Doen alle journalisten het? #wtf

Schermafbeelding 2016-05-20 om 23.22.12Journalisten moeten zich blijven verbazen. De grootste bedreiging voor de onafhankelijke journalistiek wordt gevormd door journalisten die er zelf niet meer in geloven. Dat las ik afgelopen week, stom genoeg ben ik vergeten waar ik het las. Maar ik kan mij er wel iets bij voorstellen.

Ik geloof nog wel in zuivere journalistiek. Gelukkig zie ik veel collega’s om mij heen die daar net zo over denken.

Ik wil mij blijven verbazen. Vrijdagmiddag viel ik van mijn stoel van verbazing.

De keuken van de noordelijke journalistiek stond de afgelopen dagen een beetje in het teken van het gesodemieter dat er momenteel is met de politie. Aanleiding is het verhaal dat ik schreef (‘Lammetjesgedrag past journalist niet’). Er zijn gesprekken gevoerd tussen hoofdredacteuren van de kranten en regionale omroepen in Noord-Nederland en de politieleiding in Noord-Nederland.

RTVNoord-hoofdredacteur Mischa van den Berg beschrijft in een column de huidige stand van zaken: wij van de kranten en de omroepen te Noord-Nederland gaan niet meer dansen naar het pijpen van voorlichters. Wij willen geloofwaardig blijven.

terzijde 1
lees de column van de rtvnoord-hoofdredateur  De beste vriend

Noordelijk politiebaas Oscar Dros heeft opnieuw beterschap beloofd. Er komen extra voorlichters, er komt een externe deskundige de boel doorlichten en wat al niet, zo begreep ik. Dacht: toe maar.

terzijde 2Schermafbeelding 2016-05-20 om 22.49.53
Grappig ook: Dros was de eerste politiebaas in Nederland die uit de doeken deed (tijdens de verhoren van de irt-affaire) dat criminelen gebruik en misbruik maakten van de journalistiek en van misdaadjournalisten. Hij noemde dat onderwereld-pr. Misdaadjournalist Bas Middelburg schreef er later een boek over: Onderwereld-pr, hoe de misdaad de media manipuleert. Wat Dros de criminelen en de pers van toen verweet, doet de politie nu zelf.

 

Het is lastig. Als journalist wil je de lezer (luisteraar, kijker) niet vermoeien met eigen gedoe. Aan de andere kant mag de lezer, luisteraar, kijker best weten hoe de dingen werken. Ik ben een groot voorstander van een lelijk woord: transparantie.

De lezer () moet erop kunnen vertrouwen dat de journalistiek zuiver is en dat propaganda en pr niet worden verkocht als nieuws. De lezer moet erop kunnen vertrouwen dat wij journalisten bestand zijn tegen de druk die voorlichters uitoefenen om te doen en om te laten.

Bij grotere artikelen in de krant zie je steeds vaker een journalistieke verantwoording. Uitgelegd wordt hoe een artikel tot stand is gekomen. Eist een organisatie inzage in een artikel voor publicatie, dan zou dat bij publicatie vermeld moeten worden. Nog beter: geen voorinzage. Want waarom wel?

Vrijdagmiddag viel ik dus om van verbazing.

Twee dagen eerder zocht ik contact met Slachtofferhulp Nederland in verband met de wetswijzing (per 1 juli) met betrekking tot het spreekrecht voor slachtoffers in de rechtszaal. Ik schrijf daarover een artikel voor de krant van komende week. Ik stelde mijn vraag. Ze snapten het. Donderdag zou ik er over worden teruggebeld,.

Vrijdag belde een medewerker van Slachtofferhulp. Hij wilde graag mijn vraag beantwoorden. Voorwaarde: we willen het verhaal voor publicatie lezen.

Even dacht ik dat ik in de maling werd genomen. Maar nee, het was ernst. Ik zei: kan niet. U krijgt het verhaal niet voor publicatie te lezen. Principe-kwestie. Ik legde uit waarom. Ik e-mailde het Lammetjes-verhaal. De medewerker las het en antwoordde: ‘Helder.’ Zei dat hij alvorens te kunnen praten eerst moest overleggen met de afdeling persvoorlichting.

lamVrijdagmiddag. Een alleraardigste persvoorlichter. Ze had alle begrip. Maar wat was nou precies mijn vraag? Ik moest weten dat ze ook slechte ervaringen hebben met journalisten. Vandaar de eis tot inzage vooraf. Het is gebruikelijk. Nee. De alleraardigste voorlichter had nog nooit meegemaakt dat een journalist zoiets weigerde.

