De zaak van mevrouw Rosingh [5]

UPDATE – 8 april 2016 –

RECHTBANK VEROORDEELT ECHTPAAR TOT 22 MAANDEN CEL

zie ook dvhn.nl
zie ook het vonnis van de rechtbank inzake Marian H.
zie ook het vonnis van de rechtbank inzake Henk L.

de ontnemingsvordering?
Het Openbaar Ministerie heeft ruim 800.000 euro geclaimd in de ontnemingsvordering. Een besluit hierover wordt later (mei) genomen.

♦♦♦♦ deel 4

Schermafbeelding 2016-03-24 om 08.44.10
dvhn 24 maart 2016 / klik op artikel om te lezen

31 oktober 2013
De politie krijgt een melding dat er iets niet in de haak is rond de hoogbejaarde mevrouw R., in relatie tot haar vermeende weldoeners en haar financiën.

februari 2014
Er wordt aangifte gedaan, de politie begint een onderzoek.

20 mei 2014
Henk L. en Marian H. worden in hun woning in Haren gearresteerd. De arrestatie wordt middels een persbericht door de politie wereldkundig gemaakt.

december 2014
Het politieonderzoek wordt afgerond, het dossier wordt in handen gesteld van het Openbaar Ministerie

mei 2015
Het Openbaar Ministerie neemt het besluit dat Henk L. en Marian H. strafrechtelijk worden vervolgd en zich moeten verantwoorden voor de rechtbank.

15 oktober 2015
De strafzaak staat gepland om 09.00 uur. En… is aangehouden: volgend jaar verder.

25 maart 2016
De strafzaak → met uitspraak op 8 april

update – 25 maart 2016 – strafeisen van het Openbaar Ministerie
Officier van justitie Terry Akkerman heeft 22 maanden celstraf geëist tegen Henk L. (51) en Marian H. (52) uit Haren wegens het verduisteren van geld van mevrouw Rosingh uit Haren. >> meer

Lees meer

Wat de politie doet !

Een jaar geleden, op 3 februari 2015, liep ik met een collega het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen binnen. We hadden vragen meegenomen. De belangrijkste vraag was waarom de politie zo weinig doet als het om de aanpak van de echte criminaliteit gaat. We wilden weten wat er aan de hand was bij de recherche. Waarom hapert de machine?

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het werd geen prettig gesprek. De politieman die ons te woord stond, chef van iets, vond ons vervelend. Dat zei hij ook. Wij waren vervelend en ontzettend negatief. Nooit eerder in zijn lange carrière had hij zulke nare journalisten meegemaakt als in Groningen. De politieman vond het niet nodig voorbeelden te geven.

De aanleiding om vragen te stellen was de forse daling van het aantal strafzaken dat het Openbaar Ministerie Noord-Nederland aanleverde bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden. Zo’n dertig procent. Een bevredigende verklaring was er toen niet. Op de rechtbank zeiden ze dat het Openbaar Ministerie – hofleverancier als het om strafzaken gaat – minder aanlevert dan was afgesproken. Het Openbaar Ministerie wees naar de politie. Die doet te weinig.

In 2013 merkte ik als rechtbankverslaggever dat het aantal strafzaken fors terugliep terwijl de misdaad gewoon z’n gang bleef gaan. Ik zocht contact met het toenmalige Tweede Kamerlid Magda Berndsen die per slot van rekening tussen 2006 en 2010 korpschef van de politie in Friesland was geweest. Zij vond het heul zorgelijk allemaal, bezocht de rechtbank in Groningen en stelde er vragen over aan de minister van veiligheid en justitie. Er kwamen antwoorden, maar die hadden met de vragen niet zo veel te maken.

Zo gaat dat.Schermafbeelding 2015-05-27 om 00.03.45

Tijdens het niet-prettige gesprek op het hoofdbureau werd een taskforce aangekondigd die de werkprocessen bij de recherche zou gaan doornemen. Want daar zat ‘m de pijn. Het uiteindelijke doel van de taskforce was om het aantal rechercheurs, dan dertig, fors uit te breiden. Max Daniel, de politieman die ons zo narrig te woord stond, zei: ’De bestrijding van de georganiseerde misdaad met dertig mensen is onverantwoord.’ Dertig moet negentig worden.

De volgende dag, op 4 februari 2015, stond in de krant: ‘Recherche onder de loep.

bericht

 

Weer worden Kamervragen gesteld. De Tweede Kamer krijgt van minister Ivo Opstelten te horen dat er niets aan de hand is in Noord-Nederland. Bij de recherche in het Noorden werken alleen al 49 financieel-rechercheurs, vertelt hij aan de Tweede Kamer.

In september 2015 trekt de Drentse commissaris van de koning Jacques Tichelaar een conclusie. Hij zegt dat de vorming van de Nationale Politie voor Drenthe negatief uitpakt. Volgens hem is er sprake van een tekort van zeventig rechercheurs in Noord-Nederland. Dat zijn geen nieuwe conclusies. Er was al eerder een rapport (‘prestaties in de strafrechtketen’) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin staat dat politie en justitie als gevolg van reorganisaties onder de maat presteren.

