRC zouden een boek moeten schrijven over wat ze daar meemaken.

Over bijvoorbeeld het kanon dat een niet zo onschuldige visser van Terschelling in internationale wateren opviste nabij Denemarken waar de Engelsen van 1914-1918 allesbehalve blij van werden. Over het gestolen zilver uit Groningen in Zwitserland. Over de mevrouw die haar lelijke man vastbond op een bed, Nederland wist te bereiken en zich hier nu al 19 jaar veilig waant. Over de verdachte die op verzoek is aangehouden in de Verenigde Staten en die wegens zware omstandigheden niet kan vliegen met de KLM waardoor nu een vrachtschip gezocht moet worden om haar toch hier te krijgen.

Terug in het hoofdgebouw meld ik mij bij de afdeling communicatie waar wordt vastgesteld dat het qua hectiek een rustige week is geweest. Er waren niet heel veel persvragen. Er waren een paar vragen over de voetbalrellen in de binnenstad van Groningen. De antwoorden moeten vooralsnog van de politie komen.

Wat vinden de communicatiespecialisten eigenlijk van ‘wij’ de pers? Nou best wel goed eigenlijk. Ze zeggen dat de persberichten die door ons de wereld worden ingestuurd, bijna altijd worden overgenomen. Toch niet? Jawel. Bijna klakkeloos. Dan denken we nog wel, er zullen naar aanleiding van ons bericht vast journalisten bellen met vragen. De antwoorden liggen dan klaar, maar de vragen blijven vaak uit. Wat ‘wij’ van de pers ook nogal doen, vinden de voorlichters: zaken versimpelen.

Au!

Ik sluit de week af met een stevig gesprek met officier van justitie Liesbeth Joosten, afdelingshoofd interventies. Zij denkt dat er de komende jaren veel gaat veranderen en spreekt daar enthousiast over. Het strafrecht is haar gedreven overtuiging (voortschrijdend inzicht), is niet overal de oplossing voor. We moeten met z’n allen wat slimmer worden. Want het resultaat van wat wij in de keten doen, mag wel wat meer effect sorteren, zegt zij.

Voorbeeld uit haar praktijk. Echtpaar van in de zeventig. Doen samen boodschappen. Hij steelt, stopt in winkels spullen in de tas. Zij weet dat, maar durft daar niets van te zeggen, ook omdat ze zich schaamt. Vooral daarom. Blijkt dat de man een hersenbloeding heeft gehad en nadien nooit meer dezelfde is. Er komt een aangifte en voordat zo’n man voor de rechter staat, is er een jaar verstreken (capaciteit). Dat heeft geen zin. Daar moeten we anders mee omgaan, wij moeten dan een andere rol gaan spelen, samen met onze partners in de strafrechtketen. Dan moeten we die man niet straffen, maar dan moeten we zo’n echtpaar helpen.

Een van de beste uitvindingen om dat – dat echtpaar helpen – te kunnen doen, zegt Liesbeth Joosten: ZSM. Dat advocaten en rechters daar minder enthousiast over zijn, mag zo wezen. Joosten: ‘ZSM gaat niet meer verdwijnen. Dus advocaten en rechters, sluit u aan. ZSM is geen OM-feestje.’

De werkkamer van Liesbeth Joosten is helemaal op de vierde verdieping (de hoogste) en dan ook nog eens helemaal aan het einde van de gang. Dat betekent niet dat haar ideeën niet door de rest van het OM worden omarmd. Ze zegt: ‘Dat worden ze wel.’

II als u niet weet wat ZSM is, moet u dat maar even opzoeken, dat kan hier

Toen ik thuiskwam lag op d mat  het NRC met de grote kop op de voorpagina Minder strafzaken door reorganisatie van de politie. De krant schrijft dit op basis van een uitlating van de nieuwe rechtbankpresident van de rechtbank in Amsterdam. Het is de schuld van de politie die meer met zichzelf dan met opsporing bezig is, zegt de nieuwkomer die al heel lang rechter is. De president heeft het artikel gelezen voordat het werd gepubliceerd, dus hij heeft er een bedoeling mee.

Dat er minder strafzaken in rechtszalen zijn, is een feit.
Maar dat dat een gevolg is van een (1) oorzaak (politie), is denk ik een te simpele voorstelling van zaken.
Een journalist die een week rondloopt op de burelen van een Openbaar Ministerie ontdekt dat alles (veel) toch wat genuanceerder ligt.

