Groene dinsdag [2]

Schermafbeelding 2016-06-16 om 23.23.13Op last van de rechtbank in Groningen zijn de laatste vijf verdachten van een grote hennepactie van de politie in Groningen op vrije voeten gesteld.

Op dinsdag 31 mei 2016 viel de politie op 19 adressen in stad en provincie Groningen en in Eelde woningen en een bedrijfsruimte binnen. In Groningen, Hoogezand, Appingedam en Uithuizen werden in totaal 13 mensen aangehouden op verdenking van deelname aan een criminele organisatie, witwassen en hennepteelt.

Op die 19 plekken werden 7 hennepplantages aangetroffen met in totaal 2300 hennepplanten.
Bij de actie werden 175 politiemensen ingezet. Het onderzoek naar de organisatie was eind 2015 begonnen. Spil van de organisatie zou een growshop (tuincentrum) aan de Koningsweg in Groningen zijn.

De meeste verdachten werden kort na de acties al in vrijheid gesteld. Het Openbaar Ministerie had de rechtbank verzocht vijf verdachten nog eens 90 dagen vast te houden. De rechters zien daarvoor geen redenen (gronden) en wezen de verzoeken af. Donderdag mochten drie verdachten huiswaarts keren, de laatste twee verdachten worden vrijdagochtend naar huis gestuurd.

De elf mannen en twee vrouwen blijven wel verdachten in deze zaak. Het OM moet nu besluiten of de verdachten ook strafrechtelijk worden vervolgd en zich voor de rechter moeten verantwoorden.

Een betrokken advocaat denkt dat een eventueel proces nog wel twee jaar op zich kan laten wachten. De kans dat je nooit meer iets van deze zaak hoort, is zelfs vrij groot, denkt de raadsman.

Voor de politie moeten de vrijlatingen teleurstellend zijn. Op de dag van de actie maakte de politie bekend dat de invallen gericht waren tegen de georganiseerde criminaliteit die de samenleving ontwricht. Bij de invallen werd ook beslag gelegd op vier woningen, auto’s, sieraden en op 100.000 euro aan contant geld.

Ik ben benieuwd op welke wijze deze zaak een vervolg krijgt. Ik blijf de ontwikkelingen volgen en zal daar onder de naam groene dinsdag verslag van blijven doen.

>> groene dinsdag, deel 1

Lees meer

Groene Dinsdag [1]

Schermafbeelding 2016-05-31 om 21.26.11De politie heeft op dinsdag 31 mei 2016 invallen gedaan op 19 locaties in Groningen, Hoogezand, Appingedam, Uithuizen en Eelde. Het betrof 17 woningen en 2 bedrijfspanden. Bij de actie waren 175 agenten betrokken. Ik noem het maar Groene Dinsdag.

De pers was vooraf geïnformeerd over de actiedag. Verschillende journalisten waren op uitnodiging aanwezig bij de invallen (niet ongebruikelijk). Berichten over de actie zijn door voorlichters van de politie voor publicatie gelezen (gebruikelijk). Het is een voorwaarde om bij de acties aanwezig te mogen zijn.

 

Er zijn 13 mensen aangehouden: 11 mannen en 2 vrouwen in de leeftijd van 26 tot 61 jaar. Onder hen is een een 33-jarige man uit Uithuizen. Hij zou wel eens hoofdverdachte kunnen zijn. De verdenkingen tegen de  verdachten: hennepteelt en -handel, witwassen, het faciliteren van deze activiteiten en deelname aan een criminele organisatie.

Het politie-onderzoek begon eind 2015. Aanleiding: informatie uit andere onderzoeken, anonieme meldingen en informatie van energieleveranciers.

Op meerdere locaties zijn bij de invallen hennepkwekerijen aangetroffen:

Appingedam – Stationsstraat
Uithuizen – Hoofdstraat Oost (3)
Groningen – Sloep
Groningen – Zandsteenlaan
Groningen – Pleiadenlaan
Groningen – Nijensteinheerd
Eelde – Hornstukken

Aan de Nijensteinheerd in Groningen is ook een hennepdrogerij aangetroffen. Aan de Koningsweg in Groningen is tuincentrum (growshop) Green Lights doorzocht.