De politie weet dat zelf als geen ander. In juni 2015 meldt de Nederlandse Politie Bond (vakbond) op grond van een enquête onder haar leden dat de invoering van de Nationale Politie heeft geleid tot een fikse verslechtering van de dienstverlening aan de burger. De man die binnen de politie verantwoordelijk is voor de operatie is inmiddels opgestapt.

In oktober 2015 is er nog niet veel veranderd. Er zijn nog altijd te weinig rechercheurs aan het werk. De korpsleiding erkent dat er sprake is van onderbezetting en wijst wederom naar de reorganisatie als de grote boosdoener. Ter geruststelling: ‘Maar de aanpak van de zware misdaad heeft zeker onze aandacht.’

Arme politie. En van het Openbaar Ministerie moet de korpsleiding op de Rademarkt het ook niet hebben. In oktober duikt officier van justitie Pieter van Rest – spreekbuis van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland – op in de Telegraaf. Het minder op de hielen zitten van de zware jongens heeft vooral op de langere termijn gevolgen, zegt hij. Citaat: ‘Als de criminele samenwerkingsverbanden met rust worden gelaten, kunnen ze langzaam sterker worden. Op den duur ondermijnen ze de samenleving.’ Volgens Van Rest hebben ‘ze’ op de Rademarkt ook weinig benul. Hij zegt: ‘De informatiepositie van de noordelijke politie is ondermaats. Als je niet weet wat er speelt, kun je het ook niet aanpakken.’

Dat is nogal een uitspraak.

om deel 1
volledige tekst > zie elders op dit blog

Vanwege al deze perikelen mocht ik vorig jaar twee weken snuffelen op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Voor Dagblad van het Noorden schreef ik daar een lang verhaal over. Het Openbaar Ministerie, gastheer, was niet zo blij met het artikel.

Te negatief.

De leiding van het Openbaar Ministerie had het artikel voor publicatie gelezen. Bijna alle verhalen over politie en justitie, sowieso alle interviews met bestuurders en politici, worden voor publicatie door journalisten voorgelegd aan betrokkenen. Soms worden de scherpe kantjes er dan vanaf gehaald. De waarheid in de pers is soms een compromis.

In mijn publicatie duikt officier van justitie Pieter van Rest weer op. Hij zegt wat hij later tegen de Telegraaf zal zegen. Dat de informatiepositie van de politie in Noord-Nederland onder de maat is. ‘De politie heeft geen idee wat er speelt.’ Hij zegt ook dat er nog altijd veel te weinig rechercheurs zijn. En dat dat fnuikend is.

In het artikel citeer ik officier van justitie Henk Super, een oude rot in het vak. Hij klaagt: ‘Wil je een onderzoek opstarten, is er bij de politie maar een man en paardekop beschikbaar. Moet er een tweede onderzoek komen, is er niemand.’

Een jonge, zeer gedreven officier van justitie zegt wel eens het gevoel te hebben dat het Openbaar Ministerie een fiets zonder trapper is. Enthousiast: ’En toch gaan we door.’

De officier van justitie die in Noord-Nederland verantwoordelijk is voor de forensische opsporing stipt een ander probleem aan. Liquidatieonderzoeken in Amsterdam en ook het intensieve onderzoek rond de MH17 zorgen voor een enorme druk op de onderzoekscapaciteit van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De politie in Noord-Nederland mag om die reden per maand maar 42 sporen laten onderzoeken op dna. Voor heel Noord-Nederland is dat niet veel. De officier van justitie: ‘Zo ontstaan achterstanden.’

Jan Eland is de hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Hij is niet een man die om de hete brij heen draait. Hij erkent dat het binnen zijn eigen organisatie nog niet zo gaat zoals het wel zou moeten. Eland wijst erop dat de bezuinigingen die Den Haag oplegt het er niet eenvoudiger op maken. Wat heet. Hij zegt: ‘Wij lopen langs de rand van de afgrond.’

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Over de politie zegt Jan Eland dat de Nederlandse politieagent heel goed is in de bejegening, maar een proces-verbaal kan hij of zij niet schrijven. Er is, aldus Eland, sprake van een gebrek aan kwaliteit bij de politie. Citaat: ‘Daar hebben wij last van.’ En over de recherche: ‘Die zijn met te weinig.’

Dat was in oktober vorig jaar.
Het laatste bezoek aan het politiebureau was een jaar geleden.
Er zijn nog altijd minder strafzaken en relatief veel strafzaken die wel worden behandeld, zijn nog steeds oud. Dat levert nog altijd strafkortingen op voor verdachten die er ook niets aan kunnen doen. In plaats van een celstraf wordt dan een werkstraf geëist. Rechters en advocaten maken regelmatig de opmerking dat strafdossiers onvolledig zijn, dat cruciale vragen niet zijn gesteld.

Soms kan niemand daar iets aan doen, soms ook wel.