Dat is het nadeel van zo’n week.
Ik ga voor het voordeel.

Dinsdag rond ik mijn OM-stage af. Ik ga op de laatste dag op zoek naar antwoorden op vragen die er nog liggen, ik bezoek nog twee afdelingen en verwacht daarna te kunnen spreken met Jan Eland, de hoofdofficier van justitie die mij uitdaagde deze bijzondere week aan te gaan.

Lees meer

Op stage, dag 3

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 3.

Dag 3, woensdag 16 september
eng1In kamer 3.34 van Administratie voorgeleidingen & preventieven (en tbs) begint (bijna) alles. Aan de muur hangt een briefje met daarop de namen van de verdachten die recent zijn aangehouden wegens een misdrijf en nu vastzitten in het cellencomplex van de politie aan de Hooghoudtstraat in Groningen. Rond tien uur woensdagochtend zaten daar dertien personen achter de tralies (een gesloten deur). Een aantal namen op het lijstje herken ik. Zes uur na de aanhouding volgt de inbewaringstelling. Dan krijgen ‘ze’ een map met een parketnummer. De mannen van kamer 3.34 werken met groot genoegen met een computerprogramma uit de vorige eeuw. Het genoegen: het werkt altijd.

Naast deze administratie zit Administratie MK waar ik dinsdag al even een kijkje mocht nemen. Het verbaast mij dat zo weinig mensen hier zo veel werk moeten verzetten om een strafzaak goed in de rechtszaal te krijgen. Werken heet hier brooz’n, voor een lunch is meestal geen tijd, het is een broodje wegslikken aan het bureau. Een van de broozers: ‘Wij zijn blij wanneer in de krant staat: ‘uitspraak over twee weken’. Dan weten wij dat de zaak goed is verlopen.’

Het derde bezoek van deze derde ‘stagedag’ is een bezoek aan de BOB-kamer, waar OM’ers en politiemensen samen kantoorhouden. BOB staat voor bijzondere opsporingsbevoegdheden: het uitlezen van historische telefoongegevens, het afluisteren van telefoongesprekken, het plaatsen van afluisterapparatuur in bijvoorbeeld auto’s, het opvragen van beelden van beveiligingscamera’s, pseudo-kopen (op Marktplaats bv), infiltraties. In de BOB-kamer wordt alles vastgelegd, gecontroleerd en opgeborgen in kluizen. De medewerkers van de BOB-kamer moeten de tijd een beetje voor zijn opdat ze weten hoe de nieuwste spelcomputers en smart-tv’s kunnen worden afgeluisterd.

Er is een afdeling zittingsroosters. Ik ben opnieuw verbaasd. Vroeg ik mij eerst af waarom het toch zo regelmatig misgaat in de rechtszaal, inmiddels stel ik vast dat het een wonder mag heten dat er überhaupt strafzaken zijn waar alles goed gaat. Het is een gigantisch logistiek gegoochel om ervoor te zorgen dat alles samenvalt. Dus dat de juiste officier van justitie met het correcte en volledige strafdossier op de afgesproken dag en tijdstip in de juiste rechtszaal van de aangewezen rechtbank van Groningen, Assen of Leeuwarden zit waar op dat moment ook de juiste rechters, de juiste advocaat, advocaten, opgeroepen tolken, medewerkers van de reclassering en eventuele slachtoffers zitten. Ook niet te vergeten: de juiste bij het strafdossier horende verdachte(n).

De medewerkster van afdeling zittingsroosters: ‘Je kunt wel in de krant schrijven dat er van alles misgaat, maar het is heel goed dat je dit eens zelf ziet.’ En dat is het.

De verbazing blijft bij de afdeling algemene zaken waar ik pas mag vertrekken na alles te hebben gehoord wat ze daar doen: het ondersteunen van de officier van justitie in zijn/haar niet strafrechtelijke taken. Dat zijn er een boel. Kleine greep: het geven van toestemming om direct na de ondertrouw te huwen en dus niet de wettelijk verplichte 14 dagen wachttijd (bedenktijd?) in acht te nemen. Of het verrichten van handelingen met betrekking tot de wet op de lijkbezorging inzake niet natuurlijk overlijden. Voor het idee: in 2014 stierven 1200 mensen in Noord-Nederland zo’n niet-natuurlijke dood. Nog een taak: het gijzelen van mensen in faillissementszaken met een riekend geurtje. Voorspelling van de afdeling: die gijzelingen gaan toenemen.

donderdag ben in OM-vrijgeroosterd om strafzaken te kunnen volgen in zittingszaal 14.
vrijdag: bezoek aan het internationaal rechtshulp centrum noord-nederland en een gesprek met officier van justitie Liesbeth Joosten, afdelingshoofd interventies.

kort verslag dag 1
kort verslag dag 2

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Op stage, dag 2

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 2.