Schermafbeelding 2016-05-31 om 22.55.38

 

In totaal zijn 2300 planten en 25 kilo gedroogde hennep aangetroffen en in beslag genomen ter vernietiging. Daarnaast is voor 100.000 euro aan contant geld, sieraden en auto’s (4) in beslag genomen. Ook is beslag gelegd op woningen (4) en op bankrekeningen van verdachten.

De bron van bovenstaande informatie is een persbericht dat de politie vandaag heeft vrijgegeven. In dit bericht legt de politie ook het waarom van de actie uit. Het betreft hier ‘ondermijnende criminaliteit’.

Deze vorm van criminaliteit ‘verzwakt en misbruikt onze maatschappij met alle ontwrichtende gevolgen voor iedereen (…). Ondermijning leidt tot aantasting van onze rechtstaat en de gelijkheid van iedereen.’ Aldus de politie.

Waar ik altijd nieuwsgierig naar ben bij dit soort acties is het vervolg. Halen de verdachten de rechtszaal? Of komen ze met de schrik vrij? Los van de vraag of het niet wat magertjes is, 7 kwekerijen  met 175 politiemensen, wil ik weten of er wel voldoende capaciteit is voor een vervolgonderzoek. En ook: wat levert het uiteindelijk op?

Dat ik dat wil weten is niet zonder reden. In 2014 begon de politie een onderzoek naar een groep woninginbrekers. In maart 2015 werden er verdachten aangehouden, zes jongemannen die verantwoordelijk zouden zijn voor ten minste 24 forse woninginbraken in Oost-Groningen en Drenthe. Ook toen kwam er een persbericht van de politie. Het vervolg: de verdachten zijn nog altijd verdacht, zaten vast, maar lopen nu vrolijk en vrij rond. De rechtszaak laat al langer dan een jaar op zich wachten. → de zes van sappemeer

Ik ben benieuwd hoe het de 11 mannen en 2 vrouwen die vandaag zijn aangehouden zal vergaan. Ik ga dat volgen.

Rob Zijlstra

 

het persbericht van de politie

dit bericht is zonder tussenkomst van voorlichters geschreven en gepubliceerd

 

Lees meer

Klaarstomen

Schermafbeelding 2016-04-29 om 17.32.25Terwijl menigeen zich heeft verbaasd over de werkwijze van voorlichters, doet de politie in Groningen alsof er niets aan de hand is.

Gisteren – vrijdag – twitterde ‘de voorlichting’ dat er weer nieuwe politiemensen zijn klaargestoomd  om journalisten lijf te gaan. Ditmaal door een crisismediatrainer. Iedereen mag dat weten.

Het ziet er  gevaarlijk uit.

Wij zijn gewaarschuwd.

Gratis media-advies aan de klaargestoomden voor als het tot omgang komt: doe gewoon, praat niet raar. En zeg Zuidlaren (Drenthe).

Schermafbeelding 2016-04-30 om 10.47.40

Lees meer

Toekomstbestendige voorlichters en journalisten

Er is wat aan de hand.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.57.08Een jaar geleden hielden dertig rechercheurs zich in Noord-Nederland bezig met zware criminaliteit. Dat was – los van ziekteverzuim en zwangerschap – niet alleen veel te weinig, maar ook onverantwoord. Onderzoeken naar serieuze vormen van de misdaad waren amper mogelijk.
Dat dit zo was, werd niet door de politie ontkend.
Sterker nog: de politie zei het zelf.
Op 4 februari 2015 stond het in de krant.

‘’Bestrijding van de georganiseerde misdaad met 30 mensen is onverantwoord.’’

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.30Een jaar later.

Het aantal rechercheurs dat zich bezighoudt met zware vormen van criminaliteit is verdubbeld, van 30 naar 59.
Afgelopen week kreeg de noordelijke politie-eenheid van de landelijke korpsleiding het heugelijke bericht dat er nog eens 32 fte’s mogen worden ingevuld.
Oftewel: het aantal recherchebanen in de zwaarste tak van de misdaadsport groeit door naar meer dan 90.
De nieuwkomers moeten wel uit de eigen organisatie komen.
Toch is het een opsteker.
Zo stond dat vrijdag – 22 april 2016 – in de krant.

