Het OM-gevoel

om deel 1 om deel 2

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het bovenstaande verhaal stond afgelopen weekeinde in de zaterdagkrant van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het is mijn verslag op basis van vijf dagen kijken en luisteren op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in Groningen – klik voor leesbare versie. 

Lees meer

Meer dan een glossy?

Ik heb kritische lezers. Harry Bos is daar een van. Hij kent de wereld waarover ik schrijf. Vandaag kreeg ik een e-mail van hem met kritische noten. Ik heb gevraagd of hij het goed vond dat ik zijn verhaal hier en op deze wijze publiceer. Hij vond het goed. Hij schreef het navolgende:

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41‘Het OM – net als het gevangeniswezen en TBS-veld zit niet alleen achter gesloten deuren, ze houdt die wereld ook graag voor het publiek verborgen. Hoewel er met publiek geld gewerkt wordt, blijft onzichtbaar waar het geld aan besteedt wordt. Slechts af toe krijgt een journalist toestemming om een kijkje te nemen.

Vorig jaar liet het DvhN een maand lang een journalist meelopen in de van Mesdag en gaf daar een glossy boek over uit met mooie kleurenfoto s. Niet het Grote Verhaal zoals de NRC wekelijks een complex verhaal uitpluist, maar een fijn stukje PR voor de instelling. De ‘onderzoeksjournalist’ hoefde van zijn redactie hier blijkbaar geen mening meer te hebben. Het zijn keuzes die een krantenredactie maakt en als lezer kies je je krant. Commercieel belang afgestemd op wat de lezers willen lezen.

Het levert de krant een glossy boek op met strak geregisseerde kleurenfoto’s die blijkbaar genoeg aftrek vinden bij het publiek.

In jouw artikelen lees ik doorgaans oprechte betrokkenheid bij het onderwerp, je zit in de rechtbank ook letterlijk, er dicht bovenop. Hiermee wek je de illusie dat je zo zuiver mogelijk wilt werken. Je stijl is altijd mild. Ook naar het OM. In je laatste lezing vertelde je desgevraagd eerlijk, je wel een beetje in te houden wanneer een korpschef je daar om vraagt. Zo gaat dat dus.

Je columns zijn vaak interessant om te lezen. Ze geven een beeld van wat er zich afspeelt voor het hekje in de rechtbank. Niet meedeinend op de sensatie van de week zoals de meeste media dat doet. Daarmee wordt heel duidelijk dat de grote criminaliteit zoals die in de film en veel andere media wordt gepresenteerd, ook helemaal niet bestaat. Persoonlijk vind ik het ook fijn omdat mildheid en humor altijd aanwezig blijft en hiermee de verharding beperkt blijft.

Maar toch geven ook jouw columns niet een beeld dat de lading dekt. Dit, doordat je een beeld geeft van een wereld waarin het enkel de juridische waarheid betreft. De echte wereld ligt daar nog steeds achter verborgen. Zoals je weet heb ik erg lang gewerkt achter de justitiële muren. Al snel werd me duidelijk dat het daar niet gaat over de ‘waarheid’ en het ‘recht’. Lulletje Rozenwater zit voor zeden. De dominee en het schoolhoofd die ik kende als daders van geweld- en zedendelicten in het dorp waar ik opgroeide gingen ‘met een regeling’ met vervroegd pensioen en de grote drugsbende waar wekenlang over werd geschreven in het Dagblad logeerde maar een paar nachtjes in het HvB aan het Helperdiepje. Er bleken ‘stukken onvindbaar’ of er was ‘een paar dagen te laat een gerechtelijk schrijven uitgereikt.’

Nee geloof in recht ben je snel kwijt wanneer je binnen de muren werkt. Maar dat is niet erg, het leven gaat er gewoon om door en dus was het prima werken. Jouw wekelijkse columns zijn dan ook altijd een leuke weerslag van dit ‘Recht’. Even verpozen bij een bakje koffie.

Ik ben blij dat ze recht doen aan wat er gebeurt in de rechtszaal maar ook stoort me dat ze zijn altijd geschreven zijn vanuit de positie van de nogal paternalistische goegemeente. De deugdzame burger die met gepast mededogen kijkt naar de burger die de fout is ingegaan. Een paar rechters in ‘kijken in de ziel’ kwamen er ook eerlijk voor uit; in de rechtbank gaat het enkel over het juridische gelijk. ‘We hebben de rechtspraak nodig als paardenmiddel maar het betekent niet dat altijd de dader veroordeeld wordt en het slachtoffer genoegdoening krijgt, het omgekeerde gebeurt evengoed.’