Dag 2, dinsdag 15 september
Schermafbeelding 2015-09-15 om 20.35.55Er was tegen mij gezegd dat er veel meer gebeurt bij het Openbaar Ministerie dan ik misschien zou denken. Wat heet. Je komt er van alles tegen. Iemand zegt: ‘Dat is H. Hij doet de onnatuurlijke doden.‘ Iemand anders: ‘Wat ik hier doe? Ik doe de beveiliging van bedreigde personen.’

De ochtend vangt aan met de tweewekelijkse zeepkist-bijeenkomst op de vierde verdieping. Daar praat plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Hessel Schuth met beide benen op de grond de medewerkers bij over de geslaagde barbecue, over ondermijningscriminalteit en over een groot probleem dat straks besproken zal worden. Officier van justitie Corien Fahner neemt een paar recente zaken door: het Bierumer wietproces (‘een succes voor het om’), over de branden in Hoogeveen en het lastige onderzoek dat daar bijhoort en heel kort over de Jumbo-zaak. ‘Ik had graag hier geroepen: we got him.

Daarna schuif ik aan bij het 7-weken-overleg waar officier van justitie Martijn Kappeyne van de Coppello de strafzaken bespreekt die over zeven weken op zitting komen. Inhoudelijk dan wel pro forma. Dat is steeds de vraag. Kappeyne van de Coppello moet de knopen doorhakken waarbij de preventieven vanwege de termijnen voorrang krijgen.

Dan is er het persofficierenoverleg onder leiding van Pieter van Rest en met onder anderen ook Manon Hoiting, mijn steun en toeverlaat deze week. Het gaat in dit overleg over van alles. Over de indrukwekkende driedaagse cursus jihadisme die is gevolgd, over het donkere dagen offensief van de politie (‘gaan we liken op Facebook’), over het thema kindermishandeling en het nut daarover te vertellen op scholen (heeft nut). Het gaat over persberichten, over fouten in persberichten (toegeven of niet?), de aangeschafte camera met pag-geld en over de valkuilen van camerabeelden die banken maken bij pinautomaten.

Kort voor en kort na de lunch ga ik met officier van justitie Sanne Kromdijk appointeren. Wij doen dat op de derde verdieping, in kamer 32. Het OM-gebouw is heul hip, maar ook een beetje steriel (spierwitte vloeren). Kamer 32 is anders: kasten vol strafdossiers, strafdossiers op de grond, stapels papieren in mappen op de bureaus waar nauwelijks ruimte is voor een toetsenbord of een bekertje koffie. Hier wordt echt gewerkt! Woensdag schuif ik opnieuw aan in 32 om tekst en uitleg te krijgen over de werkwijze.

Ik sluit dag 2 af met een bezoek aan de Weekdienst waar officier van justitie Ineke van Overbeeke topsport bedrijft. Ze moet op basis van vaak summiere informatie ingrijpende besluiten nemen over verzoeken die per roodgloeiende telefoon binnenkomen. Het zijn vooral vragen van politiemensen. Kan Jantje worden aangehouden buiten heterdaad, kan Pietje die al vast zit niet in beperking, de recherche wil een spoedtap plaatsen. Of dat kan? En mag? Ze zegt: ‘Deze dienst duurt een week, vrijdag kun je me wegdragen.’ Ze wordt bijgestaan door de parketsecretarissen Loes Boomsma en Francien van der Leij. Zij zijn rechterhanden. Tegen het raam van hun kantoorkamer staat een kaartje: ‘Geen paniek, het is maar chaos.’

→ kort verslag dag 1

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Op stage, dag 1

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.

Hieronder kort wat ik heb gedaan.

 

Dag 1, maandag 14 september
Schermafbeelding 2015-09-14 om 22.43.16Om kwart voor negen meld ik mij aan de Paterswoldseweg 814 in Groningen (met uitzicht op Drenthe). Uit handen van plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Hessel Schuth ontvang ik de rijkspas die mij deze week toegang geeft tot het gebouw.