 

De teneur van het bericht is dat de politie blij is met die extra recherchebanen.
De verantwoordelijk en plaatsvervangend politiechef is wel realistisch: ‘We maken goede stappen vooruit, maar we zijn er nog niet.’

Hoe gaat nou zoiets?

Het artikel is deels gebaseerd op een gesprek dat ik anderhalve week geleden heb gevoerd op het politiebureau met plaatsvervangend politiechef Ronald Zwarter. Bij zo’n gesprek is (altijd) een politievoorlichter aanwezig. Die regelt niet alleen de koffie, maar maakt net als de journalist tijdens het gesprek ook aantekeningen.

Er worden afspraken gemaakt. Standaard geldt de afspraak dat de voorlichter het artikel dat wordt geschreven voor publicatie ter inzage krijgt. Dat is om te voorkomen dat er stomme fouten worden gepubliceerd. Voor de journalist is zo’n afspraak soms ook best prettig: hij/zij weet dat zijn artikel dat straks in de krant staat, zonder fouten zal zijn.

Maar.

Organisaties proberen steeds nadrukkelijker grip te krijgen op de inhoud van journalistieke publicaties. Niet ongewoon: wij mogen best dat wat de voorlichter zegt, in de mond leggen van de politiechef.
Dat is vals citeren.
Verder: niet alleen feitelijke onjuistheden worden – volgens afspraak – gecorrigeerd, maar er komen ook aanvullingen (bij nader inzien) en er worden wijzigingen (ook bij nader inzien) aangebracht.
De journalist is het daar dan niet mee eens.

Het loerende gevaar: het artikel – de journalistiek – dreigt een compromis te worden.

In alle kranten – van wakker in de ochtend tot de slijpsteen in de avond – staan compromissen. Elke organisatie, alle politici en sportlui en alle bijbehorende voorlichters (communicatie-adviseurs) eisen directe invloed op de inhoud van een te publiceren artikel.
Journalisten die dat weigeren, worden zelf geweigerd.

Het zou ons van de kranten sieren wanneer wij vanaf maandag onder onze artikelen vermelden dat betrokkenen de inhoud vooraf hebben goedgekeurd.
Of niet.

Het artikel dat ik (mede) op basis van het gesprek op het politiebureau heb geschreven, is volgens afspraak voor publicatie naar de afdeling voorlichting gestuurd. De voorlichter meldde geen feitelijke onjuistheden. Wel kwam hij -niet afgesproken – met een stuk of tien aanvullingen. De politiechef moest ‘plaatsvervangend’ politiechef heten, ‘geen capaciteit’ zou beter veranderd kunnen worden in ‘nauwelijks capaciteit’. En zo voort.

Nuances in vredestijd.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.13Vrijdagochtend stond het artikel goedgekeurd in de krant en ook online op de krantensite (07.00 uur) (dvhn.nl). Vrijdagmiddag (om 13.30 uur) meldde de politievoorlichter zich per e-mail.
Hij was teleurgesteld.
De politie had graag voor publicatie nog een keer inzage gehad in het al gecorrigeerde artikel na de eerste inzage voor publicatie.
Politie wilde nog meer regie.
Eigenlijk had het een heel ander artikel moet zijn.
Eigenlijk hadden ze het zelf willen schrijven.

De teleurstelling, meldt de voorlichter, heeft ook gevolgen.
Geen nieuwe afspraken.
Journalisten die niet naar de pijpen dansen van de voorlichter van de politie kunnen het vergeten. Daar komt het op neer. Heel vals meldt de voorlichter nog even de namen van journalisten die wel vergaande inmenging in hun artikelen toestaan.
Daar zou ik een voorbeeld aan moeten nemen.

Ik heb de voorlichter gevraagd of ik de inhoud van zijn e-mail met teleurstellingen (en namen) mag publiceren.
Ik vond dat netjes om te vragen.
Het antwoord: nee, dat mag niet.