Dat veel gedetineerden en TBS-patiënten zich niet herkennen in wat er over hen geschreven staat, is dan ook niet verwonderlijk. Het had ten doel om tot een veroordeling te komen. Interessanter is dan ook, om mensen te volgen die tegen de grenzen van dit strafrecht aanklotsen. Corinne de Ruyter bijvoorbeeld, die recent voor de derde maal berispt wordt terwijl ze een heel inhoudelijke visie op haar werk heeft. Léonie Holtes, die kort voor haar zelfmoord een prachtig boek schreef over haar korte en jonge carrière als psycholoog in een tbs-kliniek. Dáár botst het leven van alle dag op het juridische gelijk.

Dat je tijdens je stage hardwerkende mensen hebt ontmoet is een open deur. Zelfs in de meest verachtelijke systemen werkten aardige mensen heel hard. Hanna Arendt en Michel Foucault hebben daar helder over geschreven. Joris Luyendijk heeft dat ook goed begrepen denk ik, toen hij voor zijn aanpak koos ter voorbereiding op zijn laatste boek met de veelzeggende titel ‘Het kan niet waar zijn.’- niet een paar dagen stage, maar lang, erg lang gaan wonen en leven tussen je onderwerp.

In de Mesdag zei mijn mentor toen ik daar begon ‘eerst een jaar sponzen jongen’ (absorberen niet oordelen) ‘Logische aanbeveling’ vond ik indertijd – een Japanse kogelvissnijder moet ook eerst 10 jaar oefenen alvorens hij een dergelijk visje mag opdienen. Daarna kun je efficiënt en veilig werken (mits het systeem dat toelaat).

Met dit blog schrijf je ook niet langer vanuit je ‘eigen honk,’ de rechtbank maar ga je naar buiten, voorlopig nog op stage. En een week op stage, dat moet voor een doorgewinterde rechtbankjournalist toch al wel genoeg inzicht opleveren om tot een paar heldere inzichten\conclusies te komen. Al was het alleen al over de voortgang van dit project. Even terug dus naar de aanleiding voor deze stage; Eric van Slooten de OvJ was plots verdwenen en informatie werd niet verstrekt over zijn vertrek. Dat vond je opmerkelijk en aangezien hij een openbare functie bekleedde, vond je, dat we als samenleving toch wel iets meer geïnformeerd mochten worden over dit plotselinge vertrek. Terecht, wanneer een wethouder, burgemeester zo plotseling zou verdwijnen, dan zouden we daar ook iets meer over willen horen. Een openbare functie vraagt om enige verantwoording en ik heb Eric leren kennen als jonge gevangenisdirecteur die niet bang was zich in het openbaar te uiten.

Het OM gaf echter geen antwoord (later vertelde je dat ze iets gezegd hadden als dat het een privékwestie zou zijn ) maar bood je een stage aan. Nu dit achter de rug is, ben ik dan ook benieuwd naar wat dit je opgeleverd heeft.

Je hebt je stageopdracht later ook iets verbreed door je op Joris Luyendijk-achtige wijze dit blog te starten en mee te gaan lopen met de zaken die in het nieuws komen rond rechtszaken die voorkomen en vervolgens – zeer- lang op de plank blijven liggen. Hiertoe, heb je op dit blog, tot nu de zaak van de motorbende ingebracht. Blijkbaar ben je hier tijdens je stage weinig (ja, dat er 1002 op de plank liggen en een aardige hulp-OvJ haar taalvaardigheid oefent op deze dossiers) over deze beide kwesties tegen gekomen, want ik heb er verder nog weinig over teruggelezen.

Samengevat moet ik dus opmaken uit de aanleiding en je zelfgekozen casus, dat je nog weinig informatie hebt kunnen achterhalen. – maar misschien is er ook niet meer en is het wat het is. Je hebt het wel naar je zin gehad. Je hebt leuke, hardwerkende mensen ontmoet – een leuk kookshort gekregen die je vast kunt gebruiken als liefhebber van de goede eigen keuken- ze denken met je mee- maar dat zal een journalist op zoek naar de achtergrond van de financiële crisis, ook ervaren hebben, wanneer hij op onderzoek naar Griekenland gaat.
‘Hoe nu verder?’ Vraag je je af.