Het eerste overleg dat ik bijwoon betreft dat van het Bureau Recherche onder leiding van recherche-officier Corien Fahner. Het gaat onder meer over de kwaliteit van de forensische opsporing, over de cie die nu weer anders heet, over capaciteiten en prioriteiten, over klapdagen en ingrijpscenario’s’.

Daarna volgt een gesprek met officier van justitie Pieter van Rest van de afdeling Beleid & Strategie. We spreken over de rol van het strafrecht, over die van de burgemeesters, over het nieuwe denken (in plaats van het oude denken), over de criminele beleidsanalyses en de informatiepositie van de politie. En zo nog wat zorgen.

De middag begint met een gesprek met Ineke Diender, zaakscoördinator slachtoffers. Staat binnen het OM vooral de verdachte centraal, bij Diender draait alles om het slachtoffer. Zij zegt: ‘Dat doen we niet als hulpverlener, maar als dienstverlener.’

De rest van de middag wordt in beslag genomen door het Strafmaatoverleg. Twaalf officieren van justitie praten, soms door elkaar heen, over concrete strafzaken die op korte termijn (deze en volgende week) aan de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden worden voorgelegd. Hoe hoog moet de strafeis zijn? Drie, vier, vijf. Wie biedt er meer? Of kan het een onsje minder? Een paar keer speelt een officier van justitie de advocaat van de duivel. Er valt een keer een lelijk woord. Er is een trieste kwestie waarin een heel lastig besluit moet worden genomen.

Tussen de bedrijven door, de koffieautomaat-gesprekken, spreek ik kort met deze en gene. Geen van de officieren van justitie die ik spreek, had zondagavond naar Penoza gekeken. In die aflevering – waar een miljoen mensen wel naar keken – stapt een officier van justitie met een strafdossier onder haar arm het huis van bewaring binnen. De boef, mevrouw Penoza, krijgt een aanbod dat ze niet kan weigeren: in plaats van levenslang mag ze vrijuit gaan en zal haar strafdossier spoorloos verdwijnen. In ruil daarvoor moet ze infiltreren in een gevaarlijke boevenbende. Neen. Zo gaat het in het echt natuurlijk niet. Een van de officieren van justitie: ‘Ik krijg al kromme tenen als ik naar Flikken Maastricht kijk. Een andere officier: ‘Op de televisie, in series, worden wij altijd neergezet als sullen. Dat klopt ook niet.’

 

kort verslag dag 2

Reageren? Vragen? klik hier

Lees meer

Werken bij het Openbaar Ministerie

Guyotplein 1
Paterswoldseweg 814
Rademarkt 12

Er zijn rechters die het niks vinden dat dit blog is vernoemd naar het adres van de rechtbank in Groningen – Guyotplein1 – terwijl het kwaad – vinden deze rechters – toch echt bij het Openbaar Ministerie zit.
Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland is gevestigd – nu nog – aan de Paterswoldseweg 814, op het randje van de stad Groningen. Paterswoldseweg 814 is niet echt een lekker klinkende naam voor een blog dat antwoorden zoekt.

Op Guyotplein 1 komt, in de rechtszaal, alles samen. Gaat het bij de politie (Rademarkt 12) mis, dan moeten ze dat aan de Paterswoldseweg herstellen. Doen ze dat daar niet dan komt zoiets via het Guyotplein naar buiten.

De vraag is: hoe mis gaat het eigenlijk aan de Paterswoldseweg? Ik heb zelf geen idee. Dat het er niet van een leien dakje gaat, mag (moet) inmiddels bekend zijn. Bij de krant gaat ook niet alles zoals het wel zou moeten, net als waarschijnlijk bij u thuis.

Mede naar aanleiding van het ontstaan en bestaan van dit blog, heb ik een gesprek gevoerd met hoofdofficier van justitie Jan Eland en officier van justitie Corien Fahner. Zij vinden Guyotplein 1 qua naam leuk bedacht. Qua inhoud is het enthousiasme iets minder groot. Daarom kwamen ze met een voorstel waar ik inmiddels over heb nagedacht.

Ik mag een week (of twee weken) op stage bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Ik krijg een deurpasje en dan mag ik alles, van alles, bijwonen. Ik mag met iedereen praten. Het doel: een beter beeld krijgen van hoe het er bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland aan toegaat. Bovenbaas Jan Eland zei: ‘En als je dan na een week van mening bent dat wij een stelletje labbekakken zijn, dan hoop ik dat in jouw krant te lezen.’