Het moet dus uit mijn hoofd.
De politievoorlichter liet weten dat wanneer ik mijn artikelen niet voor publicatie wil laten redigeren, het lastig wordt mij nog langer te woord te staan.

Ko-re-a

Sinds de uitvinding (jaren 90) van persvoorlichters (communicatie-adviseurs) bestaan er spanningen tussen hen en journalisten (19e eeuw).
Dat is goed en gezond, het houdt de boel scherp.
Maar zodra voorlichters willen bepalen wat journalisten moeten schrijven en daarbij dreigementen niet schuwen, is er wat aan de hand.

Ik ga op mijn krant voorstellen dat we voortaan vermelden welke artikelen voor publicatie ter inzage zijn gegeven.
Dat kan heel simpel, met bijvoorbeeld een voetnoot.

Ondertussen ga ik mijn collega-journalisten – ook buiten de krant – oproepen geen compromissen meer te sluiten met voorlichters.
Geen inzage voor publicatie.
Wij moeten (weer) baas worden (blijven) over onze eigen berichten.

Is dit echt nodig?

Wij die graag waakhond willen zijn moeten ons niet gaan gedragen als lammetjes.

 

Rob Zijlstra

→ Het voorlichtingsapparaat van de politie heeft naar aanleiding van mijn dvhn-publicatie een eigen versie van het ’32-extra-fte-erbij-nieuws’ gepubliceerd in een persbericht over ‘toekomstbestendige opsporing’.

→ Het bovenstaande artikel is woensdag 27 april 2016 ook gepubliceerd in Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het krantenartikel is iets ingekort.

lam

→ bericht in Villa Media, het vakblad voor de journalistiek in Nederland

Lees meer

Wat de politie doet !

Een jaar geleden, op 3 februari 2015, liep ik met een collega het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen binnen. We hadden vragen meegenomen. De belangrijkste vraag was waarom de politie zo weinig doet als het om de aanpak van de echte criminaliteit gaat. We wilden weten wat er aan de hand was bij de recherche. Waarom hapert de machine?

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het werd geen prettig gesprek. De politieman die ons te woord stond, chef van iets, vond ons vervelend. Dat zei hij ook. Wij waren vervelend en ontzettend negatief. Nooit eerder in zijn lange carrière had hij zulke nare journalisten meegemaakt als in Groningen. De politieman vond het niet nodig voorbeelden te geven.

De aanleiding om vragen te stellen was de forse daling van het aantal strafzaken dat het Openbaar Ministerie Noord-Nederland aanleverde bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden. Zo’n dertig procent. Een bevredigende verklaring was er toen niet. Op de rechtbank zeiden ze dat het Openbaar Ministerie – hofleverancier als het om strafzaken gaat – minder aanlevert dan was afgesproken. Het Openbaar Ministerie wees naar de politie. Die doet te weinig.

In 2013 merkte ik als rechtbankverslaggever dat het aantal strafzaken fors terugliep terwijl de misdaad gewoon z’n gang bleef gaan. Ik zocht contact met het toenmalige Tweede Kamerlid Magda Berndsen die per slot van rekening tussen 2006 en 2010 korpschef van de politie in Friesland was geweest. Zij vond het heul zorgelijk allemaal, bezocht de rechtbank in Groningen en stelde er vragen over aan de minister van veiligheid en justitie. Er kwamen antwoorden, maar die hadden met de vragen niet zo veel te maken.

Zo gaat dat.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

Tijdens het niet-prettige gesprek op het hoofdbureau werd een taskforce aangekondigd die de werkprocessen bij de recherche zou gaan doornemen. Want daar zat ‘m de pijn. Het uiteindelijke doel van de taskforce was om het aantal rechercheurs, dan dertig, fors uit te breiden. Max Daniel, de politieman die ons zo narrig te woord stond, zei: ’De bestrijding van de georganiseerde misdaad met dertig mensen is onverantwoord.’ Dertig moet negentig worden.

De volgende dag, op 4 februari 2015, stond in de krant: ‘Recherche onder de loep.

bericht

 

Weer worden Kamervragen gesteld. De Tweede Kamer krijgt van minister Ivo Opstelten te horen dat er niets aan de hand is in Noord-Nederland. Bij de recherche in het Noorden werken alleen al 49 financieel-rechercheurs, vertelt hij aan de Tweede Kamer.