Dat was het moment dat ik – bij wijze van spreken – omviel. WTF? Doen alle journalisten het? Ik zei: ‘U bent de alleraardigste, maar ik doe het niet.’

De vraag die ik heb gesteld: wat vindt Slachtofferhulp Nederland van de uitbreiding van het spreekrecht voor slachtoffers die per 1 juli wordt ingevoerd en hoe gaat de organisatie daar straks mee om? Niet meer, niet minder.

Misschien dat ik maandag een antwoord krijg.
En anders maar niet.

Rob Zijlstra

Lees meer

Klaarstomen

Schermafbeelding 2016-04-29 om 17.32.25Terwijl menigeen zich heeft verbaasd over de werkwijze van voorlichters, doet de politie in Groningen alsof er niets aan de hand is.

Gisteren – vrijdag – twitterde ‘de voorlichting’ dat er weer nieuwe politiemensen zijn klaargestoomd  om journalisten lijf te gaan. Ditmaal door een crisismediatrainer. Iedereen mag dat weten.

Het ziet er  gevaarlijk uit.

Wij zijn gewaarschuwd.

Gratis media-advies aan de klaargestoomden voor als het tot omgang komt: doe gewoon, praat niet raar. En zeg Zuidlaren (Drenthe).

Schermafbeelding 2016-04-30 om 10.47.40

Lees meer

Toekomstbestendige voorlichters en journalisten

Er is wat aan de hand.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.57.08Een jaar geleden hielden dertig rechercheurs zich in Noord-Nederland bezig met zware criminaliteit. Dat was – los van ziekteverzuim en zwangerschap – niet alleen veel te weinig, maar ook onverantwoord. Onderzoeken naar serieuze vormen van de misdaad waren amper mogelijk.
Dat dit zo was, werd niet door de politie ontkend.
Sterker nog: de politie zei het zelf.
Op 4 februari 2015 stond het in de krant.

‘’Bestrijding van de georganiseerde misdaad met 30 mensen is onverantwoord.’’

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.30Een jaar later.

Het aantal rechercheurs dat zich bezighoudt met zware vormen van criminaliteit is verdubbeld, van 30 naar 59.
Afgelopen week kreeg de noordelijke politie-eenheid van de landelijke korpsleiding het heugelijke bericht dat er nog eens 32 fte’s mogen worden ingevuld.
Oftewel: het aantal recherchebanen in de zwaarste tak van de misdaadsport groeit door naar meer dan 90.
De nieuwkomers moeten wel uit de eigen organisatie komen.
Toch is het een opsteker.
Zo stond dat vrijdag – 22 april 2016 – in de krant.

 

De teneur van het bericht is dat de politie blij is met die extra recherchebanen.
De verantwoordelijk en plaatsvervangend politiechef is wel realistisch: ‘We maken goede stappen vooruit, maar we zijn er nog niet.’

Hoe gaat nou zoiets?

Het artikel is deels gebaseerd op een gesprek dat ik anderhalve week geleden heb gevoerd op het politiebureau met plaatsvervangend politiechef Ronald Zwarter. Bij zo’n gesprek is (altijd) een politievoorlichter aanwezig. Die regelt niet alleen de koffie, maar maakt net als de journalist tijdens het gesprek ook aantekeningen.

Er worden afspraken gemaakt. Standaard geldt de afspraak dat de voorlichter het artikel dat wordt geschreven voor publicatie ter inzage krijgt. Dat is om te voorkomen dat er stomme fouten worden gepubliceerd. Voor de journalist is zo’n afspraak soms ook best prettig: hij/zij weet dat zijn artikel dat straks in de krant staat, zonder fouten zal zijn.

Maar.

Organisaties proberen steeds nadrukkelijker grip te krijgen op de inhoud van journalistieke publicaties. Niet ongewoon: wij mogen best dat wat de voorlichter zegt, in de mond leggen van de politiechef.
Dat is vals citeren.
Verder: niet alleen feitelijke onjuistheden worden – volgens afspraak – gecorrigeerd, maar er komen ook aanvullingen (bij nader inzien) en er worden wijzigingen (ook bij nader inzien) aangebracht.
De journalist is het daar dan niet mee eens.