Ik heb het aanbod – na overleg met collega’s – aangenomen.
Na de vakantie, ergens in september, ga ik een week op stage bij het Openbaar Ministerie.

Laat ik mij nu inpakken?
Natuurlijk niet.
Er zullen afspraken worden gemaakt over wat wel en wat niet kan/mag worden gepubliceerd met betrekking tot lopende onderzoeken en dergelijke.
Dat spreekt voor zich.
Ik ben van afspraak is afspraak.
Ik zal de afspraken vermelden.
Hoe ik verslag ga doen, weet ik nog niet.
Daar ga ik in de vakantie over nadenken.

Rob Zijlstra

Lees meer

De Zes van Sappemeer [2] – bizar

6 jongemannen worden verdacht
van 21 woninginbraken
in Sappemeer en omstreken

 

 

Schermafbeelding 2015-07-05 om 21.59.17

[deel 2]

Of het er altijd zo aan toegaat, vraagt een bezoeker van zittingszaal 14 na afloop van een chaotisch verlopen zaak.
Ik zeg: ‘Nee. Niet altijd. Het gaat ook wel eens gewoon goed. Maar hier ging wel erg veel mis.’
De advocaten zijn zelfs een beetje in de war.

De nieuwsgierige bezoeker is een van de slachtoffers van woninginbraak.
Hij is samen met andere slachtoffers naar de rechtbank in Groningen gekomen om het strafproces tegen de zes verdachten bij te wonen.
Daar hebben zij zich op voorbereid, evenals op het indienen tijdens de zitting van een schadeclaim.
Om zoiets te doen is vrij heftig.

Maar er is geen inhoudelijke zitting.
Er was een zogenoemde regiezitting waarbij juridische formaliteiten worden besproken.
Dat had niemand aan de slachtoffers laten weten.
Kan gebeuren.
Slachtoffers hadden er niks te zoeken.

Wat ook kan gebeuren, maar wel heel bijzonder is, is dat twee van de vier verdachten die moesten komen opdraven geen dagvaarding hadden ontvangen.
Ze hadden een brief gekregen, maar dat mag niet tellen.
De rechters stelden vast dat er van een zitting geen sprake kan zijn.
Advocaten konden dus ook geen wensen kenbaar maken ten aanzien van het lopende onderzoek, want dat kan volgens de wet alleen op zitting.
Bij een vijfde verdachte stonden de verkeerde feiten op de dagvaarding, met als gevolg dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard.
De consequenties daarvan zijn nihil: er komt gewoon een nieuwe dagvaarding met daarop wel de juiste feiten (mogen de slachtoffers hopen).

De officier van justitie die het allemaal overkwam besloot zo weinig mogelijk te zeggen in plaats van tekst en uitleg te geven.
De rechters noemden de gang van zaken ‘bizar’.
Magistrale blikken de zaal in: ‘Wij kunnen hier ook niets aan doen’.
De advocaten zeiden dat het niet te geloven was.
Ze zeiden: ‘Wat een broddelwerk.’

Op het moment dat de juridische chaos compleet was, begonnen buiten de rechtszaal, maar in het gerechtsgebouw, mannen met een boormachine een gat te boren in een betonnen muur.
Dat maakte zoveel lawaai dat het gesproken woord in zittingszaal 14 geen kans meer maakte verstaan te worden.

Qua ontwikkeling in de zaak van de Zes van Sappemeer was er ook nog nieuws.
Van de zes verdachten zaten er nog twee vast.
Die twee zijn vrijdagochtend om tien uur in vrijheid gesteld.
De officier van justitie verzette zich, maar dat mocht niet baten.
De voorlopige hechtenis van de verdachten is geschorst: hun persoonlijke belangen wegen bij de rechters zwaarder dan de strafrechtelijke belangen.

Er komt nu een nieuwe regiezitting.
Ergens in augustus of september.
Advocaten kunnen dan – mits de dagvaardingen in orde zijn – verzoeken indienen met betrekking tot het onderzoek.
Bijvoorbeeld om getuigen te mogen horen.
Pas daarna is er uitzicht op een datum van een zittingen waarop de verdenkingen inhoudelijk worden behandeld, het eigenlijke strafproces.

Inbrekers hebben doorgaans maar een minuutje nodig om hun slag te slaan.
De consequenties kunnen maandenlang op zich laten wachten.

Het zal in de winter zijn.

Rob Zijlstra

deel 1

 

Lees meer