In september 2015 trekt de Drentse commissaris van de koning Jacques Tichelaar een conclusie. Hij zegt dat de vorming van de Nationale Politie voor Drenthe negatief uitpakt. Volgens hem is er sprake van een tekort van zeventig rechercheurs in Noord-Nederland. Dat zijn geen nieuwe conclusies. Er was al eerder een rapport (‘prestaties in de strafrechtketen’) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin staat dat politie en justitie als gevolg van reorganisaties onder de maat presteren.

De politie weet dat zelf als geen ander. In juni 2015 meldt de Nederlandse Politie Bond (vakbond) op grond van een enquête onder haar leden dat de invoering van de Nationale Politie heeft geleid tot een fikse verslechtering van de dienstverlening aan de burger. De man die binnen de politie verantwoordelijk is voor de operatie is inmiddels opgestapt.

In oktober 2015 is er nog niet veel veranderd. Er zijn nog altijd te weinig rechercheurs aan het werk. De korpsleiding erkent dat er sprake is van onderbezetting en wijst wederom naar de reorganisatie als de grote boosdoener. Ter geruststelling: ‘Maar de aanpak van de zware misdaad heeft zeker onze aandacht.’

Arme politie. En van het Openbaar Ministerie moet de korpsleiding op de Rademarkt het ook niet hebben. In oktober duikt officier van justitie Pieter van Rest – spreekbuis van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland – op in de Telegraaf. Het minder op de hielen zitten van de zware jongens heeft vooral op de langere termijn gevolgen, zegt hij. Citaat: ‘Als de criminele samenwerkingsverbanden met rust worden gelaten, kunnen ze langzaam sterker worden. Op den duur ondermijnen ze de samenleving.’ Volgens Van Rest hebben ‘ze’ op de Rademarkt ook weinig benul. Hij zegt: ‘De informatiepositie van de noordelijke politie is ondermaats. Als je niet weet wat er speelt, kun je het ook niet aanpakken.’

Dat is nogal een uitspraak.

om deel 1
volledige tekst > zie elders op dit blog

Vanwege al deze perikelen mocht ik vorig jaar twee weken snuffelen op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Voor Dagblad van het Noorden schreef ik daar een lang verhaal over. Het Openbaar Ministerie, gastheer, was niet zo blij met het artikel.

Te negatief.

De leiding van het Openbaar Ministerie had het artikel voor publicatie gelezen. Bijna alle verhalen over politie en justitie, sowieso alle interviews met bestuurders en politici, worden voor publicatie door journalisten voorgelegd aan betrokkenen. Soms worden de scherpe kantjes er dan vanaf gehaald. De waarheid in de pers is soms een compromis.

In mijn publicatie duikt officier van justitie Pieter van Rest weer op. Hij zegt wat hij later tegen de Telegraaf zal zegen. Dat de informatiepositie van de politie in Noord-Nederland onder de maat is. ‘De politie heeft geen idee wat er speelt.’ Hij zegt ook dat er nog altijd veel te weinig rechercheurs zijn. En dat dat fnuikend is.

In het artikel citeer ik officier van justitie Henk Super, een oude rot in het vak. Hij klaagt: ‘Wil je een onderzoek opstarten, is er bij de politie maar een man en paardekop beschikbaar. Moet er een tweede onderzoek komen, is er niemand.’

Een jonge, zeer gedreven officier van justitie zegt wel eens het gevoel te hebben dat het Openbaar Ministerie een fiets zonder trapper is. Enthousiast: ’En toch gaan we door.’

De officier van justitie die in Noord-Nederland verantwoordelijk is voor de forensische opsporing stipt een ander probleem aan. Liquidatieonderzoeken in Amsterdam en ook het intensieve onderzoek rond de MH17 zorgen voor een enorme druk op de onderzoekscapaciteit van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De politie in Noord-Nederland mag om die reden per maand maar 42 sporen laten onderzoeken op dna. Voor heel Noord-Nederland is dat niet veel. De officier van justitie: ‘Zo ontstaan achterstanden.’