Ik volg een aantal lopende strafzaken waar naar mijn mening iets mee aan de hand is, die zeg maar niet op rolletjes lopen. Ik volg deze zaken vooral om te kijken hoe het werkt, hoe processen verlopen.

In Oost-Groningen werden in april 2015 zes jongemannen aangehouden op verdenking van een groot aantal woninginbraken, gepleegd in 2014 in Groningen en Drenthe. De rechtbank stuurde een van de hoofdverdachten twee maanden geleden naar huis met de woorden ‘U heeft lang genoeg gezeten, uw tijd zit erop.’ Het strafproces moet evenwel nog beginnen. Wanneer? In maart 2016 worden getuigen gehoord. Dat is een jaar na de arrestaties.

Het strafproces? Dat zal mei of juni worden of ergens na de vakantie, in augustus of september. Niemand is blij met deze gang van zaken, behalve misschien de zes jongemannen waar het allemaal om draait.

In oktober 2013 kwam bij de politie informatie binnen dat een hoogbejaarde mevrouw in Haren werd afgeperst. In mei 2014 werden twee verdachten, een man een een vrouw uit Haren, gearresteerd. Een jaar later, in mei 2015, besluit het Openbaar Ministerie dat de twee verdachten ook strafrechtelijk worden vervolgd. Het eens vermogende slachtoffer is vorig jaar op hoge leeftijd in armoede overleden. Wanneer de strafzaak dient, is onbekend.

Vier jaar lang is onderzoek gedaan naar de handel en wandel van de familie S. uit Delfzijl. Het idee is dat familieleden tussen juli 2006 en oktober 2014 op grote schaal actief waren in de hennepteelt en hennephandel. Een van de verdachten was, ook toen het onderzoek liep, gemeenteraadslid in Delfzijl. Op zeker zeven plaatsen werden in het najaar van 2014 invallen gedaan. Er zou sprake zijn van dubieus vastgoed. De strafzaak laat op zich wachten.

Dit zijn maar drie voorbeelden.
Er zijn veel meer.

Het wordt tijd om met een paar vragen onder de arm die narrige politiechef van een jaar geleden maar weer eens op te zoeken.

Rob Zijlstra

 

de vragen

vragen

update / 9 februari 2016
De politie heeft laten weten even tijd nodig te hebben om antwoorden te kunnen geven op de gestelde vragen. Het wordt niet deze, maar volgende week.

update / 19 februari 2016
De politie is nog steeds op zoek naar de antwoorden op de vragen die ik twee weken geleden heb gesteld. De toezegging is nu dat ik word uitgenodigd voor een gesprek. De komende week?

update / 23 februari 2016
Nadat ik maandag 22 februari een bericht mocht ontvangen dat het geven van antwoorden ‘vandaag’ niet zal lukken, ontving ik op dinsdag  23 februari het bericht dat de agent die antwoord kan/moet  geven volgende week met vakantie gaat. Ik moet dus wachten tot de man terug is. Dat zal zijn op 7 maart. De politie: wij vinden het ook jammer dat het zo lang moeten duren.

update / 13 april 2016
De afspraak stond op 7 maart. Het ongeluk wilde dat ik kort voor de afspraak onwel werd en in het ziekenhuis belandde. Terwijl de politie zich afvroeg waar ik bleef, vroegen medici zich af wat mij mankeerde.  Dat bleek – achteraf – minder ernstig dat het leek: een neuritis vestibularis. Volgens mij mag je dan een beroep doen op overmacht. Er is een nieuwe afspraak gemaakt: op 13 april (2016).

 

 

Lees meer

NIFP

Schermafbeelding 2015-11-10 om 12.56.14
op de site van het nifp

De strafrechtketen in Noord-Nederland piept en kraakt.
Op deze website probeer ik er achter te komen wat daarvan de oorzaak is.

Wat ik weet: er is niet één oorzaak.
Het is ingewikkelder.

Wat ik hoor in en rond de rechtszaal is dat een van de oorzaken het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) is. Het instituut kan het werk niet aan. De problemen spelen al maanden.

Het NIFP is een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie. In opdracht van rechtbanken en / of het Openbaar Ministerie rapporteren gedragsdeskundigen van het instituut over de persoonlijkheid van de verdachte. Spoort-ie wel, en zo nee, wat is er dan aan de hand?

De rapportages spelen een belangrijke rol bij het bepalen van de strafeis en uiteindelijk ook bij het opleggen van de straf en de bijbehorende maatregelen.

Zonder een NIFP-rapportage wordt een strafzaak niet door de rechtbank in behandeling genomen. In praktijk betekent het dat gedetineerden maanden langer in detentie zitten dan de bedoeling is. Het aantal strafzaken dat wel een aanvang heeft gehad, maar op de stapel ‘wachtend’ belandt, is hoger dan ooit. In de rechtbank van Groningen werden de eerste tien dagen van november zo’n twintig strafzaken ‘aangehouden’ (uitgesteld). Maandag was de rechtbankrol goed gevuld, maar er ging maar één strafzaak door. Ontbrekende rapportages spelen daarbij de voornaamste rol.