Het loerende gevaar: het artikel – de journalistiek – dreigt een compromis te worden.

In alle kranten – van wakker in de ochtend tot de slijpsteen in de avond – staan compromissen. Elke organisatie, alle politici en sportlui en alle bijbehorende voorlichters (communicatie-adviseurs) eisen directe invloed op de inhoud van een te publiceren artikel.
Journalisten die dat weigeren, worden zelf geweigerd.

Het zou ons van de kranten sieren wanneer wij vanaf maandag onder onze artikelen vermelden dat betrokkenen de inhoud vooraf hebben goedgekeurd.
Of niet.

Het artikel dat ik (mede) op basis van het gesprek op het politiebureau heb geschreven, is volgens afspraak voor publicatie naar de afdeling voorlichting gestuurd. De voorlichter meldde geen feitelijke onjuistheden. Wel kwam hij -niet afgesproken – met een stuk of tien aanvullingen. De politiechef moest ‘plaatsvervangend’ politiechef heten, ‘geen capaciteit’ zou beter veranderd kunnen worden in ‘nauwelijks capaciteit’. En zo voort.

Nuances in vredestijd.

Schermafbeelding 2016-04-23 om 00.38.13Vrijdagochtend stond het artikel goedgekeurd in de krant en ook online op de krantensite (07.00 uur) (dvhn.nl). Vrijdagmiddag (om 13.30 uur) meldde de politievoorlichter zich per e-mail.
Hij was teleurgesteld.
De politie had graag voor publicatie nog een keer inzage gehad in het al gecorrigeerde artikel na de eerste inzage voor publicatie.
Politie wilde nog meer regie.
Eigenlijk had het een heel ander artikel moet zijn.
Eigenlijk hadden ze het zelf willen schrijven.

De teleurstelling, meldt de voorlichter, heeft ook gevolgen.
Geen nieuwe afspraken.
Journalisten die niet naar de pijpen dansen van de voorlichter van de politie kunnen het vergeten. Daar komt het op neer. Heel vals meldt de voorlichter nog even de namen van journalisten die wel vergaande inmenging in hun artikelen toestaan.
Daar zou ik een voorbeeld aan moeten nemen.

Ik heb de voorlichter gevraagd of ik de inhoud van zijn e-mail met teleurstellingen (en namen) mag publiceren.
Ik vond dat netjes om te vragen.
Het antwoord: nee, dat mag niet.

Het moet dus uit mijn hoofd.
De politievoorlichter liet weten dat wanneer ik mijn artikelen niet voor publicatie wil laten redigeren, het lastig wordt mij nog langer te woord te staan.

Ko-re-a

Sinds de uitvinding (jaren 90) van persvoorlichters (communicatie-adviseurs) bestaan er spanningen tussen hen en journalisten (19e eeuw).
Dat is goed en gezond, het houdt de boel scherp.
Maar zodra voorlichters willen bepalen wat journalisten moeten schrijven en daarbij dreigementen niet schuwen, is er wat aan de hand.

Ik ga op mijn krant voorstellen dat we voortaan vermelden welke artikelen voor publicatie ter inzage zijn gegeven.
Dat kan heel simpel, met bijvoorbeeld een voetnoot.

Ondertussen ga ik mijn collega-journalisten – ook buiten de krant – oproepen geen compromissen meer te sluiten met voorlichters.
Geen inzage voor publicatie.
Wij moeten (weer) baas worden (blijven) over onze eigen berichten.

Is dit echt nodig?

Wij die graag waakhond willen zijn moeten ons niet gaan gedragen als lammetjes.

 

Rob Zijlstra

→ Het voorlichtingsapparaat van de politie heeft naar aanleiding van mijn dvhn-publicatie een eigen versie van het ’32-extra-fte-erbij-nieuws’ gepubliceerd in een persbericht over ‘toekomstbestendige opsporing’.