Jan Eland is de hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Hij is niet een man die om de hete brij heen draait. Hij erkent dat het binnen zijn eigen organisatie nog niet zo gaat zoals het wel zou moeten. Eland wijst erop dat de bezuinigingen die Den Haag oplegt het er niet eenvoudiger op maken. Wat heet. Hij zegt: ‘Wij lopen langs de rand van de afgrond.’

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Over de politie zegt Jan Eland dat de Nederlandse politieagent heel goed is in de bejegening, maar een proces-verbaal kan hij of zij niet schrijven. Er is, aldus Eland, sprake van een gebrek aan kwaliteit bij de politie. Citaat: ‘Daar hebben wij last van.’ En over de recherche: ‘Die zijn met te weinig.’

Dat was in oktober vorig jaar.
Het laatste bezoek aan het politiebureau was een jaar geleden.
Er zijn nog altijd minder strafzaken en relatief veel strafzaken die wel worden behandeld, zijn nog steeds oud. Dat levert nog altijd strafkortingen op voor verdachten die er ook niets aan kunnen doen. In plaats van een celstraf wordt dan een werkstraf geëist. Rechters en advocaten maken regelmatig de opmerking dat strafdossiers onvolledig zijn, dat cruciale vragen niet zijn gesteld.

Soms kan niemand daar iets aan doen, soms ook wel.

Ik volg een aantal lopende strafzaken waar naar mijn mening iets mee aan de hand is, die zeg maar niet op rolletjes lopen. Ik volg deze zaken vooral om te kijken hoe het werkt, hoe processen verlopen.

In Oost-Groningen werden in april 2015 zes jongemannen aangehouden op verdenking van een groot aantal woninginbraken, gepleegd in 2014 in Groningen en Drenthe. De rechtbank stuurde een van de hoofdverdachten twee maanden geleden naar huis met de woorden ‘U heeft lang genoeg gezeten, uw tijd zit erop.’ Het strafproces moet evenwel nog beginnen. Wanneer? In maart 2016 worden getuigen gehoord. Dat is een jaar na de arrestaties.

Het strafproces? Dat zal mei of juni worden of ergens na de vakantie, in augustus of september. Niemand is blij met deze gang van zaken, behalve misschien de zes jongemannen waar het allemaal om draait.

In oktober 2013 kwam bij de politie informatie binnen dat een hoogbejaarde mevrouw in Haren werd afgeperst. In mei 2014 werden twee verdachten, een man een een vrouw uit Haren, gearresteerd. Een jaar later, in mei 2015, besluit het Openbaar Ministerie dat de twee verdachten ook strafrechtelijk worden vervolgd. Het eens vermogende slachtoffer is vorig jaar op hoge leeftijd in armoede overleden. Wanneer de strafzaak dient, is onbekend.

Vier jaar lang is onderzoek gedaan naar de handel en wandel van de familie S. uit Delfzijl. Het idee is dat familieleden tussen juli 2006 en oktober 2014 op grote schaal actief waren in de hennepteelt en hennephandel. Een van de verdachten was, ook toen het onderzoek liep, gemeenteraadslid in Delfzijl. Op zeker zeven plaatsen werden in het najaar van 2014 invallen gedaan. Er zou sprake zijn van dubieus vastgoed. De strafzaak laat op zich wachten.

Dit zijn maar drie voorbeelden.
Er zijn veel meer.

Het wordt tijd om met een paar vragen onder de arm die narrige politiechef van een jaar geleden maar weer eens op te zoeken.