• Wat is er aan de hand bij het NIFP?

Maandag 9 november heb ik gebeld met dit instituut. De psychiaters en psychologen zeggen dat ik voor antwoorden op vragen moet bellen met voorlichters van het ministerie van veiligheid en justitie. Die weten het namelijk.

Niet. De voorlichter van dit ministerie kon maandag geen psychiater of psycholoog van het NIFP bereiken die er iets over kon zeggen. Dinsdag weer proberen.

Ik weet uit de praktijk dat ‘zakendoen’  met Haagse voorlichters – heel aardig mensen –  niet eenvoudig is. Journalisten van ver worden nog wel eens met een kluit het riet ingestuurd. Dinsdagochtend en rond het middaguur houdt de voorlichtingstelefoonbeantwoorder de wacht.

 

update [13.30]
Er is contact, er zijn antwoorden.
Het ministerie van v&j heeft de antwoorden op een rijtje gezet:

Bij de reorganisatie van april 2015 is een aantal zaken tegelijk ingezet, nl:

. 3 fysieke verhuizingen op verschillende tijdstippen (Groningen en Arnhem zijn naar Zwolle verhuisd en Zwolle is naar een nieuw pand verhuisd)
. verandering van leidinggevenden, met ook nog een interim-situatie
. door de reorganisatie zijn mensen hun baan verloren of hebben een andere standplaats gekregen met dus veel reistijd.
. doordat 3 diensten samengevoegd werden, moesten de werkwijzen versneld op elkaar worden afgestemd.

Een dergelijk proces zorgt altijd voor enige onrust en  heeft ook geleid tot een iets verminderde productie. Inmiddels zijn er maatregelen genomen en zijn er afspraken gemaakt met het OM om de achterstand op korte termijn weg te werken.

Schermafbeelding 2015-11-11 om 08.44.45

dvhn, woensdag 11 november 2015

 

Lees meer

Het OM-gevoel

om deel 1 om deel 2

Schermafbeelding 2015-10-19 om 23.50.11Het bovenstaande verhaal stond afgelopen weekeinde in de zaterdagkrant van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het is mijn verslag op basis van vijf dagen kijken en luisteren op de burelen van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in Groningen – klik voor leesbare versie. 

Lees meer

de strafrechtketen

Schermafbeelding 2015-10-16 om 23.05.01Morgen – zaterdag 17 oktober – verschijnt mijn verhaal dat ik schreef over het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in de weekeinde-bijlages van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. In september was ik vijf dagen te gast op de burelen van het noordelijk justitieparket. Eerder schreef ik daar vijf maal een logboek over. Die verhalen staan elders op dit blog.

Heb ik een antwoord gekregen op mijn grote vraag waarom de  misdaad de rechtszaal niet bereikt?

Ja.
Nee.
Integendeel.

 

  • wordt vervolgd

 

Lees meer

De zaak van mevrouw Rosingh [4]

Het echtpaar uit Haren dat wordt verdacht een hoogbejaarde plaatsgenoot financieel te hebben uitgebuit, zou ook een stichting en een man en vrouw uit Drenthe hebben kaalgeplukt.

Het Openbaar Ministerie kondigde donderdagochtend een ontnemingsvordering aan ter hoogte van de vermeende buit: 839.000 euro.

Niet alleen mevrouw Rosingh zou slachtoffer zijn.
Ook een echtpaar uit Drenthe – inmiddels overleden – zou zijn kaalgeplukt. Het echtpaar bestierde vele jaren een apotheek in Groningen.
Een derde gedupeerde is het Johan Droge Fonds waar Henk L. en Marian H. bestuursleden van zijn. Het geld dat deze familiestichting beheerde, is verdwenen. Het zou gaan om een bedrag van zo’n 500.000 euro. De stichting is opgericht ten behoeve van zorg aan autistische kinderen.

Advocaat Peter Hermens staat het verdacht echtpaar bij.
Hij wil dat drie getuigen opnieuw worden gehoord.
Dat moet worden gedaan door de rechter-commissaris, die het heel druk heeft.
Pas in februari 2016 zou er tijd en ruimte zijn.

rob zijlstra

♦♦♦ deel 3

 

Lees meer

Het zaak van mevrouw Rosingh [3]

dvhn21mei14
dvhn / 21 mei ’14

Donderdag 15 oktober 2015 – dat is morgen vandaag – staan de man en de vrouw terecht die ervan worden verdacht de hoogbejaarde mevrouw Rosingh geld te hebben afgetroggeld. Volgens het Openbaar Ministerie gaat het om welgeteld 286.904 euro en 88 eurocent. De aanklager stelt dat er sprake is van verduistering uit hoofde van zijn/haar/hun persoonlijke dienstbetrekking.

Je bent schuldig aan verduistering als je iets wat van iemand anders is, je toe-eigent ‘anders dan door een misdrijf’. Wie geld uit de kassa graait, steelt. Doet de boekhouder dat, dan is het ook stelen, maar heet het verduistering. Een tweede verwijt dat wordt gemaakt is witwassen.  Met het verduisterde geld zijn onder meer levensmiddelen en vliegtickets gekocht (verdenking). Wie spullen koopt met gestolen geld, maakt zich schuldig aan witwassen.