→ Het bovenstaande artikel is woensdag 27 april 2016 ook gepubliceerd in Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het krantenartikel is iets ingekort.

lam

→ bericht in Villa Media, het vakblad voor de journalistiek in Nederland

Lees meer

De pers en de president

‘Justitie is een rammelkast’

Collega Folkert Jensma signaleert in zijn wekelijkse ‘Rechtsstaat’ in NRC Handelsblad inderdaad iets opmerkelijks. In Limburg was afgelopen week een actie van politie en justitie, gericht tegen mannen van motorclubs. Een van de verdachten – een hoofdman die ze in die opgevoerde brommerkringen ‘de president’ noemen – werd geblinddoekt, op blote voeten en in onderbroek voor het oog van de vooraf ingelichte pers en perscamera’s uit zijn woning gehaald en publiekelijk afgevoerd.
Een in Nederland hoogst ongebruikelijke perp-walk.

Waarom, vraagt Jensma zich af, mocht die man eerst niet even zijn broek aantrekken?
Hij geeft ook antwoord: de president moest publiekelijk worden vernederd.

De politie is druk bezig met bezuinigen, met reorganiseren en met het eigen cao-salaris – met zichzelf dus – en justitie, het Openbaar Ministerie, is een rammelkast met structureel tien jaar achterstallig onderhoud, analyseert de NRC-journalist wiens columns in de wereld van de rechterlijke macht worden gespeld.

De sterke arm is ernstig verzwakt . Om dat te verdoezelen worden andere middelen ingezet. Beeldvorming.
De illusie in de opsporing, schrijft Jensma.

Nog erger: de journalistiek is daar volgens hem dienstbaar aan. Wij van de pers brengen zo’n president in onderbroek maar al te graag in beeld. Justitie is ons vast erkentelijk. Of was het een voorwaarde om erbij te mogen zijn?

In datzelfde NRC Handelsblad staat dit weekeinde ook een artikel over Willem Holleeder. Daarin staat nog iets opmerkelijks. Er staat dat de zus van Holleeder gesprekken die ze met haar broer voerde in de gevangenis heeft opgenomen. Om dat te kunnen doen had ze zich ‘voorzien van geheime afluisterapparatuur’.

Dat vind ik dus opmerkelijk. Ik kom wel eens in een gevangenis en een huis van bewaring en dan is het niet de bedoeling dat apparatuur mee naar binnen gaat. Dat mag onder geen beding en er wordt streng op gecontroleerd. Bij de ingang voor bezoek, nog voor de scan, staan vaak kluisjes waar telefoon en aanverwanten in moeten worden opgeborgen. Iedere bezoeker moet, als op Schiphol, door een scan en wordt grondig gefouilleerd. Ik wil aannemen dat de controle in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) waar Holleeder verblijft niet onderdoet voor die in een ‘gewone’ gevangenis of huis van bewaring.

Misschien is het wel anders gegaan.
Ik denk het.
Ik denk dat justitie de zus van Holleeder heeft voorzien van opname-apparatuur in de hoop dat hij zijn zus dingen zal toevertrouwen die hem kunnen belasten.
Volgens de krant weet het Openbaar Ministerie inmiddels van de opname.

Inmiddels.
Ja ja.

Een paar weken geleden werd tijdens een rechtszaak in zittingszaal 14 gezegd dat er heimelijk opnames waren gemaakt van gesprekken tussen twee mannen die werden verdacht van een moord (Andre Lubbers, Klazienaveen). Het ging volgens het OM om belastende gesprekken. De gesprekken waren stiekem opgenomen in een cel (een ophoudruimte) in de rechtbank. Met toestemming van de onafhankelijke rechtbank was in de rechtbank van Assen afluisterapparatuur geplaatst. Met als doel speciaal deze twee verdachten af te luisteren. Toen ik daarover twitterde, haastte een van de rechters daar tijdens de zitting een opmerking over te maken: het afluisteren is geheel volgens de regels van het spel gegaan.

Justitie zoekt – krakkemikkig of niet – de grenzen op. Daar is volgens mij niets mis mee, ook al niet omdat een strijd wordt gevoerd tegen een tegenstander die geen grenzen kent. Maar als het is bedoeld om het eigen falen te verdoezelen, dan klopt het niet.

We worden gebruikt.
We laten ons gebruiken.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45
Lezers moeten recht hebben op een niet dienstbare journalistiek.
En voor ons journalisten moet het een plicht zijn.

Rob Zijlstra

    Overigens, zullen al die gearresteerde Limburger outlaws de rechtszaal wel halen? [info

 

→ perp-walk
De Rechtsstaat [nrc, folkert jensma]

 

Lees meer