Joris Luyendijk heeft wel iets ontketend. Zijn doortastendheid, inleven op de ‘plaats delict’ heeft een heel goed boek opgeleverd. Folkert Jensema toont wekelijks zijn kennis van zaken in justitie –dossiers. Wellicht hebben beiden een goede tip. Het belang lijkt me evident. Deze week werd wederom duidelijk hoeveel inspanning dat het departement Veiligheid en Justitie steekt in het sturen op beeldvorming. Langzaam maar zeker is de hele oppositie er dan ook wel van overtuigd dat er iets meer aan de hand is op dat departement. Daar moet een journalistiek verhaal in zitten waar meer uit te halen is dan een glossy boek.

Harry Bos
gastschrijver

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41

Lees meer

Paterswoldseweg 814

Waarom bereikt de misdaad de rechtszaal niet?
Dat is de vraag die op dit weblog centraal staat.
Een andere vraag, hetzelfde idee: waarom duurt het vaak zo lang voordat de misdaad de rechtszaal bereikt?

Tussen de aanhouding en de aanvang van de rechtszaak – als die er al van komt – zit al snel een jaar, of nog langer.
Soms is daar een goede reden voor, heel vaak niet.
Soms is er een goede reden voor, maar blijft die in nevelen gehuld.

Er zijn advocaten die dossiers in kasten hebben liggen van verdachten die ooit zijn aangehouden, even hebben vastgezeten, zijn heengezonden en vervolgens nooit meer iets hebben gehoord.
Formeel zijn ze nog wel verdachte.
Advocaten maken in zo’n geval liever geen slapende honden wakker.
Komt de zaak ooit toch nog voor de rechter, dan ligt vanwege het lange tijdsverloop buiten de schuld van de verdachte om, een strafkorting (geen celstraf, maar een werkstraf) in de rede.
Zo gaat dat, dat is de dagelijkse praktijk.

Wie vandaag wordt gepakt met een hennepkwekerij (speerpunt) moet niet raar opkijken dat de bijbehorende strafzaak pas ergens in 2017 dient.
Nog erger: bij zedenmisdrijven duurt het regelmatig ook zo lang.
Bij fraude is het lange tijdsverloop standaard.

Hoe kan dat?

Dat het hapert in de de zogenoemde strafrechtketen is niet nieuw.
Het Openbaar Ministerie schijnt gebukt te gaan onder bezuinigingen.
Bij de politie loopt het alles behalve lekker.
De cao van agenten deugt net zo min als de kwaliteit van de recherche, zo kan de laatste weken links en rechts worden opgetekend.
Bij de reclassering, toch ook een schakel in de keten, lopen medewerkers op de tenen.

Ook binnen de rechtbanken – klein en groot – loopt het momenteel niet vlekkeloos.
Op zittingen gaat veel mis.
Zoekgeraakte informatie, vergeten slachtoffers te informeren, verzuimd een tolk op te roepen.
Een paar keer zelfs de verdachte.

Het aantal strafzaken dat wegens hiaten moet worden aangehouden, is nog nooit zo hoog geweest.
Het aantal strafzaken waarin uitspraak wordt gedaan, nog nooit zo laag.
In Noord-Nederland is het erger (slechter) dan in de rest van het land.

De komende week ga ik op bezoek bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Dat is op uitnodiging.
Ik ga een week meelopen en zal aanschuiven bij allerlei overleggen.
Ik ga de OM-mensen het hemd van het lijf vragen.

Ik wil weten hoe het kan.
Maar ook hoe het werkt.
Hoe het zou moeten en wat de dagelijkse praktijk is.
Daar ga ik verslag van doen.
Hier.
En in de krant.

Maandagochtend om kwart voor negen meld ik mij aan de Paterswoldseweg 814.
Ik schuif dan aan bij het rechercheoverleg.
’s Middags staat een gesprek met zaaks-coördinatoren slachtoffers op de rol.
Daarna is er het strafmaat-overleg van de officieren van justitie.
Tussen de programma-onderdelen door ga ik rondsnuffelen.

Er zijn geen restricties.
Maar vertrouwelijke informatie – in het belang van het onderzoek of zoiets – blijft vertrouwelijk.
Dat zijn de afspraken, gemaakt op basis van wederzijds vertrouwen.
Ik voel me daar aan gebonden.
Ik heb geen verklaring (niet ongebruikelijk in politie- en justitieland) getekend.

Rob Zijlstra

Reageren of vragen? stuur een bericht
             

Lees meer