Het verhaal wil dat de man en de vrouw – Henk L. (50) en Marian H. (51) zich over het wel en wee van mevrouw ontfermden. Ondertussen plukten ze haar kaal. Dat zouden ze hebben gedaan tussen december 2009 en oktober 2013. De politie rept van financiele uitbuiting. Daar zouden jaarlijks 30.000 mensen van 65 jaar en ouder het slachtoffer van zijn. De daders zijn vaak bekenden, heel vaak de kinderen.

In oktober 2013 roken mensen in de directe omgeving van mevrouw Rosingh onraad, ook de buurtagent. Het hele verhaal schreef ik eerder: dat staat hier. Het trieste is dat mevrouw in juni van dit jaar in armoede is overleden. Zij is 98 jaar geworden.

Vandaag –  donderdag – begint de strafzaak. Voor de behandeling is een halve dag uitgetrokken, heel de ochtend. De kans is evenwel heel groot dat er niets zal gebeuren en dat de strafzaak wordt aangehouden. De advocaat van de twee verdachten zou meer onderzoek willen.

Rob Zijlstra

♦♦ deel 2

31 oktober 2013
De politie krijgt een melding dat er iets niet in de haak is rond de hoogbejaarde mevrouw Rosingh, in relatie tot haar vermeende weldoeners en haar financiën.

februari 2014
Er wordt aangifte gedaan, de politie begint een onderzoek.

20 mei 2014
Henk L. en Marian H. worden in hun woning in Haren gearresteerd. De arrestatie wordt middels een persbericht door de politie wereldkundig gemaakt.

december 2014
Het politieonderzoek wordt afgerond, het dossier wordt in handen gesteld van het Openbaar Ministerie

mei 2015
Het Openbaar Ministerie neemt het besluit dat Henk L. en Marian H. strafrechtelijk worden vervolgd en zich moeten verantwoorden voor de rechtbank.

15 oktober 2015
De strafzaak staat gepland om 09.00 uur.

En… is aangehouden: volgend jaar verder.

Lees meer

De Zes van Sappemeer [3]

update

Schermafbeelding 2015-07-05 om 21.59.17Vandaag – vrijdag 9 oktober – was er even wat zichtbare beweging rond De Zes van Sappemeer.
In zittingszaal was een pro forma-zitting rond twee van de zes verdachten.

Het gaat om de twee mannen die op 3 juli dit jaar in vrijheid werden gesteld.
Zij mogen – gelijk de andere vier – hun proces als vrij mens afwachten.

Nu blijkt dat die twee alweer achter de tralies zitten.
De voorwaarden die aan de schorsing van hun detentie waren verbonden hebben ze overtreden.
Ze mochten geen nieuwe strafbare feiten plegen.
Deden ze wel.
Ze deden begin augustus onder meer een bedrijfsinbraak in Bedum (verdenking).

De stand van zaken van nu is dat er nog veel getuigen moeten worden gehoord.
Ook moeten gedragsdeskundigen rapporteren over de verdachten.
De rechtbank had daartoe op 2 juli de opdrachten verstrekt.
Het Openbaar Ministerie heeft de verzoeken tot gedragsonderzoek op 25 september verstuurd.
Vanwege enorme achterstanden bij het Nederlands Instituut Forensische Psychiatrie (NIFP) kan het nog wel even duren alvorens de vereiste rapportages er zijn.

Ook wordt nog gewacht op de resultaten van forensisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
Kan eveneens nog wel even duren: het NFI hanteert momenteel wachtlijsten.

Tijdens de pro forma-zitting werd gemeld dat er nog een zevende verdachte is die nog altijd niet is aangehouden.

Mijn inschatting: er komt dit jaar geen strafzaak rond de Zes (7) van Sappemeer.

De advocaten hebben de rechtbank verzocht de voorlopige hechtenis van O.M. en A.S.A.S opnieuw te schorsen dan wel op te heffen.
De officier van justitie: ‘Nee. Niet nog een keer.’
De rechtbank tegen de twee verdachten: ‘We begrijpen dat u naar huis wilt. Maar dat doen we niet. Het belang van strafvordering weegt zwaarder dan uw eigen belangen.’

Rob Zijlstra

deel 2 

Lees meer

Meer dan een glossy?

Ik heb kritische lezers. Harry Bos is daar een van. Hij kent de wereld waarover ik schrijf. Vandaag kreeg ik een e-mail van hem met kritische noten. Ik heb gevraagd of hij het goed vond dat ik zijn verhaal hier en op deze wijze publiceer. Hij vond het goed. Hij schreef het navolgende:

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41‘Het OM – net als het gevangeniswezen en TBS-veld zit niet alleen achter gesloten deuren, ze houdt die wereld ook graag voor het publiek verborgen. Hoewel er met publiek geld gewerkt wordt, blijft onzichtbaar waar het geld aan besteedt wordt. Slechts af toe krijgt een journalist toestemming om een kijkje te nemen.