Rob Zijlstra

 

de vragen

vragen

update / 9 februari 2016
De politie heeft laten weten even tijd nodig te hebben om antwoorden te kunnen geven op de gestelde vragen. Het wordt niet deze, maar volgende week.

update / 19 februari 2016
De politie is nog steeds op zoek naar de antwoorden op de vragen die ik twee weken geleden heb gesteld. De toezegging is nu dat ik word uitgenodigd voor een gesprek. De komende week?

update / 23 februari 2016
Nadat ik maandag 22 februari een bericht mocht ontvangen dat het geven van antwoorden ‘vandaag’ niet zal lukken, ontving ik op dinsdag  23 februari het bericht dat de agent die antwoord kan/moet  geven volgende week met vakantie gaat. Ik moet dus wachten tot de man terug is. Dat zal zijn op 7 maart. De politie: wij vinden het ook jammer dat het zo lang moeten duren.

update / 13 april 2016
De afspraak stond op 7 maart. Het ongeluk wilde dat ik kort voor de afspraak onwel werd en in het ziekenhuis belandde. Terwijl de politie zich afvroeg waar ik bleef, vroegen medici zich af wat mij mankeerde.  Dat bleek – achteraf – minder ernstig dat het leek: een neuritis vestibularis. Volgens mij mag je dan een beroep doen op overmacht. Er is een nieuwe afspraak gemaakt: op 13 april (2016).

 

 

Lees meer

De politie is een goed idee

wat anderen schrijven

De politie is er vooral voor de vorm en dat is maar goed ook, schrijft Bart de Koning, onderzoeksjournalist, in (op) De Correspondent. Zijn artikel heet ‘De zeven plagen van de Nationale politie’.

Een van die plagen is volgens hem de ‘meten-is-wetencultuur’ (politiecijfers). Die cultuur, meldt De Koning, leidt tot schijnexactheid, veroorzaakt onnodige bureaucratie en zorgt voor perverse effecten. De politie jaagt achter makkelijke doelen aan en rapporteert wat de minister wil horen. Om de afgesproken aantallen maar te halen worden strafdossier die onder de maat zijn naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Gevolg: veel sepots. Op papier wordt de politie productiever, maar in de praktijk belanden er minder verdachten in de rechtszaal.

Is dit een verklaring voor de rust in Zittingszaal 14?

De Koning schrijft zijn bevindingen toe aan deskundigen en hooggeplaatsten binnen de politie met wie hij zegt te hebben gesproken.

Wat hij schrijft, komt overigens niet uit de lucht vallen. Al veel langer wordt gezegd dat de misdaadcijfers niet deugen. Er bestaan cijfers over het aantal fietsendiefstallen, gebaseerd op het aantal aangiftes. Veel fietsendiefstallen leiden niet tot een aangifte. Dat geldt ook voor woninginbraken en vernielingen. Geweldsmisdrijven laten zich nog minder goed vangen in cijfers. Oftewel: er bestaan meer en minder betrouwbare cijfers over onderdelen van de misdaad, maar cijfers over de misdaad bestaan niet.

Ondertussen blijft de politie maar cijfers produceren die overigens gretig aftrek vinden bij ons van de media. Op basis van jaarverslagen melden wij tenminste eens per jaar dat de misdaad is af- dan wel toegenomen en met hoeveel procent het veiliger (onveiliger) is geworden. Dat zouden wij niet meer moeten doen.

Schermafbeelding 2015-06-10 om 13.28.55De Koning citeert hoogleraar (politiestudies en veiligheidsvraagstukken) Bob Hoogenboom. De kern van het probleem is volgens de politieprofessor vervat in twee mythes. De eerste is dat de politie vooral bezig is met het bestrijden van de misdaad. De tweede is dat het strafrecht daarvoor een geschikt middel is.

In de praktijk besteedt de politie maar tien procent van haar tijd aan de (bestrijding van) misdaad. Het merendeel van het werk zit in het zichtbaar aanwezig zijn, praten, dreigen en begeleiden (van verwarde mensen bijvoorbeeld). De politie heeft vooral een (belangrijke) symbolische functie. Misdaadstatistieken doen geen recht aan het werk van de politie.

En dat het strafrecht (ooit bedoeld als ultimum remedium) niet de oplossing is, is ook al geen geheim meer hoewel sommigen nog altijd geloven dat strengere straffen doet afschrikken.

Collega De Koning citeert een ‘hoge politiefunctionaris’: ‘Het laagste niveau van denken is tellen.’

r.z.

links
De zeven plagen van de Nationale politie [de correspondent]
De politie is er vooral voor de vorm [de correspondent]

 

Lees meer