Vorig jaar liet het DvhN een maand lang een journalist meelopen in de van Mesdag en gaf daar een glossy boek over uit met mooie kleurenfoto s. Niet het Grote Verhaal zoals de NRC wekelijks een complex verhaal uitpluist, maar een fijn stukje PR voor de instelling. De ‘onderzoeksjournalist’ hoefde van zijn redactie hier blijkbaar geen mening meer te hebben. Het zijn keuzes die een krantenredactie maakt en als lezer kies je je krant. Commercieel belang afgestemd op wat de lezers willen lezen.

Het levert de krant een glossy boek op met strak geregisseerde kleurenfoto’s die blijkbaar genoeg aftrek vinden bij het publiek.

In jouw artikelen lees ik doorgaans oprechte betrokkenheid bij het onderwerp, je zit in de rechtbank ook letterlijk, er dicht bovenop. Hiermee wek je de illusie dat je zo zuiver mogelijk wilt werken. Je stijl is altijd mild. Ook naar het OM. In je laatste lezing vertelde je desgevraagd eerlijk, je wel een beetje in te houden wanneer een korpschef je daar om vraagt. Zo gaat dat dus.

Je columns zijn vaak interessant om te lezen. Ze geven een beeld van wat er zich afspeelt voor het hekje in de rechtbank. Niet meedeinend op de sensatie van de week zoals de meeste media dat doet. Daarmee wordt heel duidelijk dat de grote criminaliteit zoals die in de film en veel andere media wordt gepresenteerd, ook helemaal niet bestaat. Persoonlijk vind ik het ook fijn omdat mildheid en humor altijd aanwezig blijft en hiermee de verharding beperkt blijft.

Maar toch geven ook jouw columns niet een beeld dat de lading dekt. Dit, doordat je een beeld geeft van een wereld waarin het enkel de juridische waarheid betreft. De echte wereld ligt daar nog steeds achter verborgen. Zoals je weet heb ik erg lang gewerkt achter de justitiële muren. Al snel werd me duidelijk dat het daar niet gaat over de ‘waarheid’ en het ‘recht’. Lulletje Rozenwater zit voor zeden. De dominee en het schoolhoofd die ik kende als daders van geweld- en zedendelicten in het dorp waar ik opgroeide gingen ‘met een regeling’ met vervroegd pensioen en de grote drugsbende waar wekenlang over werd geschreven in het Dagblad logeerde maar een paar nachtjes in het HvB aan het Helperdiepje. Er bleken ‘stukken onvindbaar’ of er was ‘een paar dagen te laat een gerechtelijk schrijven uitgereikt.’

Nee geloof in recht ben je snel kwijt wanneer je binnen de muren werkt. Maar dat is niet erg, het leven gaat er gewoon om door en dus was het prima werken. Jouw wekelijkse columns zijn dan ook altijd een leuke weerslag van dit ‘Recht’. Even verpozen bij een bakje koffie.

Ik ben blij dat ze recht doen aan wat er gebeurt in de rechtszaal maar ook stoort me dat ze zijn altijd geschreven zijn vanuit de positie van de nogal paternalistische goegemeente. De deugdzame burger die met gepast mededogen kijkt naar de burger die de fout is ingegaan. Een paar rechters in ‘kijken in de ziel’ kwamen er ook eerlijk voor uit; in de rechtbank gaat het enkel over het juridische gelijk. ‘We hebben de rechtspraak nodig als paardenmiddel maar het betekent niet dat altijd de dader veroordeeld wordt en het slachtoffer genoegdoening krijgt, het omgekeerde gebeurt evengoed.’

Dat veel gedetineerden en TBS-patiënten zich niet herkennen in wat er over hen geschreven staat, is dan ook niet verwonderlijk. Het had ten doel om tot een veroordeling te komen. Interessanter is dan ook, om mensen te volgen die tegen de grenzen van dit strafrecht aanklotsen. Corinne de Ruyter bijvoorbeeld, die recent voor de derde maal berispt wordt terwijl ze een heel inhoudelijke visie op haar werk heeft. Léonie Holtes, die kort voor haar zelfmoord een prachtig boek schreef over haar korte en jonge carrière als psycholoog in een tbs-kliniek. Dáár botst het leven van alle dag op het juridische gelijk.

Dat je tijdens je stage hardwerkende mensen hebt ontmoet is een open deur. Zelfs in de meest verachtelijke systemen werkten aardige mensen heel hard. Hanna Arendt en Michel Foucault hebben daar helder over geschreven. Joris Luyendijk heeft dat ook goed begrepen denk ik, toen hij voor zijn aanpak koos ter voorbereiding op zijn laatste boek met de veelzeggende titel ‘Het kan niet waar zijn.’- niet een paar dagen stage, maar lang, erg lang gaan wonen en leven tussen je onderwerp.

In de Mesdag zei mijn mentor toen ik daar begon ‘eerst een jaar sponzen jongen’ (absorberen niet oordelen) ‘Logische aanbeveling’ vond ik indertijd – een Japanse kogelvissnijder moet ook eerst 10 jaar oefenen alvorens hij een dergelijk visje mag opdienen. Daarna kun je efficiënt en veilig werken (mits het systeem dat toelaat).

Met dit blog schrijf je ook niet langer vanuit je ‘eigen honk,’ de rechtbank maar ga je naar buiten, voorlopig nog op stage. En een week op stage, dat moet voor een doorgewinterde rechtbankjournalist toch al wel genoeg inzicht opleveren om tot een paar heldere inzichten\conclusies te komen. Al was het alleen al over de voortgang van dit project. Even terug dus naar de aanleiding voor deze stage; Eric van Slooten de OvJ was plots verdwenen en informatie werd niet verstrekt over zijn vertrek. Dat vond je opmerkelijk en aangezien hij een openbare functie bekleedde, vond je, dat we als samenleving toch wel iets meer geïnformeerd mochten worden over dit plotselinge vertrek. Terecht, wanneer een wethouder, burgemeester zo plotseling zou verdwijnen, dan zouden we daar ook iets meer over willen horen. Een openbare functie vraagt om enige verantwoording en ik heb Eric leren kennen als jonge gevangenisdirecteur die niet bang was zich in het openbaar te uiten.

Het OM gaf echter geen antwoord (later vertelde je dat ze iets gezegd hadden als dat het een privékwestie zou zijn ) maar bood je een stage aan. Nu dit achter de rug is, ben ik dan ook benieuwd naar wat dit je opgeleverd heeft.

Je hebt je stageopdracht later ook iets verbreed door je op Joris Luyendijk-achtige wijze dit blog te starten en mee te gaan lopen met de zaken die in het nieuws komen rond rechtszaken die voorkomen en vervolgens – zeer- lang op de plank blijven liggen. Hiertoe, heb je op dit blog, tot nu de zaak van de motorbende ingebracht. Blijkbaar ben je hier tijdens je stage weinig (ja, dat er 1002 op de plank liggen en een aardige hulp-OvJ haar taalvaardigheid oefent op deze dossiers) over deze beide kwesties tegen gekomen, want ik heb er verder nog weinig over teruggelezen.

Samengevat moet ik dus opmaken uit de aanleiding en je zelfgekozen casus, dat je nog weinig informatie hebt kunnen achterhalen. – maar misschien is er ook niet meer en is het wat het is. Je hebt het wel naar je zin gehad. Je hebt leuke, hardwerkende mensen ontmoet – een leuk kookshort gekregen die je vast kunt gebruiken als liefhebber van de goede eigen keuken- ze denken met je mee- maar dat zal een journalist op zoek naar de achtergrond van de financiële crisis, ook ervaren hebben, wanneer hij op onderzoek naar Griekenland gaat.
‘Hoe nu verder?’ Vraag je je af.

Joris Luyendijk heeft wel iets ontketend. Zijn doortastendheid, inleven op de ‘plaats delict’ heeft een heel goed boek opgeleverd. Folkert Jensema toont wekelijks zijn kennis van zaken in justitie –dossiers. Wellicht hebben beiden een goede tip. Het belang lijkt me evident. Deze week werd wederom duidelijk hoeveel inspanning dat het departement Veiligheid en Justitie steekt in het sturen op beeldvorming. Langzaam maar zeker is de hele oppositie er dan ook wel van overtuigd dat er iets meer aan de hand is op dat departement. Daar moet een journalistiek verhaal in zitten waar meer uit te halen is dan een glossy boek.

Harry Bos
gastschrijver

Schermafbeelding 2015-09-30 om 16.39.41

Lees meer

Op stage, dag 5

Ik ben vijf dagen te gast bij het Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Doel is om meer inzicht te krijgen in het werk van deze bijzondere organisatie.
Doel is ook om vragen te stellen.
Gaat het wel goed met de aanpak van de criminaliteit?
En hoe komt dat dan?
Een verslag van mijn bevindingen volgt later in Dagblad van het Noorden.
Hieronder kort wat ik heb gedaan op dag 5, de laatste dag.

 

Dag 5, dinsdag 22 september
Schermafbeelding 2015-09-23 om 00.47.49Het zit erop. Vijf dagen lang sprak ik met medewerkers van ‘het parket’ en kon ik er rondkijken, mocht ik mee-eten in de kantine en werden mij werkprocessen uitgelegd waarvan ik het bestaan niet kende.

Zo bezocht ik dinsdagochtend de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding waar tien medewerkers de dagelijkse zittingen van de politierechter voorbereiden. De dossiers zijn hier digitaal en als het GPS-systeem werkt, is er niets aan de hand. Maar het systeem werkt wel eens niet en is heel vaak heel traag, met name op dinsdag. Er stonden toen ik er was 1002 zaken (verdachten) open, zaken die in principe gereed zijn om in de rechtszaal aan de rechter te worden voorgelegd.

In principe, want probleempje: de zittingsruimte in de rechtbanken van Groningen, Assen en Leeuwarden is beperkt. Per zitting (een dag) kunnen 18 tot 24 zaken worden behandeld. Voordat die 1002 zaken zijn weggewerkt, is het lente. Ondertussen komen er dagelijks nieuwe zaken bij. De oudste zaak die nog openstaat om te worden behandeld is van 30 september 2011.

Op de afdeling GPS-zittingsvoorbereiding is wel wat frustratie als er iets misgaat. Die frustratie wordt groter als het OM (‘wij dus’) daar automatisch de schuld van krijgt. Maar soms gaat het mis omdat er iets niet goed gaat bij de rechtbank. Of omdat rechters het toch weer anders willen. Er zijn heel vervelende  advocaten die bellen met onredelijke verzoeken. Nee, geen namen. Er zijn ook aardige advocaten met redelijke verzoeken. Soms is er iets met het proces-verbaal. Dan moeten ze de agent bellen, de verbalisant, voor opheldering. Tot mijn stomme verbazing (‘het is niet waar,  het is echt waar’) moeten de OM-medewerkers dat dan doen via het algemene telefoonnummer 0900-8844 (geen haast, wel politie). Probeer daar maar eens doorheen te komen. Ik wil niet weten, zeggen ze, hoeveel tijd ze daar kwijt mee zijn.

In de documentenkamer, een kloppend hart van de OM-organisatie, val ik ook om van verbazing. Drie keer per week worden hier papieren documenten in kartonnen dozen gestopt die vervolgens met een auto met chauffeur naar Almelo worden gereden om daar te worden gescand. Het spul komt dan digitaal terug. Een  deel van die stukken is eerder door de medewerkers van de documentenkamer uitgeprint. Om dus in Almelo gescand te kunnen worden. Over een paar jaar zal alles anders zijn. Zeggen ze.

In een deuropening luister ik naar een officier van justitie die aan mij vertelt dat ze last heeft van de rechtbank. Hoe ze daar met slachtoffers omgaan, echt, dat kan niet. En hoe lastig het is om te plannen omdat rechters geen vakantierooster willen maken omdat dat hun onafhankelijheid aantast. Kom op zeg! Dat is toch bezopen? En dan die bezuinigingen op de bodes, daar begrijpt de officier van justitie dus ook helemaal niets van.

Elders in het gebouw zit Sus Broekstra. Alles wat bij het Openbaar Ministerie aan zaken binnenkomt, moet worden beoordeeld.  Broekstra is  assistent-officier van justitie en is een van de GPS-beoordelaars. Zij beslist of een zaak (stel een winkeldiefstal) wordt geseponeerd, voorwaardelijk wordt geseponeerd, of het een strafbeschikking wordt (boete, schadevergoeding, werkstraf tot 180 uur, een obm of gedragsinterventie) of dat de verdachte met een dagvaarding (voor de pr, de kir of kanton) naar huis gaat. Broekstra: ‘Ik ben een multitool.’ Ze zegt ook: ‘Ik heb rechten gestudeerd, voor mij was dat vooral een cursus begrijpend lezen.’ Weet haar moeder wel wat ze doet? ‘Jaa.’

Er was tot slot een laatste gesprek, noem het een exit-gesprek, met hoofdofficier van justitie Jan Eland, de man die mij kort voor de zomer uitnodigde vijf dagen ‘langs te komen’. Een uitnodiging zonder bijbedoelingen, herhaalt hij nog even. Eland vertelde nog het een en ander: ‘Soms voelen we ons gepiepeld door de rechters.’ Ook vindt hij dat de politie te veel met zichzelf bezig is, dat het huidige cao-conflict verlammend werkt. Hij zei nog meer, maar dat staat later in de krant.

Halverwege de middag was er een ongemakkelijk moment. Uit handen van officier van justitie Pieter van Rest van ‘het nieuwe denken’ (zie dag 1) kreeg ik plotseling een cadeautje. Journalisten moeten zoiets natuurlijk niet aannemen maar voordat ik het wist was van de overdracht een foto  gemaakt. Nu ben ik chantabel. Ik biecht het maar op. Ik zei nog wel, dit had echt niet gehoeven. De regels op de krant schrijven voor dat ik de aangenomen goederen meld bij de hoofdredactie. Die moet dan maar beslissen wat ik moet doen met de sleutelhanger en de zwarte keukenschort met witte bef en de tekst ‘Openbaar Ministerie, parket Noord-Nederland.’

Ik heb mijn (hun) deurpas ingeleverd.

Nu ga ik mijn verhaal schrijven.
Er zijn aan mij geen beperkingen opgelegd.
Alles wat ik heb gezien en (bijna) alles wat ik heb gehoord kan ik opschrijven.
Er was een dingetje dat ik wel hoorde, maar dat ik niet zal gebruiken wegens gevoelige narigheden in een lopend onderzoek.
Geen halszaak.
De afspraak is dat ik mijn verhaal voor publicatie aan de afdeling communicatie zal voorleggen opdat  feitelijke onjuistheden kunnen worden aangekaart.

Rob Zijlstra

Reageren? Vragen? Klikken kan hier

Lees meer